Kweken tussen de nijlpaarden

Bloemen in de Nederlandse winkels komen vaak uit Afrika.

Kwekers hebben er minder last van milieuregels, maar moeten wel zorgen voor sociale voorzieningen.

Tegen de achtergrond van bloeiende bloemen baggeren nijlpaarden door de blubber van het Naivashameer, het centrum van de Keniaanse flora-industrie. De blanke bloemenboeren leven in hun landhuizen zij aan zij met de wilde dieren. Alleen in de wind fladderend afval bij de arbeidersdorpjes rond de kwekerijen ontsiert het natuurlijk schoon.

In steeds grotere mate vindt de productie van bloemen, planten en stekjes plaats in Afrika. Te weinig zonlicht, te hoge loon- en stookkosten en in toenemende mate ook milieuoverwegingen deden ruim tien jaar geleden de Nederlandse kwekers uitwijken naar Kenia, Zuid Afrika, Tanzania en Ethiopië. Kenia groeide uit tot het grootste Afrikaanse warenhuis met bloemen, voornamelijk rozen, en ook fruit en groente voor de Europese markt. Zestig procent van alle geëxporteerde bloemen van het continent komt uit Kenia. De Keniaanse florasector neemt jaarlijks toe met vier tot zeven procent.

Een snijbloem is geen natuurlijke schoonheid, maar een industrieel product. Onder toezicht van computers gedijt de bloem in een perfecte omgevingmet de juiste temperatuur en lichturen. Kweker Kees Oudhuis vliegt iedere twee weken van Nederland naar Kenia om er te werken op de bloemenkwekerij Bilashaka van het Nederlandse bedrijf Zuurbier & Co.

Met acht ton aan Nederlandse ontwikkelingshulp zette het Nederlandse bedrijf Van Kleef Roses, dat is gevestigd op Bilashaka, een waterverwarmingssysteem op met zonne-energie, onlangs feestelijk in gebruik genomen door de Keniaanse minister van landbouw. „In de nacht wordt de temperatuur opgeschroefd tot rond de 14 graden door de pijpen met verwarmd water”, legt Oudhuis uit. „Zo controleert de verwarming in de tien hectare kassen de vochtigheidsgraad die invloed heeft op ziektes” .

Bedreven vrouwenhanden knippen de rozen, sorteren en verpakken de bossen voordat deze naar de koelruimtes gaan voor verzending. Op vrijwel alle kwekerijen is de meerderheid van het personeel vrouw. De vandaag geplukte bloemen arriveren morgen op de veiling van Aalsmeer en staan overmorgen in de supermarkten van Europa. Oudhuis: „Wij kweken hier een roos met korte stengel, dat doen we vijftien procent goedkoper dan in Nederland.” Met driehonderd arbeiders produceert Bilashaka vijftig miljoen stuks per jaar.

Nederlandse kwekers verhuisden eind jaren tachtig eerst in groten getale naar Zimbabwe. Toen daar de blanke boeren moesten wijken voor Mugabe’s landhervormingen vestigden ze zich in Kenia.

In de beginjaren in Kenia kreeg de bloemenbranche door lage lonen en gul gifgebruik een slechte naam. „Toen speelde milieu geen rol”, zegt Sjaak Nannes die in Limuru, iets buiten Nairobi, kwekerij Terrasol beheert. Op zijn bureau ligt een modern boek met milieuvoorschriften. „Vroeger kon bijna alles, sinds drie jaar is dat anders. De resten van de chemicaliën bijvoorbeeld worden nu verplicht opgehaald en verbrand. Vroeger deden we dat zelf”.

Hartmut Rottcher, manager op Bilashaka, begint spontaan over de steun die zijn bedrijf geeft aan een schooltje in de buurt, het verstrekken van schoon drinkwater aan het naburige dorp, over de medische bijstand voor de arbeiders en over de vrijheid voor vakbonden. „De bloemensector is geprofessionaliseerd”, vertelt hij.

Die mening wordt onderschreven door de Keniaanse Commissie van de Mensenrechten, hoewel er volgens deze organisatie nog kleinere boerderijen zijn, veelal eigendom van Kenianen, waar de arbeidsomstandigheden te wensen over laten. Na hun moeizame start tien jaar geleden wanen de kwekers zich nu populair. „Ik hoef maar iets te fluisteren over vacatures en de volgende dag staan er tientallen gegadigden aan mijn poort voor werk”, zegt Sjaak Nannes.

In het oude Afrika van vóór en vlak na de onafhankelijkheid verschaften plantages en andere grote bedrijven niet alleen werk maar ook huisvesting, scholing en gezondheidszorg. De oude Afrikaanse werknemer denkt aan die tijd terug als aan een periode van een soort verzorgingsstaat. In het nieuwe Afrika nemen zwakke en soms corrupte regeringen vaak maar in beperkte mate verantwoordelijkheid voor hun onderdanen en rekenen op het sociale geweten van buitenlandse investeerders. „Als de openbare weg naar ons bedrijf verandert in een modderpoel, wachten we niet op de overheid en verbeteren de weg zelf, samen met andere bedrijven”, zegt Kees Oudhuis.

Het verbeterde imago heeft niet iedereen overtuigd. Twijfels over productie van groenten, fruit en bloemen in verre en arme landen groeien. Recente acties in Groot-Brittannië tegen tuinbouwproducten uit Kenia jagen kwekers angst aan. Volgens Britse supermarktketens zijn Keniaanse producten niet milieuvriendelijk doordat door de lange vliegreis veel koolmonoxide in de lucht komt. „Als die campagne tegen Keniaanse producten doorgaat, kunnen de gevolgen gigantisch zijn”, verwacht Kees Oudhuis. Een half miljoen Kenianen heeft werk in het kweken van bloemen en planten. Toerisme en de export van bloemen, koffie en thee zijn de belangrijkste bron van harde valuta. Een crisis in de tuinbouw zou de economie hard treffen.

„We zijn helemaal niet de grootste vervuilers”, reageert Erastus Mureithi, hoofd van de Keniaanse Bloemenraad, op de actie in Groot-Brittannië. Een recent onderzoek door de Britse Cranfield Universiteit geeft Mureithi gelijk: de kwekers in Nederland blijken tien keer zoveel primaire energie te gebruiken als hun collega’s in Kenia en vijftien keer zoveel CO2 uit te stoten.

Slechts 20 procent van Kenia’s grond leent zich voor landbouw en door ontbossing krimpen de rivieren en de meren. In het licht van die schaarste roept het gebruik van grond en water voor de verbouw van consumptiegoederen in Europa vragen op. De kwekers geloven niet dat hun aanwezigheid een groot verschil uitmaakt. Ze pompen rond het Naivashameer, het centrum van de bloemenproductie, dagelijks twintigduizend kubieke meter uit het meer. „Evenveel als er iedere dag verdampt, dus je kunt de kwekers niet verantwoordelijk stellen voor de daling van de waterspiegel”, stelt Kees Oudhuis.

Zolang het in Europa in de winter koud blijft en in Afrika warm, lijkt er een bestaansrecht voor de tuinbouw in Kenia. De bloemenindustrie is marktgevoelig maar net als bijvoorbeeld met diamanten proberen de producenten de markt kunstmatig op te voeren. Sjaak Nannes: „Moederdag, Valentijn, secretaressedag, we verzinnen altijd iets nieuws om de verkoop van bloemen en planten te stimuleren”.