Vrouwengeheimen in Saoedi-Arabië

De Saoedisch koning Abdullah heeft zich het lot van vrouwen aangetrokken.

Maar de bureaucratie heeft vooralsnog een eigen agenda.

What’s hot now! schreeuwt de etalage van lingeriezaak Senza in shoppingmall Al-Khozama en de etalagepoppen geven het antwoord: zwarte bh’s, die stout uit roze-rode pyjamaatjes tevoorschijn piepen, en donkerrode die nét niet door zwarte negligés worden verhuld. Dit is Riad, Saoedi-Arabië, waar levende vrouwen verplicht van top tot teen in het zwart zijn gehuld, als het om Saoedische gaat liefst mét gezichtssluier.

Binnen bij Senza, en ook bij Women’s Secret en bij Etam, waar degelijke schoonmoederpyjama’s in de etalage staan, helpen (buitenlandse) mannen de vrouwelijke clientèle met hun vragen over maten en merken. Vrouwen mogen wegens de moraliteit niet in winkels werken, behalve in enkele alleen-voor-vrouwenafdelingen van de duurste shoppingmalls. „Hier is dat normaal”, lacht verpleegster Hana Hassan al-Awami.

Anderhalf jaar geleden gaf de regering de lingeriezaken opdracht binnen een jaar het mannelijk personeel door vrouwen te vervangen (én er zorg voor te dragen dat niemand naar binnen kon kijken). Volgens de pers solliciteerden 10.000 vrouwen naar een baan.

Maar verzet van de winkeleigenaars, die in aparte voorzieningen voor hun nieuwe personeel moesten investeren, en – opmerkelijk – van conservatieve geestelijken torpedeerde de maatregel. Nu krijgen de vrouwen een nieuwe kans met het regeringsbesluit dat het winkelpersoneel binnen drie jaar moet zijn ‘gesaoediseerd’. Een Aziatische winkelbediende is één ding, maar geen vrouw kan zich voorstellen door een Saoedische man aan een bh te worden geholpen. Dan zullen de winkelmeisjes toch wel hun intrede doen?

De lingeriekwestie weerspiegelt het hele enerzijds-anderzijds in het puriteinse Saoedi-Arabië: een verwarrend mengsel van religieus-tribale scherpslijperij en pragmatisme.

Vrouwen worden van mannen apart gehouden op het werk en zijn veroordeeld tot de familiesectie van Starbucks, in een soort rommelhok achter melkglas, terwijl de mannen lekker buiten op het terras zitten. Maar Hana al-Awami werkt met mannen in de operatiekamer, want in de gezondheidszorg is segregatie onhaalbaar.

Zelf autorijden is vrouwen niet toegestaan, maar ze zitten wel zonder chaperonne in een auto met een buitenlandse chauffeur. En het gaat tegen de publieke moraal in om live met mannen op het toneel te verschijnen, behalve als het gaat om een opname voor de Saoedische televisie. Zelfs zonder hoofddoek.

Koning Abdullah, in 2005 aangetreden na de dood van zijn halfbroer Fahd, heeft zich het lot van de vrouwen aangetrokken. Méér vrouwen moeten aan het werk, omdat het inkomen van hun man gewoon niet toereikend is, maar ook om deel te nemen aan de economische ontwikkeling van Saoedi-Arabië, dat nu jaarlijks 60 miljard rial (ongeveer 12 miljard euro) uitgeeft aan buitenlandse gastarbeiders.

Het enerzijds-anderzijds bestaat er ook uit dat al relatief veel vrouwen een hoofdrol spelen in de top van het Saoedische bedrijfsleven. Ze bezitten ongeveer 40 procent van de familiebedrijven, zij het vaak als stille vennoot, en ze zijn goed voor 21 procent van de particuliere investeringen.

Er was twee weken geleden veel publiciteit voor een grote conferentie van Saoedische zakenvrouwen in Jeddah. Prinsessen en succesvolle onderneemsters waren het daar luidkeels eens dat vrouwen zo snel mogelijk betrokken moeten worden in de besluitvorming en dat, behalve onderwijs, gezondheidszorg en overheid, méér sectoren voor vrouwen moeten worden opengesteld.

