Ons land redt het wel, maar Bangladesh?

Nederlands belangrijkste uitdaging: voorkomen dat de rivieren overstromen.

Vooral Dordrecht en Rotterdam zijn kwetsbaar.

Nederland komt er nog genadig van af, vergeleken met de rest van de wereld. Dat is de eerste indruk bij het lezen van de nieuwste publicatie van de VN-organisatie IPCC over mondiale klimaatverandering. Vandaag wordt het rapport gepresenteerd.

Zeker, er is een grote kans dat Nederland te maken krijgt met meer water, vanuit zee, vanuit de rivieren en als neerslag. „De grootste uitdaging voor Nederland zit in de aanpassing aan water, zowel van de zee als over land”, schrijft het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in een analyse van de gevolgen voor Nederland. Maar we zijn rijk genoeg er geld voor uit te trekken, en we zijn gewend water te managen. Heel anders dan landen als Bangladesh, of zelfs een rijk land als de Verenigde Staten.

Het belangrijkste is volgens het MNP te voorkomen dat de rivieren overstromen. Met het huidige kustbeleid is een zeespiegelstijging van één tot anderhalve meter per eeuw „beheersbaar” voor de kust. Maar de rivieren kunnen hun water straks moeilijker in zee kwijt. „Vooral Rotterdam en Dordrecht vormen een kwetsbaar punt”, aldus het MNP. Daar, en ook in in de omgeving van Arnhem en Nijmegen, moet „klimaatbestendig” worden gebouwd: vooral niet op lage delen.

De zomers zullen heter worden en dat zal dure aanpassingen vergen van de gebouwde omgeving, waarschuwt Frans Berkhout, directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken aan de VU in Amsterdam en een van de auteurs van het VN-klimaatrapport. „In Dubai wonen mensen bij 45 graden Celsius. Dat kan. Maar daar zijn de gebouwen wel op ingesteld.”

Hier niet. Bij langdurige hitte is er voor elektriciteitscentrales onvoldoende koelwater. Vorig jaar moest een laboratorium van zijn instituut wegens de zomerhitte worden ontruimd. „We kregen het niet koel genoeg.”

Ook de landbouw zal zich moeten aanpassen, zowel aan de hogere gemiddelde temperaturen als aan de weersextremen, zoals zeer natte winters en droge, hete zomers. In een hete zomer kan een enkele zware bui de tarwe pletten. De boerenorganisatie LTO Nederland dringt vooral aan op de ontwikkeling van nieuwe rassen die beter bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden. „Zodat bijvoorbeeld de aardappeloogst niet tegen hoeft te vallen zoals afgelopen jaar”, zegt Peter Prins van LTO Noord. Maar waar de droogte in Zuid-Europese landen de teelt van bepaalde gewassen onmogelijk dreigt te maken, daar wordt het groeiseizoen hier langer. Daardoor neemt de keuze aan gewassen toe.

Ook het aantal wijnboeren groeit. „Er zijn in Nederland meer gezinnen afhankelijk van de wijnbouw dan van de kabeljauwvisserij”, zegt Rik Leemans, hoogleraar milieusysteemanalyse aan Wageningen Universiteit, en ook één van de Nederlandse auteurs van het klimaatrapport.

Er zal meer aandacht komen voor andere gewassen, zoals de teelt van zonnebloemen, suikermais en soja. En ook geeft de klimaatverandering nieuwe kansen voor de tuinbouw, denkt LTO-man Prins. „De laatste jaren is veel tuinbouw naar andere landen verhuisd. Die tuinbouw zou misschien weer terug kunnen komen.”

Anderzijds zal de Nederlandse landbouw ook iets gaan merken van rampzalige gevolgen elders in de wereld. „In de globaliserende economie kan het niet anders dan dat wij óók de effecten zullen merken, bijvoorbeeld door de prijs van grondstoffen en voedsel”, zegt Frans Berkhout.

De grootste gevolgen, denken de deskundigen, zal de klimaatverandering hebben op de natuur. „Dát is het grote probleem in Nederland”, zegt Rik Leemans. De natuur ligt op dit moment precies één maand voor op schema. Veel plant- en diersoorten die Nederland als zuidgrens hebben, verdwijnen mogelijk vanwege de opwarming. Zoals het korhoen. Ook de beuk krijgt het op langere termijn moeilijk, omdat die niet goed bestand is tegen lange droogte en zon.

In het algemeen zullen zogenoemde „opportunisten” van de opwarming profiteren. „Soorten die zich gemakkelijk aanpassen”, legt bioloog Arnold van Vliet uit, beheerder van de Natuurkalender, een waarnemingsprogramma dat ecologische veranderingen in beeld brengt. „Een vlinder als de koninginnepage kun je tegenwoordig in heel Nederland aantreffen. Maar een turfloopkever is een héél gevoelige soort. Die gaat misschien verdwijnen. Dat is spijtig. Het gáát al slecht met de natuur in Nederland. Straks gaat het nóg slechter.”

Ook het Milieu- en Natuurplanbureau voorziet een „verschuiving van leefgebieden” van soorten. Daardoor zal het natuurbeleid op de schop moeten, verwacht Rik Leemans. „We stoppen anderhalf miljard euro per jaar in natuurbeleid. Dat wordt straks misschien héél ineffectief.”

Klimaatverandering is voor het MNP „extra reden” te streven naar grote natuurgebieden. „De veerkracht voor het opvangen van extreme omstandigheden, zoals weerextremen dankzij klimaatverandering, is groter in deze grote gebieden.”

Goed, de Nederlandse natuur gaat lijden onder klimaatverandering.

Maar is dat een ramp? Moeten we niet blij zijn dat de klimaatverandering beperkt blijft tot het verdwijnen van pakweg de beuk en we in elk geval niet met z’n allen in zee zakken? „Nee”, zegt Rik Leemans. „Je moet de achteruitgang van de natuur nooit bagatelliseren. De natuur is ontiegelijk belangrijk. Een beuk bepaalt ons landschap. Het behoort tot onze cultuur. Het is net zoiets als wanneer het Rijksmuseum zou verdwijnen.”

Lees de analyse over de gevolgen van klimaatveranderingen voor Nederland vanaf vanmiddag via: www.mnp.nl