Geitenmest is het best

Tuin in de branding. Verhalen, liedjes en verzen uit Nieuw Vredelust. Gianotten, 365 blz. € 25,–

Een geweldig idee: met een aantal schrijvers een verenigingsblaadje ‘overnemen’. Je zou het in bedrijfseconomische termen een ‘vijandige overname’ kunnen noemen, als het niet zo onschuldig was. Lien Heyting, kunstredacteur van deze krant, was de trotse bezitter van een tuintje op ‘Nieuw Vredelust’, een volkstuincomplex nabij de Amsterdam Arena. Vanaf augustus 1987 schreven Heyting, haar zuster Christa Heyting, Hans Ree, Rudy Kousbroek, Adriaan van Dis, Maarten ’t Hart en K.Schippers regelmatig in het blaadje van Tuingroep Nieuw Vredelust. Alles onder pseudoniem. Toen ook uitgever Reintje Gianotten op Vredelust neerstreek kwam een bundeling ter sprake, die nu is verschenen: Tuin in de branding. Een heerlijk boek. Niemand van de schrijvers hoeft zich waar te maken, alle verhalen en gedichten zijn ontspannen en geestig.

Schaker/schrijver Ree legt onverwachte verbanden tussen zijn zijn edele sport en tuinieren: ‘Het schaken werd in het begin voornamelijk in de tuin gespeeld. Helaas is het nauwe verband tussen schaken en de tuin in latere tijden grotendeels verloren gegaan’. Kousbroek dicht als ‘Jan Salie’: ‘Nederland is ons aderland,/ Het land onzer vooraderen./ De oertaal is het Nederlands./ De mensen in dit land beminnen de rede./ Menige redestichter huist er;/ Er is hier zelfs een Redespaleis,/ en een tuincomplex ‘Nieuw Redelust genaamd.’

Iets minder dik vertegenwoordigd is Van Dis (Jan Balkon), maar zijn Vredelust-bijdragen mogen er zijn. ‘Soms denk ik: vlieg op, laat het onkruid winnen van de cultuurgewassen, laat de verf van mijn huisje bladeren, geef verval en rotting een kans. Ja, dat zijn de dagen dat ik naar de dood verlang.’ Schitterend is de oorlogsherinnering aan andijvie van K. Schippers (K. Tuinders). Men gaat in Haarlem in het huis van een oom uit logeren maar heeft de bonnenkaart thuis laten liggen. Er blijkt één uitkomst: oom heeft andijvie uit eigen tuin klaargezet. ‘Daar stonden ze. Tientallen stronken, netjes in rijen. […] Ik keek naar mijn vader. Hij zei niets. Andijviestamppot, andijviesla, andijvie… Dat dacht hij natuurlijk.’

Naast alle toppers in Tuin in de branding is ’t Hart de top. Als Cor de Niet schrijft hij over tal van onderwerpen, waaronder het bemestingsvraagstuk: ‘Koemest is goed, maar zwaar. Kippenmest is scherp en laat zich niet gemakkelijk winnen. Nee, de beste mest om mee te werken is geitenmest. De geit levert ze af in nette pallets die je zo van de grond kunt oprapen. Doe de pallets in een emmer water. Laat die emmer zo’n dag of twee staan en je hebt geitenmestwater dat zich bij alle koolsoorten laat gieten.’

Meer weten? Atte Jongstra leest door op www.nrc.nl/boekenblog