QWERTYUIOP

Van het ogenblik dat ik voor het eerst het toetsenbord van een schrijfmachine zag – ik denk dat ik een jaar of zes was – heb ik me van tijd tot tijd afgevraagd waarom de rij cijfers gewoon van 1 tot 0 gaat, maar de letters beginnen bij de Q en eindigen met de M. Regel één van de letters: QWERTYUIOP in plaats van ABCDEFGHIJ. Zat er een denkbeeld achter, had het te maken met een bepaalde, onbewuste tiklogica, was het psychologisch gefundeerd, werd op die manier het snelst de verbinding gelegd tussen hersens, ogen, vingers en toetsen? Niemand wist het.

Nu las ik in The New Yorker van 9 april dat de uitvinder van deze volgorde Christopher Latham Sholes heet. Hij wordt ook als ‘de vader van de schrijfmachine’ beschouwd, leefde in de eerste helft van de negentiende eeuw, was een sloddervos, droeg een verfomfaaide hoed, de pijpen van zijn broek waren te kort, maar hij was een bekwaam bouwer van werktuigen. Zijn eerste schrijfmachines werkten wel, maar ze hadden één tekort. De arm, of het hefboompje waaraan de letter was bevestigd, viel niet snel genoeg terug. Daardoor raakte het vaak klem met het armpje van de volgende aangetikte letter. Zoals mensen uit het mechanische schrijfmachinetijdperk weten: dat tekort is nooit helemaal verholpen. Pas bij de elektrische en de elektronische schrijfmachines had je er geen last meer van.

De compagnon van Sholes had een schoonzoon die onderwijzer was. Die kreeg de opdracht uit te zoeken wat de meest voorkomende volgorde van twee letters in het Engels waren. Die werden zo ver mogelijk uit elkaar geplaatst, wat de kans op het klem raken van de toetsen zo klein mogelijk maakte. Vandaar dit QWERTYUIOP op de eerste schrijfmachines. Misschien had die schoonzoon gelijk. Ik ken geen woord waarin de Q en de M achterelkaar staan.

Toen eindigde de Amerikaanse burgeroorlog. De wapenfabrikant Remington ging opzoek naar nieuwe producten. Men besloot het eens met schrijfmachines te proberen. In 1873 kwamen de eerste op de markt, apparaten vastgeschroefd aan een naaimachinetafeltje. Remington had het QWERTYUIOP gehandhaafd. Daarna is er kennelijk geen instantie geweest met voldoende inzicht, gezag en macht om eens een proef met een andere volgorde te nemen. De computer veroverde de wereld, er kwamen op z’n minst dertig toetsen bij; QWERTYUIOP bleef. Waarschijnlijk houden we het zo tot de Jongste Dag.

In zijn juist verschenen boek The Iron Whim: A Fragmented History of Typewriting waarover in The New Yorker een beschouwing staat, schrijft Daren Wersler-Henry, dat de schrijfmachine „geworden is tot het symbool van een niet bestaand sepiakleurig tijdvak, waarin mensen laat in de nacht, bij het licht van een naakt peertje, met opgestroopte mouwen en in bretels, kettingrokend en af en toe nog een slok whisky nemend, hartstochtelijk zaten te tikken.” Een ingewikkelde zin, maar er staat alles in; en dit ‘sepiakleurig tijdvak’ bevalt me. Ze zaten te tikken. Dat is iets fundamenteel anders dan schrijven met een pen of je computer. Het geluid van dit tikken hoort tot dezelfde sepiaperiode als het fluiten van een stoomlocomotief en het ronken van een vliegtuig met zuigermotoren. Het tikken is nog meer: de onophoudelijke bevestiging van het aan het werk zijn. Dat is de eigenschap van ouderwetse gereedschap: het laat de gebruiker via zijn oren weten dat hij bezig is.

In de film The Shining is Jack Nicholson de schrijver die bezeten van inspiratie aan een meesterwerk tikt. Zonder ophouden. Dan moet hij even weg. Zijn vrouw kan haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, sluipt naar de verlaten machine en leest een velletje: All work and no play makes Jack a dull boy. Alle velletjes hebben niets anders dan deze tekst. Jack is gek.

Op het radiostation van The New York Times is iedere ochtend tussen tien en elf The Office Hour. Het begint met een stukje muziek van Leroy Anderson, The Typewriter, een snel tikken en de bel van de wagen als het tijd is voor een nieuwe regel. Het vorige jaar wilde de directie van deze zender, zoals de directies van alle zenders dat willen, de uitzending moderniseren. Anderson werd afgeschaft. Stormen van protest, of tsunami’s, zoals we tegenwoordig zeggen. The Typewriter kwam terug, een sepiakleurig stukje muziek.

Stel je nu voor dat een nieuwlichtend genie, de volgende Bill Gates, een heel ander, veel beter toetsenbord zou ontwerpen. Niet uitgesloten dat hij de daarop volgende wereldstrijd zou winnen. Het definitieve einde van het sepiakleurig tijdperk.