Buffelen voor iedere letter kopij

Alicia C. Shepard: Woodward and Bernstein. Life in the Shadowof Watergate. John Wiley and Sons, 288 blz. € 26,–

Dick van Eijk (red.): Investigative Journalism in Europe. Vereniging van Onderzoeksjournalisten, 355 blz. € 30,–

Voor generaties journalisten waren zij het grote voorbeeld: Bob Woodward en Carl Bernstein, de reporters van de Washington Post die met hun verslaggeving over het Watergate-schandaal in 1974 Richard Nixon ten val brachten – president van de Verenigde Staten, de machtigste man ter wereld. De manier waarop zij hun vak beoefenden, veranderde de journalistiek. In ieder geval gedurende een flink aantal jaren.

Dat hun lessen van onderzoek, ontrafeling en ‘tegels lichten’ (H.J.A. Holfland) een paar decennia later weer vergeten waren toen president George W. Bush met ondeugdelijke argumenten tegen Irak ten strijde trok, is even navrant als veelzeggend. In het belang van de oorlog tegen de terreur lieten verslaggevers en hoofdredacteuren zich vrijwillig muilkorven, en werden weer net zo braaf als in de decennia vóór de onthullingen van Woodward en Bernstein.

Hun door Watergate bepaalde levens zijn nu mooi beschreven door Alicia C. Shepard, in Woodward and Bernstein, Life in the Shadow of Watergate, een boek dat het duo recht doet door de onderzoekskwaliteit ervan: geïnformeerd, gedocumenteerd en gedetailleerd.

Shepard ontkracht, met mate, de mythe die de journalisten zelf zijn geworden. Ze vertelt hoe het beiden verging tijdens en na hun ultieme scoop. Het beeld is gemengd. Woodward ging gestaag door met zijn onderzoekswerk en ontwikkelde zich tot het journalistieke geweten van Amerika. Hij is blijven publiceren over grote politieke kwesties in de VS, tot en met de oorlog in Irak. Alleen al door zijn naam krijgt hij inzage in stukken die bijna niemand ziet. Woodward spreekt bronnen tot het hoogste niveau. Hoewel zijn boeken soms wat houterig zijn geschreven, zijn ze onmisbaar voor iedereen die wil weten wat zich achter de schermen van de macht voltrekt. Woodward was en is Amerika’s beste onderzoeksjournalist.

Het liep anders met Carl Bernstein. Het succes steeg hem wellicht naar het hoofd, of hij had gewoon niet Woodwards talent om door te dieselen. Zijn jaren na Watergate zijn een aaneenschakeling van grootse aanzetten die zelden tot iets concreets leidden. Een boek over zijn communistische ouders en een artikel over paus Johannes Paulus II voor Time zijn z’n belangrijkste wapenfeiten. Shepard suggereert dat het Bernsteins notoire geldgebrek was dat de twee verslaggevers ertoe bracht hun journalistieke archief over Watergate te verkopen. De universiteit van Texas had er een paar jaar geleden vijf miljoen dollar voor over. Woodward had dat geld allang niet meer nodig.

Het aardige van Life in the shadow of Watergate is dat het weer eens aantoont waarom graafwerk à la ‘Woodstein’ belangrijk is. Zonder onafhankelijke, tegendraadse en vooral vasthoudende verslaggeving die de diepte in gaat, is de journalistiek verloren. Het is een moeilijk onderdeel van het vak, zonder persberichten of pasklare teksten. Woodward en Bernstein hebben hun informatie nimmer cadeau gekregen en moesten buffelen voor iedere letter van hun kopij. Hun bron (‘Deep Throat’) bevestigde slechts wat ze zelf met speurwerk naar boven brachten. Twee jaar geleden werd de naam van Deep Throat bekend: FBI-agent Mark Felt. Shepard beschrijft hoe Woodward in mei 2005 het telefoontje verwerkt waarop hij al 33 jaar zat te wachten en waarin Felts naam door het blad Vanity Fair wordt onthuld; een aangrijpend moment.

Watergate gaf status aan het verschijnsel onderzoeksjournalistiek. De exponenten ervan werden internationale beroemdheden; helden zelfs. Nieuwsmedia die zichzelf respecteerden, richtten na Watergate onderzoeksteams op, om die in veel gevallen later ‘wegens ontoereikend budget’ weer op te heffen.

Wat is onderzoeksjournalistiek eigenlijk? In de alweer enige tijd geleden verschenen bundel Investigative Journalism in Europe, onder redactie van NRC Handelsblad-journalist Dick van Eijk, wordt het begrip adequaat gedefinieerd. Onderzoeksjournalistiek is kritische, diepgravende journalistiek die niet dient als doorgeefluik van al bestaand nieuws, maar die nieuwsfeiten schept die zonder deze inspanning niet zouden hebben bestaan. Onderzoeksjournalistiek dient drie belangrijke doelen: de onthulling van schandalen, het nauwkeurig natrekken van het functioneren van politiek, bedrijfsleven en organisaties en de beschrijving van sociale, economische, politieke en culturele trends om veranderingen in de maatschappij bloot te leggen.

Dit boek heeft twee verdiensten. Het is een overzichtelijke studie naar onderzoeksjournalistiek in twintig landen in Europa, waarbij inbegrepen Rusland, Oekraïne en Turkije. De kracht ervan zit hem in de opsomming en rangschikking van de media per land en de mate waarin daar speurwerk wordt bedreven. Vergelijkende studies op dit gebied ontbreken; alleen al daarom voorziet het in een behoefte. Het is jammer dat er geen index in staat. Dat had dit naslagwerk compleet gemaakt.

De tweede verdienste sluit aan bij hoe Woodward, Bernstein en hun hoofdredacteur Benjamin Bradlee ooit aan het werk gingen. Zonder toeters of bellen, zonder aanvullend budget. De verslaggevers hadden een verhaal en de hoofdredactie stelde prioriteiten, organiseerde hun afwezigheid en hield hun zonodig uit de wind. Dit lijkt een open deur, maar bij de conclusies en aanbevelingen van Investigative Journalism in Europe staat het haast in hoofdletters geschreven: ‘Een van de belangrijkste conclusies van deze studie is dat onderzoeksjournalistiek geen zaak is van budgetten’.

Goedkoop is het niet, omdat verslaggevers weken, soms maanden, aan het speuren zijn zonder prompt en aantoonbaar resultaat. Maar onderzoeksjournalistiek is vooral prioriteiten stellen en de organisatie daarop afstemmen. Een voorbeeld van een enthousiaste en doelgerichte onderzoeksaanpak, zo valt in het boek van Van Eijk c.s. te lezen, gaf enkele jaren geleden de nieuwsdienst van het lokale Duitse dagblad Kölner Stadt-Anzeiger. Geen krant met een grote reputatie van onderzoeksjournalistiek; wel eentje met gretige verslaggevers, en heldere koppen in de leiding.

Een verslaggever werd getipt over omkoping van een lokaal politicus bij de aanbesteding van een vuilverbrandingsfabriek. Hij slaagde erin zijn collega’s en superieuren te overtuigen van de noodzaak van onderzoek hiernaar. Drie van de vijftien stadsverslaggevers werden een jaar lang vrijgemaakt voor speurwerk. Hun onthullingen leidden tot een crisis in de landelijke politiek, en tot veel waardering voor de later gelauwerde Keulse krant.

Zo simpel is het – niet de onderzoeksjournalistiek zelf, die hard werken, intelligentie en volharding vereist. Maar wel de beslissing om de klus te gaan klaren, die boven alles een kwestie van mentaliteit is.