Iets terugdoen voor haar sport

Oud-wereldkampioene Gella Vandecaveye (33) wil als topsportcoördinator het Belgische judo uit het dal halen. „Ik heb gezien hoe het niet moet en nu wil ik iets terugdoen voor de sport die mij veel gegeven heeft.”

Gella Vandecaveye. (Foto Reporters) Gent, 2005/06/30 Gella Vandecaveye Reporters©Wim Beddegenoodts Oud-wereldkampioen judo REPORTERS

Michiel Dekker

Een Britse judoka wilde het toch even zeker weten. Die Belgische, die is toch gestopt? Gella Vandecaveye kwam gisteravond in rood trainingspak en op sportschoenen de Beogradska Arena binnenwandelen voor de loting van de Europese kampioenschappen die ze zeven keer won. Als topsportcoördinator van de Vlaamse Judofederatie regeert ze over haar eigen erfenis. „Het Belgische judo heeft boven zijn stand geleefd.”

Gella Vandecaveye (33) vormde in de jaren negentig met Ulla Werbrouck het uithangbord van het Belgische judo. De West-Vlaamse sportvrouwen vormden het koningskoppel in de Belgische ploeg van de toenmalige bondscoach Jean-Marie Dedecker, intussen politicus, die tientallen medailles won bij Olympische Spelen, wereld- en Europese kampioenschappen.

De carrière van Vandecaveye, die in 1993 doorbrak met de wereldtitel in het Canadese Hamilton, is getekend door blessures en comebacks. In 1998 brak ze een nekwervel bij een val op de tatami en leek veroordeeld tot een leven in een rolstoel. Maar nog geen half jaar later behaalde ze haar vierde Europese titel. In de voorbereiding op de Zomerspelen van 2000 in Sydney scheurde Vandecaveye de kruisbanden van haar rechterknie. Ze stelde een operatie uit en won tijdelijk opgelapt een bronzen medaille, na zilver in Atlanta in 1996.

En hoewel Vandecaveye geen letsel opliep bij de keer dat ze over de kop vloog als bijrijder in de woestijnrace Dakar Rally, presteerde ze het in 2001 geblesseerd te raken in haar eigen keuken. De judoka in de gewichtsklasse tot 63 kilogram, die plannen maakte voor bergbeklimmingen en reizen rond de wereld, liet een broodmes recht op haar blote voet vallen. De gescheurde pees in haar grote teen hield haar niet van de wereldtitel.

,,Een slapstick’’, zei Vandecaveye gisteravond over het ongeluk. Lachend: ,,Als ik had geweten dat ik een mes in mijn voet nodig had om voor de tweede keer wereldkampioen te worden, dan had ik het vast eerder gedaan.’’

Ulla Werbrouck was al gestopt toen Vandecaveye haar carrière in 2004 besloot met een negende plaats bij het olympische toernooi in Athene. De nieuwe garde vecht vooral tegen een hoog verwachtingspatroon. ,,Het is niet eerlijk ze met de judoka’s van de jaren negentig te vergelijken. We waren verwend met een goede generatie. Het is niet normaal dat twee vrouwen, streekgenoten bovendien, buitensporige prestaties behalen. Je kunt jonge Belgische tennissers ook niet blijven vergelijken met Kim Clijsters en Justine Henin en atleten niet met Tia Hellebaut en Kim Gevaert.’’

In december werd Vandecaveye benoemd tot topsportcoördinator, als opvolger van de ontslagen Danny Belmans. Ze leidt de Vlaamse tak van de nationale judofederatie, want ook in sport is België verdeeld. ,,Ik moet structuur creëren in de chaos van de nationale bond. Als ik was gevraagd voor deze functie door de directie uit mijn tijd, had ik het niet gedaan. Iedereen leefde op zijn eigen eilandje en werkte in eigen belang in plaats van dat van de sport. Ik heb gezien hoe het niet moet en nu wil ik iets terugdoen voor de sport die mij veel gegeven heeft.’’

Vandecaveye, die op televisiezender Vitaya is te zien met een eigen programma, nam afscheid van ,,het gesjoemel’’ en richt het Belgische judo in naar eigen inzicht. De afgestudeerd communicatiemanager stelde een nieuw trainersteam samen met aan het hoofd René Goos, een oud-militair die eerder de nationale selectie tot 23 jaar leidde. In Antwerpen werd een topsportschool opgezet voor talentvolle judoka’s van twaalf tot achttien jaar. En op voorspraak van Vandecaveye werd haar oud-trainer en manager Eddy Vinckier benoemd tot talentscout.

In Belgrado betreden vijf Vlamingen en één Waal de tatami. Net als in de jaren negentig zijn twee vrouwen, Ilse Heylen en Catherine Jacques, het uithangbord van de Belgische ploeg. ,,Vorig jaar hebben we twee bronzen medailles gewonnen. Met hetzelfde resultaat ben ik tevreden, met een medaille meer ben ik een gelukkige vrouw’’, zei Vandecaveye. In trainingspak of niet, vandaag moet ze als alle bondsbestuurders op de tribune plaatsnemen. ,,Ik kan zelf niet meer voor medailles zorgen, maar ik kan mijn judoka’s toch wel een peptalk geven voor een gevecht?’’