Je moet het zelf weten

Fleur Jurgens: Het Marokkanendrama. Meulenhoff, 176 blz. € 15,–

Waarom, wilde Fleur Jurgens weten, zijn er zoveel ontspoorde en criminele jongens van Marokkaanse afkomst? Speelt de gezinssituatie een rol? Het Marokkanendrama is het verslag van de zoektocht naar een antwoord. Niet eenvoudig, zo merkte de auteur, want de vraag is nog steeds zeer beladen. Veel van de door haar benaderde hulpverleners, buurtwerkers, kinderrechters, opvoedkundigen, politieagenten, leerplichtambtenaren en anderen die te maken hebben met deze Marokkaanse doelgroep wilden niet praten. Want ‘de’ Marokkaan bestaat niet. En: er zijn ook veel geslaagde Marokkanen.

De deskundigen die wél wilden praten geven een aardig inzicht in een probleem dat wel degelijk bestaat. Op basis van gesprekken met hen, laat Jurgens zien hoe verwaarlozing, een autoritaire opvoedingsstijl, de liefdeloze importhuwelijken van Marokkaanse ouders, lage intelligentie, armoede, taalproblemen, eercultuur, frustratie over Nederland, softe politie, gebrek aan goed onderwijs en de Nederlandse vrijblijvendheid in elkaar grijpen en het Marokkanenprobleem maken tot wat het is.

Verklaringen beschouwt ze verfrissend kritisch. Zoals de verklaring die Jurgens krijgt als ze vraagt waarom Marokkaanse ouders van overlast veroorzakende jongens nauwelijks aanspreekbaar zijn op het gedrag van hun zoons. Marokkaanse ouders, is een veelgehoorde opvatting, denken dat, net als in Marokko, de community – kruidenier, buurman, tante, leraar, politieagent – hun kinderen opvoedt. Maar in Nederland blijkt dat niet zo werken. De sociale controle, zo gewoon in het Marokkaanse dorp, ontbreekt hier.

Maar waarom, vraagt Jurgens zich af, houden die ouders dan zo lang vast aan die plattelandsmethode van opvoeden? Ook als zij al 20 jaar hier wonen. En kan het dat de Marokkaanse gemeenschap wél zeer oplettend is als het gaat om ‘aanstootgevend’ gedrag van meisjes (een sigaret roken, met een jongen praten). Dan werkt de sociale controle klaarblijkelijk wel.

De ouders verschuilen zich achter hun onmacht, daarin gesteund door hulpverleners. Zij kunnen er niets aan doen dat het misloopt. De Marokkaanse jongens voelen zich slachtoffer. Ze zijn losers maar dat ligt niet aan hen. Dat ze geen baan hebben komt doordat ze worden gediscrimineerd. Dat ze geen diploma hebben, geen autoriteit accepteren en niet op tijd komen, daarover hoor je ze niet, zegt Jurgens. Hun eigen aandeel in de problemen? Dat is een bijna impertinente vraag, stelt de auteur.

Maar het is wel een goede vraag, en de antwoorden en observaties van de verschillende geïnterviewden zijn hard maar overtuigend. Jammer is wel dat Jurgens bijna geen Marokkaanse ouders en jongens uit de doelgroep heeft gesproken. ‘Hun deuren zaten potdicht.’ Je had ze er graag over willen horen. Zouden zij nog een uitweg zien? Jurgens, aan het eind van het boek, wel. Zowel ouders als jongens moeten (dwingend) op hun eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken. Want de eigen keuze is, vindt ze, het politiek-correcte hiaat in de vele analyses van het Marokkanendrama. Een goede suggestie, er zal alleen nog een revolutie in hulpverlenersland voor nodig zijn.