Dicht wegens verbouwing

In Amsterdam en Utrecht worden overal nieuwe concertgebouwen neergezet en musea en schouwburgen verbouwd. Daardoor lijken de steden bijna cultureel op slot te zitten. Wat zijn de gevolgen?

Verwilderd staan twee Amerikaanse toeristen op de stoep voor het Rijksmuseum, onbereikbaar en in staat van totale verbouwing. Ze lopen voor het hek wat heen en weer, draaien zich hulpeloos in alle richtingen en worden bijna aangereden door bellende fietsers. Dan klampen ze mij aan. „We kwamen voor de Nachtwacht en Rembrandt, maar alles is dicht.” De bordjes die melden dat ze om het museum heen moeten lopen naar het deel aan de achterkant dat nog wel is geopend, hadden ze niet gezien.

Onderweg naar het Museumplein vertellen Conrad en Marion dat ze als jonge hippies in 1970 hun eerste bezoek brachten aan Amsterdam, toen nog de ‘Magic City’. Dat vriendelijke Amsterdam waar alles kon, kennen ze niet meer terug. Straten in het centrum zien er desolaat uit, overal wordt aan de metro gebouwd. De Dam ligt op verschillende plaatsen open.

Het Stedelijk Museum is ook dicht, vertel ik. Er is bij het Centraal Station een tijdelijke ruimte in het oude postgebouw, maar je moet wel weten hoe je er komt. En het Scheepvaartmuseum met de kopie van een VOC-schip is ook dicht wegens verbouwing. Het Paleis, het ‘Achtste wereldwonder’ en het beste bewijs voor de glorie van de Gouden Eeuw, wordt ook gerenoveerd. De stad lijkt wel op slot, maar het Van Gogh Museum is nog wel open. „Happy to hear that”, zegt Conrad, monter grijzend.

De Amsterdamse cultuurwethouder Carolien Gehrels, net een jaar in functie, kan er zelf niets aan doen dat bijna alles tegelijkertijd op slot is. „Al die plannen hebben een eigen en lange historie met de bijbehorende vertragingen. Bij het Stedelijk Museum ontstond het idee voor uitbreiding in 1989. Het was een proces met veel dieptepunten en met de beste bedoelingen is het gegaan zoals het is gegaan. Het Stedelijk zou al lang klaar zijn, toen aan het Rijksmuseum werd begonnen. Het was goed gepland, maar de planning is niet gehaald. En ook bij het Scheepvaartmuseum, dat in de toekomst dubbel zoveel bezoekers aankan, had het anders kunnen worden gepland.”

Gehrels kan weinig anders dan de problemen relativeren en opgewekt naar de toekomst kijken. „De vraag is hoe erg al die gelijktijdige verbouwingen zijn. Amsterdam had in het Rembrandtjaar 2006 een topjaar met 11, 6 miljoen bezoekers. Het Rijksmuseum had 1,8 miljoen bezoekers, het Van Gogh Museum 1,65 miljoen. Het Amsterdams Historisch Museum kwam met 200.000 bezoekers voor het eerst in de Nederlandse museum top-5. Dit jaar hebben we muziek en dans als thema. De concertzalen en theaters zijn allemaal open.”

Wat Amsterdam nu al

jarenlang meemaakt, staat Utrecht nog te wachten. Daar is na jaren uitstel begonnen aan een reusachtige reconstructie van het winkelgebied Hoog Catharijne tussen het station en het centrum. De Catharijnesingel, die ooit werd omgebouwd tot een betonnen snelweg, krijgt weer water. Dat gaat volgens plan vijftien jaar duren, en de eerste vertraging, wegens overtreding van de faunawet, is er al. De kap van vierentwintig bomen is door de rechter geschorst omdat er een eksternest is ontdekt.

Muziekcentrum Vredenburg gaat vanaf juli dicht en wordt dan deels afgebroken, gerenoveerd en fors uitgebreid. In 2011 moet er een Muziekpaleis staan met vijf zalen voor klassieke muziek, kamermuziek, pop, jazz en cross-overvoorstellingen. Het Muziekpaleis wordt met in totaal 5300 stoelen in zijn soort het grootste ter wereld en kost 100 miljoen euro.

De vervangende concertzalen hebben al vertraging opgelopen. De Leeuwenbergkerk is pas eind dit jaar beschikbaar voor kleine concerten. Begin volgend jaar staat er een tijdelijke grote zaal langs de snelweg bij Leidsche Rijn. Tot die tijd zijn er concerten in de Central Studio’s aan de Gietijzerstraat op een industrieterrein.

Het eerste slachtoffer is het tiendaagse Festival Oude Muziek met 60.0000 bezoekers vanaf 24 augustus. De concertlocaties staan nog niet eens alle vast. Directeur Jan Van den Bossche mist vooral de Grote Zaal van Vredenburg. Die is met 1700 stoelen de belangrijkste concertlocatie en de voornaamste inkomstenbron.

