Oengaaa! Veronica!

Auke Kok: Dit was Veronica. Geschiedenis van een piraat. Thomas Rap, 377 blz. € 19,90

Je hebt de dag dat the music died – 3 februari 1959 toen Ritchie Valens, The Big Bopper en Buddy Holly veronge- lukten – en je hebt die andere sterfdatum, 31 augustus 1974, toen de democratie in Nederland het loodje legde. Althans, volgens Rob Out, directeur van zeezender Veronica die op die dag op last van de regering de uitzendingen moest staken. Bijna veertien jaar was de etherpiraat in de lucht geweest en met gebroken stem sprak Out de laatste woorden aan boord van het zendschip. ,,Met het afscheid nemen van Veronica sterft ook een beetje de democratie. Dat spijt me. Voor Nederland.” Het Wilhelmus, klonk, nog één keer de filler Ve-ro-ni-ca, en daarna kosmische ruis.

We zijn dan op pagina 348 van Dit was Veronica van Auke Kok, bekend van 1974, zijn mooie boek over het WK voetbal dat ‘we’ van de Duitsers verloren. En we hebben opnieuw kennisgemaakt met Tineke de Nooij (Koffietijd), met Will Luikinga (Will wil wel), met Lex Harding (Lexjo), Chiel Montagne, Jan van Veen (Candlelight). En met heel veel anderen, en vooral met Willem van Kooten, alias Joost de Draaijer en met Rob Out.

Willem van Kooten ging als 19-jarige student Nederlands in 1960 bij radio Veronica werken, aanvankelijk als tekstschrijver van commercials. De zender was na een rommelige start in handen gekomen van de gebroeders Verweij, handelaren te Hilversum in onder meer textiel. Daar was ook de studio, waar alle uitzendingen op de band werden gezet. De banden werden vervolgens naar het schip gebracht, dat buiten de territoriale wateren voor anker lag, en zo’n drie dagen daarna werden de opgenomen klanken uitgezonden. In 1961 kreeg Van Kooten zijn eerste eigen programma: Joost mag het weten.

Oubollige snit

In die tijd was de programmering van de zeezender nog van onverdacht oubollige snit. Veel ‘Gevarieerde Grammofoonplaten’, een ‘Instrumentaal Halfuurtje’, een pianist met ritmische begeleiding en zelfs klassieke muziek. Van Kooten bracht daar verandering in, vijf jaar later was Veronica een echte popzender. Hij werd programmaleider van de zender, maakte een studiereis naar Amerika en kwam terug met allerlei vernieuwingen. Door de muziek heenpraten, commercials aankondigen, spelen met geluidseffecten, oerwoudkreten slaken en klinkers en medeklinkers lang aanhouden. Oengaaaaaa! Hier was niet een omroeper aan het werk, maar Nederlands eerste diskjockey. Niet iemand die anoniem wenste te blijven, maar een persoon, ironisch, studentikoos, vol met taalgrappen en nieuwe uitdrukkingen – zoals de ‘nationale zaterdagmiddaggebeurtenis’, waarmee naar de Top-40 werd verwezen.

Al die joligheid was mogelijk geworden doordat het luisterpatroon drastisch was veranderd, vooral dat van de jeugd. Die had steeds vaker zijn eigen transistorradiootje. Op de eigen kamer naar de zeezender luisteren was heel wat aantrekkelijker dan in de huiskamer de televisieshow van Teddy en Henk Scholten uit te moeten zitten.

Toffe muziek

Uiteindelijk zou de toon en stijl van Veronica toch veel minder progressief en vernieuwend worden dan die van de andere piratenzenders. Veronica werd een station voor ‘toffe muziek’, waar voor de laatste plaat van Vader Abraham en Corry en de Rekels altijd ruimte was, maar waar, eerlijk is eerlijk, deejay Lex Harding ook progressieve pop bleef draaien. Met het station is altijd flink geld verdiend. De reclameboodschappen bleken effectief; waar het station te ontvangen was, kende iedereen de radio- en tv-winkels van Televersum, en als de eerste tonen van het nummer ‘Mexico’ van de Amerikaan Bob Moore klonken, dacht half Nederland maar aan één ding: de nylonkousen van Nur Die. Want die twee woorden, met dat muziekje naadloos tot een commercial gecombineerd, werden 19 keer per dag uitgezonden. De importeur van de kousen verdiende er goed mee, en dat kwam mooi uit want dat was Dirk Verweij, een van de eigenaren van het zendschip.

Zo sneed het mes aan twee kanten, en dat deed het vaker aan boord van de etherpiraat. De meeste diskjockeys hadden bijvoorbeeld ook belangen in muziekuitgeverijen. Van Kooten was er mee begonnen en ook de andere deejays ontdekten hoe lucratief dat was: hoe vaker je een plaatje draaide, des te meer werd het verkocht en des te hoger ook de opbrengst voor de muziekuitgeverij.

Kok beschrijft het allemaal minutieus, hij ontrafelt de geschiedenis, de belangen. Hij geeft een levendig beeld van de gemeenschap die de Veronica-dj’s met elkaar vormden, hun ruzies in de Hilversumse studio’s, hun gekonkel, hun sterallures, hun braspartijen in Loosdrecht. Kok heeft bovendien een bijzonder talent voor de rake typering, en dat is geen overbodige luxe in een boek waarin zoveel zakenlieden, platenpluggers, artiesten en diskjockeys rondlopen. En als je het boek in één ruk hebt uitgelezen dan weet je zeker: met het verscheiden van Veronica stierf niet de democratie, maar juist de dictatuur van de goede smaak. Want toffe muziek draaien en daar dan weer humoristisch doorheen praten is sinds 1974 naar alle windstreken van het omroepbestel uitgewaaierd.