‘Onbekende soldaten zijn wij’

In zijn roman ‘Blindelings’ stort Claudio Magris de hele bloedige geschiedenis van de 20ste eeuw over zijn lezers uit. „Waar ballingen zijn, wordt iedereen balling.”

Claudio Magris Foto Marcos Adandia/AFP Italian writer Claudio Magris listens to questions during a book fair in Buenos Aires, Argentina 17 April 2003. El escritor italiano Claudio Magris escucha preguntas de asistentes a la sala José Hernández, donde el ensayista disertó en el contexto de la Feria del Libro de Buenos Aires, el 17 de abril de 2003. Esta 29 edición de la Feria, que se inaguró ayer, contará durante su desarrollo con figuras de relieve como ser el escritor peruano Mario Vargas Llosa y el español Manuel Vázquez Montalbán, así como su compatriota el juez Baltasar Garzón, además de Magris. AFP PHOTO/Marcos ADANDIA - NA ===ARGENTINA OUT=== AFP

Claudio Magris is één brok intellectuele energie. Hij heeft zoveel ideeën en gedachten te delen dat hij struikelt over zijn woorden, zijn zinnen in een razend tempo aan elkaar rijgt en zijn antwoorden nauwelijks uitdiept omdat hij nog zoveel meer te vertellen heeft. Die ervaring ondergaat ook de lezer van Blindelings, een ‘totaalroman’, het summum van Magris’ denken, die onlangs in een Nederlandse vertaling is verschenen.

Wie Blindelings opslaat, duikt in de diepten van een oceaan, waarin zwemmen worstelen is, waar verstikkings- en verdrinkingsgevaar heersen, maar waar wie de juiste duikdiploma’s heeft, nog de nodige schatten kan ontdekken.

‘De geschiedenis is een reanimatiekamer’, zegt verteller Tore/Salvatore/Cippico die conform zijn meervoudige identiteit met vele namen wordt aangeduid. Aan de hand van de monoloog van deze militante anti-fascist van het eerste uur, en puttend uit het leven van zijn dubbelganger, de Deen Jorgen Jorgensen, stort Magris de hele bloedige, gewelddadige geschiedenis van de 20ste eeuw over zijn lezers uit. Een verhaal over het zo goed als onbekende strafkamp Goli Otok moest het worden, het ‘naakte eiland’ dat tegenwoordig deel uitmaakt van Kroatië en waar honderden communisten slachtoffer werden van een gruwelijke wending van de geschiedenis. Achttien jaar werkte Magris, tussen andere boeken door, aan de roman waarvoor hij maar geen goede vorm kon vinden.

Magris: „Bij een bezoek aan een museum in Antwerpen zag ik boegbeelden, prachtige vrouwen met grote, open ogen. Zij zaten vóór op het schip om als eerste de klappen op te vangen, de klappen van het leven, die van de geschiedenis. Zij vormen, hoe symbolisch, het schild dat de mannen moet beschermen. Hun ogen zagen catastrofen die verder niemand anders zag. Het boegbeeld als symbool van vrijheid, dat trof mij.

„Later vond ik in Parijs een boek over het ongelofelijke levensverhaal van Jorgen Jorgensen, de Deen die in de 19de eeuw Hobart in Australië stichtte, er later als gevangene terugkeerde en in de tussentijd het Deense bewind op IJsland omverwierp om er koning te worden. In zijn delirium identificeert verteller Salvatore zich met Jorgensen, eigent zich diens leven toe”.

Zo ontstaat een knooppunt van verhaallijnen, mythen en legenden, waarin heden en verleden, ratio en waanzin volledig door elkaar heen lopen. In een psychiatrische inrichting vertelt Salvatore zijn levensverhaal aan zijn psychiater.

Wie is Salvatore eigenlijk?

„Je zou hem enerzijds kunnen zien als een man die heeft geleefd, die heeft liefgehad enzovoorts. Anderzijds is hij ook een onpersoonlijke stem, een koor van vele andere, iemand die zich verliest in een collectief noodlot dat hem volledig heeft verpletterd. Hij geeft, in meervoud, een stem aan de mensheid, hij is Atlas voor wie de wereld te zwaar is, die uit elkaar valt, versnippert raakt. Maar het kan net zo goed zijn dat het de wereld van een delirium is, dat het allemaal verzonnen is, één grote leugen.”

Staat Salvatore niet voor ons allemaal?

„Hij is ook iedereen, ja. Iedereen beleeft de essentiële dingen van het leven, opgroeien, vallen, verliefd worden, oud worden. Dat behoort tot het universele dat wij allemaal meemaken. In die zin zijn wij allemaal een onbekende soldaat. We zijn allen naamloos of dragen juist de naam van iedereen.”

Een van de vele beelden van verblinding en duizeling die het boek rijk is, betreft een geliefde vrouw op wie de verteller wacht in een café. Op het moment dat zij door de draaideur gaat, verdwijnt ze in ‘reflecties, oplichtende en verdwijnende scherven’.

„Zo zie ik de tijd. Die is nooit lineair, altijd versnipperd. Het draaien van de deur is als het verstrijken van de jaren. Tegelijkertijd wordt het leven geblokkeerd, alsof je perioden gevangen zit tussen die deuren. Soms kun je er ook maar moeilijk uitkomen. In de tijd is altijd alles aanwezig. Salvatore heeft geen rustige, onthechte blik op zijn verleden. Integendeel, hij beleeft op een brandende manier alles wat hij heeft meegemaakt of wat hij denkt te hebben meegemaakt.”

