Sean en Sven

Vrienden – je kunt met ze voetballen en springtouwen. Je kunt ze geheimen vertellen en ruzie met ze maken. In deze serie vertellen vrienden waarom ze vrienden zijn.

Sean (9)

Vroeger maakten we ruzie over speelgoed. Dan riepen we: ‘Jij mag lekker niet met mijn auto’ en dan gingen we boos naar huis. Maar de volgende dag waren we het vergeten.

We kennen elkaar sinds we geboren zijn. Hier. Allebei op een schip.

We zaten samen in de kleuterklas, maar Sven zit nu op een andere school, want hij werd elke dag gepest en geslagen.

Soms halen we kattenkwaad uit, dan roepen we naar de buurman ‘Japie het stomme snotapie’ of we gooien eieren naar zijn schip. Vroeger was ik wereldreiziger. Ik was met mijn vader en moeder in Afrika en er zat een leeuw voor de tent. Ik zei steeds: ‘ik wil het poesje aaien’, want ik wist toen nog niet dat leeuwen bloeddorstige dieren zijn. In de zomer duik je hier zo het water in. Ik kan vijf uur zwemmen zonder te eten.

Later wil ik ook zo’n bedrijf als mijn vader had, met grote sleepboten. Maar toen viel hij zes meter diep en had hij zijn been gebroken en was hij in coma. Dat was in Amerika. We werden gebeld dat hij bijna dood was. Hij heeft nog heel lang in een ziekenhuis gelegen. Mijn moeder ging vaak op bezoek, maar ik had meestal geen tijd. Mijn zusje was net geboren. Ze werd elke keer groter en irritanter. Nu is hij thuis, maar hij kijkt alleen maar tv.

Sven en ik maken nog wel n’s ruzie, dan zegt hij; je mag drie dagen niet op m’n Xbox. Dan is hij gewoon niet goed uitgeslapen. De volgende dag is het over. Net als vroeger.

Sven (9)

Mijn moeder vond het geen goeie school. Ze waren een keer met een driewieler over me heen gereden. Toen was ze heel boos geworden en heeft ze me op een andere school gedaan.

Binnenkort gaan we met ons schip naar de werf in Meppel. Dan wordt de onderkant helemaal schoongemaakt. Dan ga ik daar ook een tijdje naar school. Dat is best leuk en ik heb daar ook wel vriendjes. Maar als ik terug ben, ben ik altijd blij dat ik weer met Sean kan spelen. In de zomer gaan we altijd zwemmen. We blijven wel in de buurt, je moet een beetje oppassen met al die schepen hier.

We spelen vaak op de Xbox of de GameCube en soms gaan we naar buiten. Laatst zijn we naar de kermis geweest. Met z’n tweeën. Zonder ouders. We hebben een suikerspin gegeten. We zijn allebei negen, maar hij is twee weken ouder.

Als we de buurman pesten, gooit hij wel n’s water over ons heen. Voor de grap, hoor. Hij is niet echt boos.

Ik vertel Sean niet al mijn geheimen. Die wil ik liever voor mezelf houden. Maar ik vertrouw ‘m wel. Hij weet ook waar mijn zakgeld ligt, dat gaat hij echt niet stelen.

Ik wil later ook wat met schepen. Misschien gaan we wel samenwonen. Dat lijkt me goed. Met z’n tweeën, verder niemand erbij.

Willen jij en je vriend(in) ook vertellen waarom jullie vrienden zijn? Mail dan naar kinderpagina@nrc.nl