Met Sparta begon de victorie

Er zijn veldslagen die millennia blijven nagalmen. Die tussen de Grieken en de Perzen bij Thermopylae bijvoorbeeld. Een specialist schetst de werkelijkheid achter de succesfilm ‘300’.

Thermopylae, 480 v. Chr. De Spartanen van Leonidas kijken naar een door de Perzen afgeschoten pijlenregen Scène uit de film ‘300’ van Zack Snyder PHOTOGRAPHS TO BE USED SOLELY FOR ADVERTISING, PROMOTION, PUBLICITY OR REVIEWS OF THIS SPECIFIC MOTION PICTURE AND TO REMAIN THE PROPERTY OF THE STUDIO. NOT FOR SALE OR REDISTRIBUTION Courtesy of Warner Bros. Ent.

Paul Cartledge: Thermopylae. The Battle that Changed the World. Woodstock, 313 blz. € 31,–

De regering van Iran heeft al een protest laten horen: de film 300, die nu ook in de Nederlandse bioscopen draait, beeldt de Perzen uit als decadente oosterlingen die door de supermannelijke Spartanen in de beroemde slag bij Thermopylae zo hardnekkig tot de laatste man werden bevochten dat de Spartaanse nederlaag een morele overwinning werd die na 2500 jaar nog steeds nagalmt. De Britse oud-historicus en gerenommeerd kenner van Sparta, Paul Cartledge, heeft zijn boek over Thermopylae dus precies op tijd gepubliceerd.

Thermopylae is duidelijk voor een breed publiek bedoeld. Wie wil weten wat er aan de hand was in de wereld van westelijk Eurazië rond 500 v. Chr. en waarom die slag bij Thermopylae zo’n historische gebeurtenis was, kan hier terecht. De voorgeschiedenis wordt breed uitgemeten, terwijl nabeschouwingen, een epiloog en drie appendices de lezer duidelijk moeten maken waarom deze slag ‘de wereld veranderde’, zoals de ondertitel van het boek luidt.

Het Perzische Rijk, het eerste ‘wereldrijk’ in de geschiedenis, was halverwege de 6de eeuw v. Chr. ontstaan en liep een halve eeuw later al van de Indus tot de monding van de Donau. Koning Darius I drong rond 500 in Zuid-Rusland door, onderdrukte een opstand van Griekse steden op de westkust van Klein-Azië en zond een expeditie uit tegen Athene om die stad te straffen voor haar hulp aan de opstandelingen. De onderneming eindigde met de nederlaag van een Perzisch leger bij Marathon in 490.

Hoe belangrijk ook voor het Griekse moreel, ‘Marathon’ prikkelde de Perzen eerder om grootscheeps tot de aanval over te gaan dan dat het hen van verdere avonturen weerhield. De grote aanval kwam tien jaar later onder Darius’ zoon Xerxes. Het lijdt weinig twijfel dat onderwerping van Europees Griekenland, van de hele Balkan, en zo mogelijk verdere expansie naar het westen, in de bedoeling lag.

Griekenland was verdeeld in talloze kleine tot zeer kleine stadstaatjes. Slechts een minderheid daarvan besloot tot gezamenlijke tegenstand tegen Xerxes. De leiding viel daarbij vanzelfsprekend toe aan Sparta, dat de reputatie bezat de sterkste militaire macht op het vasteland te zijn. Noord-Griekenland bleek al gauw onverdedigbaar en zo werd de pas die toegang gaf tot Boeotië en Attika (tegenwoordig beduidend breder door aanslibbing en verandering van de kustlijn) de eerste verdedigingslinie. Een troepenmacht van ruim 4000 man uit verscheidene staatjes, onder bevel van de Spartaanse koning Leonidas, moest er de Perzische legermacht zien op- of tegen te houden. Toen op aanwijzing van een plaatselijke herder – Efialtes, een naam die voortaan synoniem werd met verrader – de Perzen via een bergpad in de rug van de Griekse troepen belandden, stuurde Leonidas het grootste deel van de Griekse legermacht weg en bleef hij alleen achter met driehonderd speciaal geselecteerde Spartanen en ruim vierhonderd man uit Boeotië.

