Computer ziet te veel kanker

Hulp van computers bij het opsporen van borstkanker blijkt niet altijd betrouwbaar.

Veel van de waargenomen afwijkingen zullen nooit echte kanker worden.

Computer-aided detection van borstkanker is nog niet echt betrouwbaar, zo blijkt uit een gisteren gepubliceerd Amerikaans onderzoek in The New England Journal of Medicine. De computer wordt ingezet bij het beoordelen van een mammogram, een röntgenonderzoek van de borst. In de Verenigde Staten is die techniek de laatste jaren flink gepromoot: het borstonderzoek zou er juist betrouwbaarder door worden.

In het Amerikaanse onderzoek moesten bij het gebruik van computerondersteuning voor het opsporen van één extra vrouw met borstkanker, of zelfs maar een voorstadium daarvan, 157 andere vrouwen onnodig terugkomen. Vijftien daarvan ondergingen ten onrechte een weefselbiopt.

De overdiagnostiek bij de computerondersteunde opsporing van borstkanker komt volgens radioloog David Beijerinck van de Stichting Preventicon in Utrecht vooral doordat radiologen in de Verenigde Staten uit angst voor schadeclaims zoveel vrouwen doorverwijzen: één op de tien vrouwen daar tegen één tot twee op honderd in Nederland. Preventicon is verantwoordelijk voor de uitvoering van bevolkingsonderzoek naar onder andere borstkanker in Midden-Nederland. Beijerinck gebruikt bij wijze van proef al vier jaar lang computer-aided detection. Die is volgens hem wel degelijk bruikbaar maar een radioloog moet er eerst mee leren omgaan.

De Amerikaanse onderzoekers keken in zeven mammografiecentra wat de resultaten vóór en na de invoering van computer-aided detection waren. Het bleek dat deze zeven centra met de nieuwe computerbeoordeling aanmerkelijk slechter scoorden dan andere centra die de innovatieve computertechniek niet hadden ingevoerd, terwijl ze het voordien juist veel beter deden. Vóór de invoering van de computer stuurden ze 10 procent van de vrouwen door voor verder onderzoek en daarna was dat 13 procent, vergeleken met 11 procent in niet-gecomputeriseerde centra. En ook het aantal weefselbiopten nam met 20 procent toe.

De computer zet bij de beoordeling van mammogrammen uitroeptekens: een tot vier uitroeptekens naarmate hij meer verdachte gebieden registreert. Een radioloog zal zo’n door de computer vol uitroeptekens gezet mammogram sneller als afwijkend beoordelen. De vrouw wordt dus eerder teruggeroepen voor verdere diagnostiek, en een pijnlijk weefselbiopt. Dat zorgt voor spanning en onzekerheid bij de vrouw terwijl heel veel van die door de computer waargenomen afwijkingen nooit een echte kanker worden.

Voor ieder terecht geplaatste uitroepteken van de computer kwamen de Amerikaanse radiologen bijna 2000 onterechte tekens tegen. De computer beoordeelde ruim 31.000 mammogrammen. Dat resulteerde in 4100 teruggeroepen vrouwen en 550 weefselbiopten. Uiteindelijk spoorde men 103 gevallen van borstkanker op en 53 keer een ductaal carcinoom in situ, een voorstadium van borstkanker.

De Nijmeegse fysicus Nico Karssemeijer benadrukt dat het aantal kankers binnen een jaar na screening door computer-aided detection in de Verenigde Staten afnam van 19,4 naar 16 procent. Het lijkt dus dat de techniek wel degelijk werkt.

Beijerinck vindt de computer „subliem” voor het opsporen van kleine kalkvlekjes. Die ziet een radioloog makkelijk over het hoofd, maar de computer mist niets. Beijerinck is overtuigd dat er over vijftien jaar geen radioloog meer aan mammogrammen te pas komt: „De beoordeling gaat dan helemaal automatisch, net als nu bloedonderzoek”. En Karssemeijer voegt daaraan toe: „De veronderstelling dat radiologen een carcinoom niet zullen missen als de computer het aanwijst, is wat te simpel”. Maar uiteindelijk gaat de computer het ook volgens hem winnen. „Die kun je uiteindelijk met vele duizenden voorbeelden leren om kanker te herkennen, meer dan een radioloog ooit in zijn leven zal zien.”

Op de website www.markforlife.nl/informatie_03.asp staat hoe een zelfonderzoek van de borsten in zijn werk gaat.