Rintje

‘Doe niet zo stom”, zegt Henriette. „Daar geloof je toch zeker niet in. De paashaas! Laat me niet lachen. Een haas met een mandje op zijn rug, met gekleurde eieren er in!”

„Het is echt waar”, zegt Rintje. „Bij ons verstopt de paashaas elk jaar eieren in de tuin.”

„Dat doet je moeder”, zegt Henriette. „Misschien doet jouw moeder dat”, zegt Rintje. „Maar bij ons is het echt de paashaas. Ik heb hem zelf gezien!”

„Leuke verhaaltjes”, zegt Henriette. „Maar ik trap daar niet in! ”

„Kom zelf maar kijken”, zegt Rintje. „Ik bel je morgen wel als de paashaas in de tuin zit!”

De volgende ochtend komt Tobias bij Rintje ontbijten.

Mama heeft allemaal heerlijke dingen gemaakt. Broodjes in de vorm van een haas. Als oog hebben de hazen een rozijn. Natuurlijk is er ook gebakken spek en een prachtige koekbotjestaart. Al snel zitten ze heerlijk te smullen.

„Tobias”, zegt Rintje, „je moet me even met iets helpen.” Hij fluistert iets in Tobias’ oor.

„Goed idee!” zegt Tobias en ze lopen naar Rintjes kamer.

Een half uur later komt Rintje naar beneden. „Mag ik Henriette even bellen?” vraagt hij aan mama.

„Je moet snel komen”, zegt Rintje als hij Henriette aan de telefoon heeft. „De paashaas zit nu bij ons in de tuin!”

„Ik kom eraan!” zegt Henriette. „Maar als het niet waar is mag ik je heel hard in je staart knijpen!”

Even later komt Henriette binnen. „Laat zien!” zegt ze.

„Je moet heeeeeel stil zijn”, zegt Rintje en hij neemt Henriette mee naar het raam.

„Kijk daar zit hij!” fluistert Rintje. „Daar, achter in de tuin.”

Eerst ziet Henriette niets, maar dan ziet ze twee lange bruine oren achter een graspol. „Het lijkt wel alsof hij een mandje met eieren op zijn rug heeft!” fluistert Henriette.

„Zie je wel dat hij bestaat!” zegt Rintje.

„Ik ga naar buiten”, zegt Henriette. „Dat wil ik wil eens van dichtbij zien!”

„Nee!” zegt Rintje. „dat...” Maar Henriette is al naar buiten gerend.

„Ohhhhh!” hoort hij haar roepen . „Zie je wel, het is Tobias!”

Lachend staat Tobias in het gras. Om zijn kop zitten twee lange kartonnen oren gebonden. Op zijn rug heeft hij het mandje met de eieren.

„Grappig hè”, zegt Rintje, „en het leukste is dat je er heel even echt in geloofde. Au!”

„Ik mocht je toch in je staart knijpen!” zegt Henriette.

„Komen jullie?” roept mama. „Ik heb de verf klaar gezet, we gaan eieren schilderen!”

EINDE

www.rintje.nl