Wat betekent dat voor de manier waarop u het tijdsperspectief van een leven ziet?

„Het leven is voor mij een continu heden, een voortdurend va-et-vient. Niets belangrijks blijft opgesloten in het verleden. Het verleden bestaat niet, het verleden ís. Dat is soms een rijkdom, soms erg vermoeiend. Vrouwen, vrienden, huizen – ik draag ze allemaal met met mee. Ik ben een slak die zijn huis met zich meezeult. Vrouwen die me fascineerden toen ik 20 was, kunnen nu nog een enorme invloed op me uitoefenen. Zo zit het heden in elkaar, alles is vermengd.”

Impliceert dat dat men ook altijd meer is dan de som van de elementen van zijn eigen leven?

„Natuurlijk! Ervaringen van anderen behoren tot het eigen leven. Sommige dingen die ik niet zelf heb beleefd, maar die mij verteld zijn, zijn tot mijn eigen ervaringen gaan behoren. Ik vertel ze alsof ik ze zelf heb meegemaakt.” Dat is precies wat Salvatore doet in Blindelings. „Ja, die visie vind je terug in mijn stijl. Je gaat altijd terug naar de bron, je gaat steeds dieper je microkosmos in. Naar beneden. Als in een draaikolk.”

Een terugkerende mythe in de draaikolk die deze roman is, is die van Jason en de Argonauten.

„Wat me interesseerde was de confrontatie tussen de beschavingen. Het westen minacht het barbaarse oosten, dat echter de veel rijkere, Griekse beschaving in zich draagt. Het verhaal van de Argonauten is erg oud en een voorbeeld bij uitstek van postmoderne communicatietechniek. Fascinerend is de episode waarin de Argonauten, op weg naar het Gulden Vlies, aanleggen op het eiland van de Dolionen, een volk dat hen gastvrij en vriendschappelijk ontvangt. Ze nemen afscheid, zetten de zeilen bij, de wind draait en laat hen ’s nachts opnieuw landen op het eiland dat ze kort daarvoor hebben verlaten. De Dolionen denken dat ze worden aangevallen en de broedervolken moorden elkaar uit. Dat is een tragedie. Alles schuift over elkaar heen, verwijst naar elkaar.

„In mijn boek is er de zwarte oorlog waarin de aboriginals in Australië worden uitgemoord, er zijn de goelags, de verschrikkelijke strafkampen, er is de anekdote van de Engelse admiraal Nelson die Kopenhagen bombardeert, zijn verrekijker voor zijn ooglap houdt en dus de witte vlaggen niet ziet, waardoor het bloedbad doorgaat”.

Door het hele boek tref je verwijzingen aan naar de titel, ‘Blindelings’.

„Je kunt blindelings leven, liefhebben, zonder wat dan ook te zien. Dat is wat Salvatore doet. Je kunt ook alleen dat zien wat je wilt zien, zoals Nelson. Blindelings leven is leven op een niet-bewuste manier, op een manier die te goeder trouw is, maar wel het resultaat van een lange periode van verrotting en afstomping. Leven zonder er al te veel over na te denken, dat is het algemene perspectief van het boek.”

Toch wordt het leven en het lot van Salvatore volledig bepaald door zijn trouw aan de communistische partij, waarvoor hij voortdurend zijn leven in de waagschaal zet en die zijn leven stuurt.

„Zijn anti-fascisme brengt hem eer maar ook groot schuldgevoel. Het is zijn manier van leven. Hij symboliseert de strijd voor het goede. Waarden die het leven zin geven, die haar grootheid verlenen, brengen altijd risico en gevaar met zich mee. Salvatore wordt meegesleurd door het communistische systeem en wordt daar ook het slachtoffer van. Toch geeft hij zijn strijd nooit op. Grote metafysische ideeën geven mensen die enorme innerlijke kracht. Religie kan ook zo’n idée fixe zijn.”

De maalstroom van al die gedachten wordt in het boek ook op moderne leest geschoeid. Salvatore spreekt niet alleen met zijn psychiater, hij zit ook achter de computer, is aan het chatten, doet aan groepstherapie, dicteert in een dictafoon.

„Het is een manier om die kolkende stemmen vorm te geven, maar evengoed een confrontatie met een wereld die volledig anders is. Stemmen kunnen zich zo herhalen en ontlenen er extra kracht aan. Salvatore is soms bang abstract te zijn, een product van de verbeelding, pure fictie. Soms hoopt hij dat juist, om te ontsnappen, om niet te lijden. Dat is ook de verleiding van al die computerspelletjes, van de virtuele wereld.

„Ook in onze tijd gaat het over grenzen, worden mensen opgesloten, gedood, worden waarden vernietigd. Die helse mechanismen gaan nog steeds door.”

Waar ballingen zijn, ben jij vroeg of laat ook een balling, schrijft u.

„Zo is het. De kwaliteit van ons leven hangt niet alleen af van onszelf. Het gaat om de kwaliteit van de maatschappij waarin wij leven. Daarom is Salvatores stem niet die van één individu. Dat egoïsme moet je overschrijden. Ballingschap gaat iedereen aan.”

Claudio Magris: Blindelings. Vertaald door Anton Haakman en Linda Pennings. De Bezige Bij. 346 blz. € 19,90