Licht voor de kunstcassette

De van zijn films met Wim Wenders en Lars von Trier bekende cameraman Robby Müller (1940) selecteerde fragmenten uit zijn films voor de expositie ‘Someone makes a call and the sun goes down’.

Robby Müller in 10 films. Wat koos u uit?

„Stukken waarvan ik hoopte dat mensen het leuk zouden vinden om ze (weer) te zien. Zoals de scène uit Paris, Texas (1984) van Wenders waarin Harry Dean Stanton voor het eerst Nastassja Kinski ziet in die peepshow. Dat is ook een heel bekende still uit de film geworden. En verder scènes uit Down by Law (1986), Mystery Train (1989), Dead Man (1995) en Ghost Dog (1999) van Jim Jarmusch en uit Breaking the Waves (1996) van Lars von Trier.

Bent u trots op die scenes?

Misschien. Maar ik vind dat ik verder niet zo in het middelpunt moet staan.

Ziet u zo’n scène als u het script leest al voor zich?

Dat komt later. Iedere film kiest zijn eigen weg. De stijl komt meestal intuïtief. Het hangt van het verhaal af en wat de regisseur wil. Je moet als cameraman natuurlijk wel een beetje kunnen meebabbelen. Soms is een blik van verstandhouding genoeg om te weten wat iemand wil. Lars von Trier laat zich vaak wat aanbieden.

Wat is belangrijker voor een cameraman: licht of ruimte?

Met licht passeer je de ruimte. Dat gaat hand in hand. Als je een interieur filmt moet je wachten tot het licht goed staat. Je moet meer ensceneren. Buiten draaien is eenvoudiger. Je hoeft niet op het licht te wachten. Alleen op wat de natuur doet. Ja, dan moet je soms natuurlijk ook op het licht wachten.

Welk natuurlijk licht is favoriet?

Een kus bij zonsondergang kan nooit mislukken. Ik hou meer van najaarslicht, dan heb je een lagere zonnestand. Het licht in de lente is witter, scherper. Met Wim Wenders draaiden we wel eens scènes die we niet nodig hadden, alleen omdat het licht zo mooi was. Die waren voor de ‘kunstcassette’ zei hij dan. Heel sferisch. Zelfs zonder acteurs.

U filmt liever acteurs dan lege landschappen?

Ja, acteurs heb ik graag in beeld. Het gaat om de menselijke omgang. De kwaliteit van een acteur komt van binnenuit. Dan zet je hem vanzelf – letterlijk – in een beter licht. Ik heb geen grote bemoeienis met acteurs. Ze moeten toch al zoveel praten. Maar ze zijn wel geneigd om naar mij te luisteren, omdat ze weten dat ik ze goed in beeld kan brengen.

Wat vindt u van al die zwart-wit films, zoals deze week ‘The Good German’ van Steven Soderbergh, die in kleur worden gedraaid en waar dan later de kleur uit wordt gehaald?

Daar begrijp ik niets van. Met een zwart-wit negatief is een film altijd mooier af. Op kleur draaien doen ze omdat zwart-wit tegenwoordig duurder uitkomt. Zwart-wit is erg fijn. Kleur is vaak erg lawaaiig. Bij zwart-wit denken ze tenminste nog na. En je hoeft op heel veel niet te letten. Bijvoorbeeld op blozen. Het is meer als een gedicht. Je laat de kleuren weg die je niet absoluut nodig hebt. Mijn favoriete zwart-wit negatief was van Dupont. Dat is niet meer in omloop. Dat had heel mooie fluweelachtige gradaties.

Dus dan draait u eigenlijk liever niet digitaal?

Dat is een technisch verhaal. Digitaal is het contrast sterker. Maar je kunt digitaal ook meer veranderen dan met film nodig was. Uit Breaking the Waves hebben we bijvoorbeeld heel veel kleur genomen. En in reclamefilms draaien ze juist kleur bij. Maar reclamefilmers hebben dan ook minder geweten.

De tentoonstelling 'Someone makes a call and the sun goes down' is van 14 april tot en met 20 mei te zien in Museum Artis in Den Bosch. Voor meer informatie: www.artisdenbosch.nl.