Verzorgingshuis: handig

Het zou zomaar kunnen dat rijksambtenaren over een aantal jaren een nieuwe uitvinding doen voor de bejaardenzorg : het verzorgingstehuis. De voordelen liggen voor de hand. Het is efficiënt. De verzorgers hoeven niet stad en land af te reizen voor hun cliënten maar kunnen de lift nemen. Eén verzorger kan ’s nachts waken over een heel wooncomplex. De bewoners vereenzamen niet omdat ze de hele dag voor maaltijden en ontspanning in gemeenschapsruimten bij elkaar kunnen komen. En de bejaarden verlaten vaak een groter huis zodat er beweging komt in de woningmarkt.

Volgens het huidige beleidsdogma is het verzorgingstehuis uit den boze. Volgens de vicevoorzitter van het Bouwcollege Zorginstellingen, Ton Vroon, „verkrotten” sommige verzorgingstehuizen zelfs. Wonen en zorg moeten voortaan worden gescheiden. Dat betekent dat bejaarden die zorg nodig hebben, op zichzelf moeten wonen. Maar de vraag is of dat beleid wordt gevoerd ten gerieve van de administrateurs of van de bejaarden. Scheiding van wonen en zorg heeft administratieve voordelen. Zelfstandig wonende bejaarden dragen alle woonkosten en de zorg komt voor rekening van de AWBZ. Dat maakt administreren en bezuinigen gemakkelijk. Toch zijn de totale kosten van de gescheiden functies waarschijnlijk hoger dan die van het verzorgingstehuis.

Uiteraard moeten bejaarden die dat willen op zichzelf blijven wonen. Veel oude, sociaal actieve mensen wonen liever in een wijk met allerlei leeftijdgroepen dan in een tehuis met andere bejaarden. Toch dreigen velen in zo’n wijk te vereenzamen. Het nieuwe beleid doet denken aan eerder beleid om inrichtingen te sluiten en geestelijk gestoorden zelfstandig te maken. Het lukte niet en velen kwamen op straat terecht.

Het kabinet heeft terecht mooie woorden over voor het noodzakelijke sociale verband in wijken, maar dat kan niet van bovenaf worden afgedwongen. Veel woonwijken zijn overdag leeg. De mensen zijn langer van huis weg voor werk, vrije tijd en vakantie. Het komt regelmatig voor dat bejaarden die door sterfte veel leeftijdgenoten hebben verloren, sociaal opbloeien in een verzorgingstehuis. Andersom vereenzamen gehandicapten en bejaarden als ze wegens nieuw beleid hun verzorgingstehuizen moeten verlaten. Door hun immobiliteit zitten ze vast aan hun directe omgeving, maar ze zijn niet in staat daar een nieuw sociaal leven op te bouwen. De ontmoetingscentra liggen verder weg. Sommige directeuren van zorgcentra hebben daar een creatieve oplossing voor gevonden: ze bouwen een verzorgingstehuis en noemen de flats ‘aanleunwoningen’.

Wat werkt, moet zoveel mogelijk in stand worden gelaten. Bejaarden die zelfstandig willen wonen, moeten daartoe in staat worden gesteld. Maar er is geen reden om geslaagde verzorgingstehuizen af te breken of te laten verkrotten. Administrateurs moeten een methode kunnen vinden om wonen en zorg apart in rekening te brengen. De nieuwe zorgwet WMO geeft gemeenten meer regie over de zorg. Zij kunnen de zorg afstemmen op de lokale vraag en niet op centralistische idealen.