Wees niet bang voor mijn baard

Moshin Hamid: De val van een fundamentalist. Uit het Engels vertaald door Frans van der Wiel. De Bezige Bij, 205 blz. €15,90

Na 9/11 hebben goedgeluimde boeken van multiculti-schrijvers (Hari Kunzru, Zadie Smith) steeds meer plaats gemaakt voor sombere literaire geluiden. Kiran Desais The Inheritance of Loss, bekroond met de Booker Prize, was daarvan een goed voorbeeld. In dit boek voelen de personages met een biculturele achtergrond zich verscheurd: ze doorstaan vernederingen in de Amerikaanse samenleving, maar ze horen ook niet meer thuis in hun land van afkomst. De val van een fundamentalist van Moshin Hamid schetst op vergelijkbare wijze een alarmerend beeld van migranten in de Amerikaanse samenleving na de aanslagen van 11 september 2001.

‘Neemt u me niet kwalijk, meneer, maar kan ik u van dienst zijn? Ach, ik zie dat ik u laat schrikken. Wees niet bang voor mijn baard: ik heb een zwak voor Amerika.’ Het is een sterk begin, dat de lezer niet alleen het boek intrekt maar hem er ook bij betrekt. Aan het woord is Changez, een 25-jarige Pakistaanse man die afgestudeerd is aan de universiteit van Princeton. Hij werkt in Manhattan als financieel analist: het succesverhaal van een voorbeeldige migrant. De hoofdpersoon lijkt op de auteur: ook Hamid is geboren en opgegroeid in Lahore, doorliep met succes de Harvard Law School en werkte als management consultant in New York.

Changez neemt ons mee naar Lahore en registreert ‘onze’ reactie. De lezer wordt daarbij in de onbehaaglijke positie van ‘de Amerikaan’ gebracht. Deze Amerikaan heeft ‘11 september’ meegemaakt, en bekijkt de donkere obers met argwaan, houdt zijn tas met waardevolle spullen stevig vast en beziet de armoede, het vuil en de griezelige vleermuizen op het stadsplein van Lahore met angst, verbazing en lichte afschuw. ‘Ah, daar is onze thee! U hoeft niet zo argwanend te kijken. Ik verzeker u meneer, u houdt er niets nadeligs aan over, zelfs geen opstandige maag.’ Of die Amerikaanse meneer er nu is, of dat hij voortdurend als toeschouwer en berispende instantie aanwezig is in het hoofd van Changez weten we niet zeker. De verteller is soms onbetrouwbaar.

Changez is verscheurd sinds de aanslagen en schippert: enerzijds maakt hij deel uit van Amerikaanse samenleving, maar na 11 september identificeert hij zich ook steeds sterker met zijn achtergrond en sympathiseert hij met anti-Amerikaanse geluiden (de Engelse titel: The Reluctant Fundamentalist drukt deze situatie beter uit). Als Changez op televisie ziet hoe Amerikaanse troepen Afghanistan binnenvallen, een bevriend moslimbuurland van Pakistan, kantelt zijn blik op Amerika.

De verstoorde relatie tussen Amerika en de moslimmigranten krijgt ook vorm in een liefdesgeschiedenis die we allegorisch kunnen interpreteren. Changez (‘veranderen’) is gevallen voor de Amerikaanse Erica (Am-Erica). Juist in de maanden september en oktober 2001, als Amerika in diepe rouw is gedompeld, dartelen Erica en Changez verliefd om elkaar heen. Zij geeft om hem, maar kan hem niet beminnen, omdat ze rouwt om haar dode geliefde Chris (‘Christus’?). Omdat ze zijn dood niet kan verwerken, komt ze in een psychiatrische inrichting terecht.

De liefdesgeschiedenis is overtuigend en mooi geschreven. Deze doet in zijn ambitie soms enigszins denken aan De minnaar van Marguerite Duras, al gaat het hier om een erotische verhouding die juist niet goed van de grond komt. De lichamelijke passie laait pas op als Changez doet alsof hij Chris is, een van de sterkste scènes in het boek.

De liefdesgeschiedenis had op zichzelf een prachtige literaire novelle kunnen vormen. De poging om de drie verhalen te verweven (de liefdesgeschiedenis, de Amerikaan die aangesproken wordt, en de veranderende houding van Changez ten opzichte van Amerika) levert weliswaar ‘gelaagdheid’ op, maar doet soms ook wat geforceerd aan. Met name het aanspreken van de lezer heeft iets bestudeerds, al wérkt het wel. Moshin doet op die manier een beroep op de lezer om zich te engageren met de geboorte van een fundamentalist, en deze kan zowel de Amerikaan als de Pakistaan zijn. Dat schuurt en wrikt.