‘Clubzusters der Tachtigers’

Een vrije opvoeding en goed onderwijs: het mocht niet baten. De begaafde Martha, Betsy en Kitty trouwden met beroemd geworden mannen en schoven zichzelf terzijde. Waren ze maar clubzusters gebleven.

Cornelie van Uuden en Pieter Stokvis: De gezusters Van Vloten. De vrouwen achter Frederik van Eeden, Willem Witsen en Albert Verwey. Bert Bakker, 304 blz. € 19,95

Meisjes uit nette milieus leefden eind 19de eeuw normaal gesproken in een keurslijf. Een typerende jeugdherinnering van Henriette Roland Holst-Van der Schalk was dat ze als kind aan de hand van haar gouvernante in de duinen van haar woonplaats Noordwijk liep. Daar zag ze ‘de meisjes Van Vloten’ wild voorbij rennen. Het kon dus ook anders.

De drie dochters van de vooraanstaande theoloog, letterkundige en vrijdenker Johannes van Vloten (1818-1883) kregen, in tegenstelling tot notarisdochter Henriette van der Schalk, een vrije opvoeding die niet veel verschilde van die van hun vier broers. Ze genoten middelbaar onderwijs, verbleven lang in het buitenland en kregen toestemming om vrijelijk om te gaan met de kunstenaars van de Beweging van Tachtig, kind aan huis in hun ouderlijk huis.

Alle drie de dochters Martha (1857-1943), Betsy (1862-1946) en Kitty (1867-1945) trouwden met beroemd geworden mannen. Martha trad in 1886 in het huwelijk met schrijver-psychiater Frederik van Eeden, vier jaar later gaf Kitty haar ja-woord aan dichter Albert Verwey en het jaar daarop trouwde Betsy met de talentvolle schilder Willem Witsen. De ‘meisjes Van Vloten’ werden door de Tachtigers als ‘clubzusters’ beschouwd en hun opzienbarende verhoudingen met deze schilderachtige figuren zijn veelvuldig beschreven in boeken over de Tachtigers.

Het dramatische huwelijk van de aan melancholie lijdende Martha met haar seksueel gefrustreerde, overspelige echtgenoot bevat sinds de onthullende biografie van Jan Fontijn over Van Eeden weinig geheimen meer. Ook over Kitty, die Albert Verwey van haar geld een dichtersleven liet leiden terwijl zij haar talenten opofferde aan de opvoeding van hun zeven kinderen, is al het nodige geschreven. De excentrieke en literair begaafde Betsy werd na acht jaar aan de kant gezet door haar aanbeden Witsen. Hij liet haar achter met drie zoontjes en schilderde portretten die hij van haar had gemaakt over met de beeltenis van zijn nieuwe, jongere geliefde.

De levensverhalen van de drie gezusters Van Vloten, elders gefragmenteerd beschreven, zijn nu samengebracht in een bundel van de cultuurhistorici Cornelie van Uuden en Pieter Stokvis. De feiten zijn niet nieuw, maar wie de treurige geschiedenissen van deze drie mooie, getalenteerde vrouwen achter elkaar leest, wordt alsnog bevangen door ontzetting en medelijden. Alle vrije opvoeding en gelijke kansen ten spijt, werden ze het slachtoffer van hun victoriaanse tijd en de daaraan inherente miskenning van vrouwen. Hadden ze maar beter geluisterd naar hun feministische tijdgenote Aletta Jacobs, die in de periferie van hun kennissenkring verkeerde.

Kitty, de jongste van de drie zusters, kwam er het beste van af. Zij had, hoewel boze tongen beweerden dat Verwey haar vooral om haar geld trouwde, een lang en gelukkig huwelijk met haar succesvolle dichter, die het ook nog tot hoogleraar bracht. In de van haar moeders geld gekochte Villa Nova in de duinen van Noordwijk leidde het paar een sober bestaan, waarbij zij de rol van huisvrouw speelde. In de schaarse tijd die haar restte vertaalde zij een novelle en gedichten van de Deen Peter Jacobsen, die vervolgens door Verwey onder zijn naam werden gepubliceerd. Ach, ze was nog altijd fortuinlijker dan Anna Witsen, de zus van haar zwager, die van haar vader geen carrière mocht maken als zangeres en zelfmoord pleegde. Over haar schreef Herman Gorter het hartverscheurende gedicht ‘In de zwarte nacht is een mens aangetreden.’