„Utrecht heeft heel weinig alternatieven en die zijn allemaal kleiner. De Schouwburg is nauwelijks beschikbaar, de kerken mogen van de brandweer niet vol. De Jaarbeurs is duur. De charme van het Festival is dat men op één avond in de Utrechtse binnenstad drie concerten kan bezoeken. Met verre, tijdelijke zalen kan dat niet meer.”

Van den Bossche heeft twijfels bij de megalonomie van het toekomstige Muziekpaleis en de organisatie daarvan. Het ‘oude’ Vredenburg fuseert met de SJU (jazz) en Tivoli (pop) en het geheel wordt bovendien verzelfstandigd en dat zal vast niet zonder problemen gaan. Hij wijst ook op de moeilijkheden bij de exploitatie van nieuwe kunstgebouwen. In Haarlem was de verbouwing van de Philharmonie jaren te laat klaar en daarna er was te weinig geld voor de hoge artistieke ambities. Programmeur Neil Wallace vertrok naar De Doelen in Rotterdam. Ook het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ kan lang niet alles programmeren wat directeur Jan Wolff zou willen. Van den Bossche: „De politiek wil altijd bouwen en stenen achterlaten, maar is minder begaan met de aard en inhoud van het kunstleven zelf.”

In Amsterdam wordt inderdaad meer gebouwd dan ooit. Cultuurwethouder Gehrels is daar erg trots op. Ze kondigt nu al een feestjaar aan als het Stedelijk Museum, het Paleis op de Dam, het Scheepvaartmuseum en het Rijksmuseum tussen de herfst van 2009 en de lente van 2010 worden heropend. „Ook de nieuwe Hermitage aan de Amstel en het nieuwe Filmmuseum aan het IJ in Noord gaan dan open. Dat wordt booming, ik spreek wel van de ‘Amsterdamse Renaissance’, die gaan we vieren.”

Gehrels somt nog veel

meer culturele investeringen op. De Stadsschouwburg en De Melkweg worden verbouwd. Aan de Marnixstraat bouwt Joop van den Ende de Nieuwe de la Mar-theaters met twee zalen. Bij de Rai bouwt hij een musicaltheater. Bij de Amsterdam Arena en de Heineken Music Hall komt in 2009 de Music Dome voor 15.000 bezoekers en daarnaast het Getz entertainment cluster met een popzaal voor 2500 bezoekers. De investering van 300 miljoen euro levert 2500 arbeidsplaatsen op. In de nieuwe bibliotheek, die in juli wordt geopend, komt een theater. En het nieuwe Conservatorium krijgt nieuwe concertzaaltjes. Nog meer plannen: culturele voorzieningen in de Hallen bij het Kwakelplein, het Huis voor de Dans en een Muziekmakerscentrum voor bands bij de Polderweg, nieuwe musea aan de Zuid-as en in Noord.

Veel van die extra cultuur in Amsterdam moet bijdragen aan stimulering van toerisme en versterking van de economie door de ‘city marketing’ van Amsterdam. Carolien Gehrels schreef mee aan een rapport daarover, dat ze nu zelf als wethouder in praktijk kan brengen. Samen met haar Rotterdamse collega omarmt ze het initiatief van Amsterdamse en Rotterdamse kunstinstellingen om gezamenlijk het kunstleven in de hele Randstad verder uit te bouwen en internationaal te propageren.

Gehrels: „Het is goed dat Amsterdam een inhaalslag maakt. Het bestaande draait op zijn top. In het Muziektheater heeft de Nederlandse Opera een bezettingsgraad van 102 procent en het Nationale Ballet 88 procent. Het Concertgebouw is het drukste ter wereld. De culturele stad is niet op slot, maar wordt voor een miljard euro gereviseerd.”

Cas Smithuijsen, de directeur van de Boekmanstichting, een studiecentrum voor kunst, cultuur en beleid, heeft grote twijfels bij het verplaatsen en spreiden van publiek. „Toeristen komen naar Amsterdam, ze lopen aan het Museumplein een museum binnen en gaan daarna niet in Rotterdam of Den Haag naar nog meer musea. Mensen willen niet achter de horizon. Het tijdelijke Stedelijk Museum bij het Centraal Station trekt al een totaal ander publiek dan het oude Stedelijk aan het Museumplein. Zelf ga ik ook niet meer naar de strijkkwartetconcerten in Utrecht, als Vredenburg dicht is en ik na de trein nog veel verder moet.”

De Amsterdamse Kunstraad zegt dat alle plannen 7 tot 11 miljoen euro per jaar meer subsidie vergen. Extra geld vanaf 2009 moet Gehrels nog organiseren. Maar ze vindt dat ze daarvoor met de nieuwe kunstnota van B&W een goed verhaal heeft, in het belang van Amsterdam als geheel. En ze wil duidelijke keuzes maken. „Is het haalbaar dat al die bestaande gebouwen in publieke handen blijven, als je zoveel bijbouwt? Zoals de Beurs van Berlage? Die is nu van het stadsdeel Centrum en de exploitatie is al jaren zwaar verliesgevend. Dat is een groot probleem. Zet daartegenover de Hermitage: veel privaat geld, hulp van Economische Zaken en de provincie. Buiten de kunstbegroting om. Zó kun je die weelde dragen.”