Weigerambtenaren

In hoofdstuk VI (Overheid en dienstbare publieke sector) van het in februari van dit jaar tot stand gekomen coalitieakkoord tussen CDA, Partij van de Arbeid en ChristenUnie, lezen we onder punt 11:

„Overeenkomstig het destijds geformuleerde beleid brengt zorgvuldige omgang met gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand met zich dat in onderling overleg in plaats van de gewetensbezwaarde een andere ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht voltrekt, mits in elke gemeente de voltrekking van een dergelijk huwelijk mogelijk blijft. Mochten in de gemeentelijke praktijk problemen ontstaan, dan zullen initiatieven worden genomen om de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde ambtenaren veilig te stellen.”

Ik heb het nog maar even helemaal geciteerd, anders organiseren ze bij Stand.nl, in RTL Boulevard, of in de crypto-journalistieke Gay Krant weer allerlei goedbedoelde opwinding van mensen die de paragraaf van Balkenende, Bos en Rouvoet niet eens hebben gelezen.

Wat lezen we in die paragraaf? Grotendeels klare taal, zou ik zeggen. Wát er ook in een gemeente aan de hand is, al hebben ze daar als ambtenaren van de burgerlijke stand louter moslims in dienst – als ik morgen alsnog met een man wil trouwen en mijn vrouw wil voor de gezelligheid op dezelfde dag alsnog met een vrouw, dan moet dat in Nederland altijd en overal kunnen.

Maar wat zouden Jan Peter, Wouter en André dan precies met de allerlaatste zin van hun paragraaf hebben bedoeld? Welke ‘problemen’ kunnen volgens hen dan toch nog ‘in de gemeentelijke praktijk’ ontstaan?

Ja, als je ervan uitgaat dat ze in Spakenburg of Tholen in februari van dit jaar meteen hebben geadverteerd voor een ambtenaar van de burgerlijke stand, ‘gewetensbezwaar tegen het homohuwelijk strekt tot aanbeveling’ – dan wel natuurlijk.

Maar stel dat het gebeurt. Welke initiatieven hadden CDA, PvdA en CU dan op het oog om ‘de rechtszekerheid van genoemde bezwaarde ambtenaren’ (die dus nog niet eens hebben gesolliciteerd) veilig te stellen?

Je hoort her en der wel fluisteren dat het laatste zinnetje van de paragraaf moet zijn bedacht door Rouvoet, die daarmee eigenlijk heel geniepig de essentie van wat in het coalitieakkoord leek te staan (van Urk tot Aagtekerke en van Bunschoten tot Goeree-Overflakkee moet je in Nederland dag en nacht in de echt verbonden kunnen worden met iemand van hetzelfde geslacht) meteen weer torpedeerde.

Kan. In Utrecht, waar lingeriefirma Hunkemöller nog nét voor de Paasdagen over tweehonderd vierkante meter een liggend soort Maria Magdalena in een gouden bikini heeft laten plaatsen, protesteerde de fractievoorzitter van de ChristenUnie onmiddellijk tegen de wijze waarop een vrouw weer eens werd opgehangen als een lustobject.

Daar zouden Hedy d’Ancona, Hanneke Groenteman en Cisca Dresselhuys dertig jaar geleden ook woedend om zijn geweest. Maar die heb ik er nu niet over gehoord. Zou hun fakkel definitief zijn overgenomen door de aanhang van André?

„Mij bekruipt wel eens het gevoel”, zei echter een raadslid van D66, „dat christelijke politici bezig zijn met een sluimerend zedelijkheidsoffensief.” En een progressieve collega van ’m vond het weer „betuttelend” van het christendom. Maar is dat niet zoiets als een uitgestelde pavlovreactie? De bel klonk al in 1969 toen Dolle Mina begon, en nu pas begint de hond te kwijlen.

Intussen eist voorzitter Blokhuis van de ChristenUnie dat „het regeerakkoord over gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand” wordt nageleefd, en hij heeft de Kamerfractie van zijn partij opgeroepen „een signaal af te geven”.

Vicepremier Rouvoet, las ik, „wil een praktische oplossing voor gewetensbezwaarden, maar sluit een wettelijke regeling niet uit.”

Wettelijke regeling? Hoe dan? En waarover dan?

Niks ‘sluimerend zedelijkheidsoffensief’, zoals die Utrechtse D66’er vermoedde. De christenen beginnen gewoon praatjes te krijgen.

Jan Blokker is columnist van nrc.next.