Van de Van Vlotenzusjes heeft Martha ongetwijfeld het meest geleden. Haar Frederik van Eeden had zulke hooggestemde ideeën over vrouwen dat hij moeite had hen als seksuele wezens te benaderen. Hij leed er bijzonder onder dat ‘geslachtsorganen niet mooi en rein zijn’. Hoerenbezoek vormde geen probleem, maar nadat hij van Martha twee zoons had gekregen wilde hij geen seks meer met haar. Hij begon een platonische verhouding met een getrouwde vrouw en vervolgens een wel degelijk seksuele relatie met een meisje met wie hij op zijn kolonie Walden een hut deelde. Met haar sloot hij een tweede huwelijk, nadat hij Martha’s erfdeel er door had gejaagd.

Martha had zelf een echtscheiding doorgezet. Min of meer berooid bleef ze achter en verdiende wat geld met vertalingen. Ze werkte mee aan de vertaling van De sprookjes van Grimm en bewerkte De vogel van de Franse schrijver J. Michelet. Tijdens de ziekte van haar zoon Paul die stierf aan tbc stopte het vertaalwerk. In 1912 verscheen Het verhaal van de honingbij, een boek van Tickner Edwardes dat ze uit het Engels vertaald had. Haar laatste werk in 1919 was een bewerking van Visscher Markus van de Noorse schrijver Gabriel Scott. Evenals haar zusjes was zij buitengewoon veelzijdig en onderlegd in vele talen. Haar laatste jaren verbleef zij graag in het huis van zus Kitty, waar zij de sokken van het grote gezin stopte. Na haar dood werd een vertaling in haar handschrift aangetroffen van Florenz Christian Rangs Spinozastudie Is Spinoza vrijwillig gestorven? Welke betekenis heeft zijn dood? De belangstelling voor Spinoza had ze van haar vader.

Van het middelste zusje Van Vloten, Betsy, was tot nu toe het minste bekend, omdat er nog geen biografie van Willem Witsen bestaat. Gelukkig wordt de uitgave van zijn correspondentie voorbereid zodat er wellicht meer duidelijkheid komt over het lot van deze in de knop gebroken schrijfster. Volgens vader Van Vloten was zij de meest begaafde van de drie, maar bij de Tachtigers vond ze nauwelijks emplooi voor haar gedichten. Betsy’s huwelijk met de notoire hoerenloper Willem Witsen liep na acht jaar op de klippen, zogenaamd omdat hij zijn vrijheid nodig had om te kunnen schilderen. De waarheid, die Betsy onthuld werd via een ‘laffe brief’, was dat Witsen vier jaar nadat hij met Betsy trouwde een romance kreeg met een 17-jarig meisje.

Vijf jaar na de scheiding hertrouwde Betsy van Vloten, 45 jaar oud en belast met de opvoeding van drie zoons, met de 17 jaar jongere musicoloog Hans Brandts Buys, die echter minder hooggestemde opvattingen over het huwelijk bleek te hebben dan zijn vrouw. Uit een door Betsy bewaarde kladbrief komt naar voren dat hij haar om het minste of geringste aanvloog en tegen de grond sloeg. Bij één gelegenheid had het dienstmeisje haar moeten ontzetten en had haar hand gebloed. Het huwelijk met deze gestoorde man duurde nog geen twee jaar, maar had intussen wel tot een verwijdering tussen Betsy en haar familie geleid. In 1946 stierf zij als laatste van de drie ooit zo beloftevolle ‘meisjes van Vloten’.

Uit de realistische, goed gedocumenteerde bundel portretten van deze in hun ambities gefnuikte vrouwen valt op te maken dat ze maar beter ‘clubzusters’ van de Tachtigers hadden kunnen blijven, in plaats van zich met huid en haar via een huwelijk aan deze van zichzelf vervulde kunstbroeders uit te leveren.