Epigram

‘Vreemdeling, bericht de Spartanen dat wij hier/begraven liggen gehoorzaam aan hun wetten’ luidt een beroemd epigram over de gesneuvelde Spartanen. Herodotus, onze voornaamste en feitelijk enige bron, benadrukt de tegenstelling tussen vrije Grieken en al die andere, aan de Perzische despoot onderworpen volken meer dan eens. En Cartledge volgt hem hierin na, spint de tegenstelling nog verder uit tot in onze tijd en weeft aldus een heel boek rondom the last stand van de legendarische driehonderd Spartanen.

Door Cartledge wordt de hele strijd in 13 van de 313 pagina’s afgehandeld, maar gezegd moet worden dat de tekst van Herodotus (in een stijl die bewust aanknoopt bij de slagveldbeschrijvingen van de Ilias) de moorddadige gebeurtenissen meer evocerend en daardoor uiteindelijk realistischer beschrijft. Cartledge legt zijn accenten elders. Voor hem gaat het om de implicaties van die strijd, om de botsing tussen vrijheid en despotie, om het Westen en de dreiging uit het Oosten.

En natuurlijk gaat het hem ook om Sparta, waarmee hij zich als historicus al zo lang heeft beziggehouden. De lezer krijgt een uitgebreid beeld van die merkwaardige Spartaanse maatschappij voorgeschoteld, waarbij de auteur meer dan eens wijst op het autoritaire en onmenselijke karakter daarvan, speciaal in de behandeling van de aan Sparta onderworpen ‘heloten’. Niettemin heeft Griekenland en daarmee de westerse beschaving volgens hem aan dit Sparta zijn vrijheid te danken. Thermopylae werd verloren, maar de heroïek van Leonidas en de zijnen inspireerde tot onversaagd volhouden: nog in hetzelfde jaar werd Xerxes’ vloot bij Salamis verslagen en in 479 behaalden de Grieken te land de definitieve overwinning in de slag bij Plataeae, waarin wederom de Spartanen het grootste aandeel hadden.

Dat het om historische gebeurtenissen van groot belang is gegaan, zal niemand betwisten. Maar waarin zit dat ‘wereldhistorische’ van deze slag ‘die de wereld veranderde’? Merkwaardig genoeg weidt de auteur daar nauwelijks over uit. Hij lijkt ervan uit te gaan dat die betekenis vanzelfsprekend is. We horen enkele opmerkingen over de Griekse democratie, die niet tot ontwikkeling had kunnen komen onder Perzische overheersing, en over de Griekse cultuur, de Attische tragedie in het bijzonder, die opbloeide in het democratische Athene na de Perzische Oorlogen. Op zichzelf is dat allemaal juist, maar lichte twijfels roeren zich gemakkelijk. Zo blijft het bijvoorbeeld een feit dat de Griekse Verlichting in de vorm van de beginnende filosofie en wetenschap tot een eerste ontplooiing kwam in de 6de eeuw in het door de Perzen overheerste Ionië.

Londense aanslag

Voor Cartledge mag de lijn van Xerxes en Leonidas doorgetrokken worden naar het heden. Zijn boek is opgedragen aan een bekende die omkwam bij de aanslag op de Londense ondergrondse op 7 juli 2005 en af en toe wordt de lezer vermaand zich te realiseren dat ook tegenwoordig de vrijheid weer – en opnieuw vanuit het oosten – wordt bedreigd. We moeten voorbeelden nemen, aan Leonidas en de zijnen en aan Herodotus. In een apart hoofdstuk wordt de vader der geschiedschrijving geprezen om zijn milde en onpartijdige houding tegenover allerlei niet-Griekse volken en culturen, een houding die als ‘tegengif’ tegen het religieuze fundamentalisme van onze tijd wordt aanbevolen. Dat is allemaal waar en sympathiek. Maar hoe moeten we de vergelijkingen begrijpen? Wie is de hedendaagse Xerxes? En waar staat het Perzische Rijk nu voor: Al-Qaeda, de hele agressief-militante islam, of toch het Iran van Ahmadinejad? De schrijver laat ons hier een beetje in de steek. Eigenlijk is dat maar beter ook. Zo kan iedereen er het zijne van denken en, inderdaad, waar nodig inspiratie opdoen bij Leonidas, tegen welke Xerxes dan ook, zolang we maar beseffen, zoals Kafavis in een mooi gedicht het formuleerde, dat dan Efialtes nooit ver weg kan zijn. Als het de bedoeling van Cartledge was de lezers dat alles bij te brengen is hij in zijn opzet zeker geslaagd.

De film ‘300’ van Zack Snyder draait in 59 Nederlandse bioscopen.