Tien jaar in Thailand

Machiel Kuijt: Tien jaar achter Thaise tralies. Bew. Bert Steinmetz. Bzztôh, 220 blz. 16,50

Wie bladzijde 20 omslaat van Machiel Kuijts Tien jaar achter Thaise tralies is een gewaarschuwd man. De Amsterdamse ex-marktkoopman is in het ootje genomen door Thaise advocaten. Hij is belogen door Thaise regeringsfunctionarissen. Aan ambtenaren van het ministerie van Justitie in Nederland heb je als gedetineerde in het buitenland niets. Het Nederlandse ambassadepersoneel in Bangkok begrijpt niets van de rechtsgang in Thailand, en de toenmalige baas Gerard Kramer is weinig meer dan een nietsnut. De resterende 200 pagina’s van Tien jaar wordt de lijst mensen die niet deugen uitgebreid met onder meer Thaise juristen, gevangenisdirecteuren, cipiers en medegevangenen met bewakingstaken.

Kuijt wordt op 16 april 1997 door de Thaise politie in Bangkok uit een taxi gehaald op verdenking van betrokkenheid bij de smokkel van 748 gram heroïne naar Australië. De drugs zijn gevonden in de auto van zijn Thaise ex en haar Thaise vriend. Beiden verklaren later bij de politie dat Machiel niets met deze drugs van doen heeft. De rechtbank in Thailand oordeelt in eerste instantie dat Kuijt onschuldig is. Helaas voor Kuijt gaat het openbaar ministerie tegen deze uitspraak in beroep en mag Kuijt niet in voorlopige vrijheid worden gesteld.

In oktober 2003 draait het gerechtshof Bangkok de uitspraak van de rechtbank terug en wordt Kuijt tot levenslang veroordeeld. Volgens zijn latere advocaat Geert- Jan Knoops ‘is het altijd een mysterie gebleven waarom het gerechtshof tot deze conclusie is gekomen.’ Overtuigd van het idee dat hij de rechterlijke macht van zijn onschuld kan overtuigen, gaat Kuijt in cassatie bij het opperste gerechtshof, de Sarn Dika. Ook dit college handhaaft, maart 2006, de veroordeling tot levenslang. Dan is er echter een verdrag tussen Thailand en Nederland waardoor Kuijt begin 2007 aan Nederland kan worden uitgeleverd.

‘Zelden heb ik een cliënt meegemaakt die over een dergelijk groot, bijna bovenmenselijk doorzettingsvermogen beschikt om deze strijd te blijven volhouden door in zekere zin te accepteren dat er geen andere weg is dan wachten, jarenlang wachten’, aldus Knoops. Dat moge zo zijn, Tien jaar is een geestdodende opeenstapeling van constateringen in de trant van ‘Nooit, nooit is er eens stilte, heb je echt privacy, is er niemand die naar je kijkt of luistert’, en verzuchtingen als ‘Ach het went.’ Hoe dat dan precies went, komt de lezer niet te weten.