Net zoals in veel andere Arabische landen studeren er meer meisjes (66 procent van het totaal) dan jongens aan de (gescheiden) universiteiten. En ze studeren beter. „Dat komt doordat we niet zoveel te doen hebben; er is niets buiten de deur”, legt Hana al-Awami uit.

Maar – het anderzijds – de werkloosheid is groot. Volgens het ministerie van Arbeid is 26 procent van de Saoedische vrouwen onvrijwillig werkloos, terwijl nog eens miljoenen vrijwillig thuis zitten. In totaal werkt maar 5,5 procent van de 4,7 miljoen arbeidsgeschikte vrouwen (in Nederland 54 procent, in 2005).

Dat heeft te maken met het feit dat een sector waar veel werk is, de verpleging, impopulair is bij vrouwen juist doordat er ook mannen werken. Een andere oorzaak is dat studies niet bij het werkaanbod aansluiten en dat veel sectoren nog taboe zijn. Wat ook meespeelt is dat het uiteindelijk nog steeds van de mannen – vaders, echtgenoten of broers – afhangt of vrouwen mogen werken en zo ja, waar.

Officieel, zo bevestigt Usama al-Kurdi, lid van de Majlis al-Shoura, een soort niet-gekozen parlement, hoeft een vrouw sinds kort geen toestemming meer te hebben van haar voogd om zich bij de universiteit in te schrijven, een bedrijf te beginnen of te solliciteren. En vrouwen hebben een eigen identiteitskaart, al krijgen ze die alleen op vertoon van de familiekaart die in handen is van het gezinshoofd. „Het is de eerste keer dat de regering ernst maakt met rechten van vrouwen”, zegt Kurdi.

„Koning Abdullah heeft nieuwe horizonten geopend voor de Saoedische vrouwen om deel te nemen aan de ontwikkeling van hun land”, juicht journaliste Layla al-Ahaydib, die verder een hele verhandeling houdt over het nut van islamitische kledij voor vrouwen en scheiding der seksen. „Nu is het de verantwoordelijkheid van de vrouwen om in actie te komen!”

Maar de Saoedische bureaucratie heeft vooralsnog een eigen agenda. Zelf een bankrekening openen is geen probleem meer, maar verpleegster Hana al-Awami moest toch een stempel hebben van het bedrijf van haar vader toen ze bij haar huidige werkgever in dienst trad. En ze kon niet zelf het huurcontract tekenen voor haar appartement in de hoge vrouwentoren in Riad.

Hana is een heel gewone Saoedische jonge vrouw. Ze vindt het raar dat er in Saoedi-Arabië geen bioscopen zijn, maar als die er zouden komen dan graag wel met aparte dagen voor mannen en vrouwen. De drukke gezinsdagen van de internationale boekenbeurs van Riad vond ze maar niks: „Waarom waren er aparte dagen voor mannen en niet voor vrouwen?” Maar ze wil wél autorijden, haar identiteitskaart kunnen aanvragen en niet voor van alles en nog wat toestemming aan haar vader moeten vragen. „Als mijn vader mij zou willen verbieden te werken, dan kan hij dat doen.”

Er zijn meer Saoedische vrouwen die liefst nog vandaag dergelijke hervormingen willen doorvoeren. Maar het doorsnee antwoord op de vraag wanneer er echt iets gaat veranderen voor de Saoedische vrouwen, komt van Samara Zaza, werkzaam in de vrouwensectie van het ministerie van Sociale Zaken.

„We kunnen niets opleggen”, zegt Zaza. „Er is een traditionele meerderheid hier die niet elke modernisering accepteert, en we respecteren hun opvattingen. De maatschappij voelt zich over het algemeen comfortabel. Verandering zal heel geleidelijk moeten gaan. We moeten wachten op onze kinderen.”