De dag dat Rome het aflegde tegen de Goten

Alessandro Barbero: 9 augustus 378. De dag van de barbaren. Vert. Anton Haakman. Mets & Schilt, 174 blz. € 22,–

Volgens de Italiaanse historicus Alessandro Barbero is de slag bij Adrianopel net zo’n belangrijke breuklijn in de Europese geschiedenis als de slag bij Waterloo. Tijdens deze veldslag, op 9 augustus 378, sneuvelde de Oost-Romeinse keizer Valens in een gevecht met de Goten.

De stammen waartegen Valens ten strijde trok, verschenen in 376 aan de noordoever van de Donau, de rivier die het Oost-Romeinse rijk scheidde van de barbaren. De Goten waren van hun land verdreven door de Hunnen.

Tussen de Goten en de Romeinen bestond al langere tijd contact. Af en toe moesten Romeinse legioenen de barbaren met een strafexpeditie tot de orde roepen, maar over het algemeen was de verhouding niet slecht.

Toen de Goten moesten wijken voor de Hunnen, hoopten en verwachtten ze daarom dat ze het Romeinse rijk zouden worden binnengelaten als vluchtelingen.

Het duurde echter lang voordat de plaatselijke gouverneurs de tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen de grens lieten passeren. Eenmaal de Donau overgestoken, werden de Goten niet behandeld zoals ze hadden gehoopt. Ze kregen niet de kans zich te voeden en de Romeinen sloten hun stadspoorten als de vluchtelingen zich in de nabijheid bevonden. Noodgedwongen gingen de Goten daarom uit roven. Deze plundertochten riepen wraakacties op van de Romeinen, die door de Goten op hun beurt werden beantwoord met gruweldaden.

Op 9 augustus 378 kwam het tot de beslissende confrontatie. Bij Adrianopel, nu Edirne in het Europese deel van Turkije, brachten de Goten onder aanvoering van Frithigern het Romeinse leger een vernietigende nederlaag toe. Van de 15.000 legionairs bleven er 10.000 dood achter op het slagveld, met hun keizer.

Hoewel Adrianopel een ongekend zware nederlaag was voor de Romeinen, buitten de Goten hun zege niet uit. Valens’ opvolger Theodosius slaagde erin een verdrag te sluiten met Frithigern. Veel Gotische krijgers werden opgenomen in het Romeinse leger.

Barbero schetst uitgebreid de historische context waarbinnen het treffen plaatsvond. De teloorgang van het Romeinse rijk had zich namelijk al vóór Adrianopel ingezet. Met deze heldere uiteenzetting haalt Barbero zijn eigen these onderuit. Adrianopel was geen keerpunt in de geschiedenis, maar een belangrijk tussenstation op de lange weg naar de ondergang van het Romeinse rijk.