Onze devotie geldt niet meer Maria, maar de schilder

Tentoonstelling: Vlaamse primitieven. De mooiste tweeluiken. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen. Tot 27 mei. catalogus €65,–

Zonder veel kabaal en met een wat vlakke titel presenteert Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten deze maanden een van de mooiste kunsthistorische tentoonstellingen van het jaar. Het onderwerp is het geschilderde tweeluik uit de 15de en 16de eeuw, zoals dat in de Nederlanden werd gemaakt. Tweeluiken of diptieken bestonden uit twee panelen van gelijke grootte, die met scharnieren aan elkaar waren bevestigd. Ze konden dus worden geopend en gesloten en lijken daardoor op een boek. Meestal ziet men op het linkerpaneel Maria met kind en op het rechterpaneel de opdrachtgever. Zo heeft Maria, ter rechterzijde van de opdrachtgever, de ereplaats. De achterkanten zijn vaak beschilderd met het wapen van de opdrachtgever, soms met een vanitasverbeelding, zoals een schedel.

Het tweeluik is bij uitstek geschikt voor privédevotie. Dit zou weer voortkomen uit de Moderne Devotie, de religieuze beweging die de intieme, persoonlijke geloofsbeleving voorstond. Tweeluiken trof men aan in kerken en kloosters, maar ook in de woonhuizen van gefortuneerde burgers. En in die laatste opdrachtsfeer lagen ook de mogelijkheden om uit de religieuze, idealiserende sfeer tot een meer realistische wijze van portretteren te komen. Dan ziet men een persoon in grote concentratie, van wie de handen niet eens meer gevouwen hoefden te zijn. Uiteindelijk worden het gewoon dubbelportretten, bijvoorbeeld van een echtpaar, al of niet aangevuld met hun kinderen. Een variant is dan weer het ‘vriendenportret’. Een beroemd voorbeeld daarvan is het dubbelportret door Quentin Massys van Erasmus en zijn vriend, de Antwerpse stadssecretaris Peter Gillis.

Deze schitterende tentoonstelling, waarvoor ook veel technisch onderzoek is gedaan, was eerder te zien in de National Gallery te Washington. In Antwerpen staan nu dertig tweeluiken opgesteld, maar men ziet natuurlijk een veelvoud aan schilderijen. Er bestaan kleine handzame tweeluiken, die mee op reis genomen konden worden, maar er zijn ook royale formaten die een vaste plek aan de muur, of op een tafel in een kamer of een kapel kregen.

De grote namen die hier vertegenwoordigd zijn behoeven geen introductie: Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Hans Memling. Maar ook minder bekende schilders zijn aanwezig, of schilders met alleen maar een noodnaam. Tot die minder bekende meesters behoort Michel Sittow. Van hem hangt er een verbluffend mooi tweeluik. Het linkerpaneel, uit Berlijn, stelt Maria met kind voor, op het rechterpaneel, uit Washington, ziet men een zeldzaam indringend portret van de opdrachtgever, waarschijnlijk de Spanjaard Diego de Guevera.

In de loop der tijd zijn veel tweeluiken gedemonteerd. Op deze tentoonstelling zijn nu, vaak na eeuwen, de oorspronkelijke delen weer bijeengebracht. Zo is de gedetailleerde Kruisiging door Geertgen tot Sint Jans (National Galleries of Scotland) weer verbonden met de bijna hallucinerende Verheerlijking van Maria (Boijmans Van Beuningen).

De tentoonstelling is een demonstratie van het onbedoeld hergebruik van deze schilderijen. Zoals de oorspronkelijke eigenaren in devotie naar de voorstelling keken en daardoor meenden naar de voorgestelden te kijken, of daar zelfs direct mee in contact te staan, zo buigt de moderne museumbezoeker zich over het paneel, niet zozeer in religieuze, als wel in esthetische aandacht. Want dankzij de minutieuze wijze van schilderen, de compacte hoeveelheid informatie op deze bescheiden oppervlakken kan men niet anders dan ademloos geconcentreerd en voor mijn part in adoratie kijken. Die devotie geldt niet meer Maria, maar de schilder. De nieuwe moderne devotie.