Blauwe muts

De restauratie van de Westertoren aan de Prinsengracht in Amsterdam, een van Nederlands bekendste kerktorens, is vrijwel gereed. De toren zal met Pasen weer worden opengesteld voor bezoekers. Eindelijk! De Westerkerk had geen allure meer zolang zijn toren aan het zicht onttrokken was.

Helaas maakte mijn zucht van verlichting de afgelopen weken geleidelijk plaats voor een bezorgde frons naarmate het eindresultaat zichtbaarder werd. En ik was niet de enige. In Het Parool begonnen enkele verontruste lezers zich te roeren. Wat bleek het geval? De gouden kroon was opeens niet meer goudgeel, maar blauw.

„Het is toch van de gekke dat we nu ineens met die blauwe muts opgescheept zitten”, schreef een lezer. „Voor hetzelfde geld had iemand ineens bedacht dat het wel aardig was de kroon nu maar roze te maken, als verlengstuk van het homomonument. Eerlijk gezegd had ik dat nog een aanvaardbaarder idee gevonden dan dit slechte bedenksel met een nephistorische ‘verantwoording’.”

De verantwoordelijke architect, Walter Kramer, had zijn keus verantwoord met een verwijzing naar het verleden. „In het Rembrandtjaar 1906 ging het van blauw naar geel, in het Rembrandtjaar 2006 wordt de kroon weer blauw. Misschien denken ze er over twintig jaar weer anders over. Dan kom ik met mijn rollator kijken.” De mensen moesten er nog aan wennen, zei hij in december 2006, „als de steigers verder zakken, komen er nog meer kleuren in zicht.”

Ik besloot mijn eindoordeel op te schorten. Sinds kort hoeft dat niet meer, de kroon is weer in heel zijn naaktheid te bezichtigen. Helaas betrap ik me elke keer dat ik nu naar de Westerkerk toe loop op die ene niet te onderdrukken gedachte: wat jammer. Het was zo’n prachtige gouden kroon, een bal van vuur, die het zonlicht opving en weerkaatste. Als je de kerk via de Jordaan naderde, wenkte de toren je al van verre tegemoet met zijn gouden glans.

En nu? Tja, wat mij betreft heeft die lezer van Het Parool wel gelijk: waarom een blauwe muts? Omdat het vroeger ook zo was? De kleuren hebben de vorige eeuw nogal gewisseld, begrijp ik, maar vanaf 1988 was het in ieder geval geel. Daarover heb ik nooit enige klacht vernomen. Iedereen leek tevreden en zelfs trots.

Het blauw is somberder en donkerder, vooral als er geen zon op staat. Misschien heeft men dat willen compenseren met de vier wijzerplaten van de klok eronder – die zijn opeens vuurrood geworden.

Het hoge woord moet eruit: de Westertoren heeft iets kitscherigs gekregen. Het is alsof een geliefde een ingrijpende facelift heeft ondergaan en je tot de ontdekking moet komen: haar wezen is aangetast, dit is haar niet meer.

Maar, ik besef het, dat is een reuze persoonlijk oordeel.

Ik vroeg een winkeleigenaresse in de buurt wat ze ervan vond.

„Ik vind het werkelijk prachtig, meneer”, zei ze uit de grond van haar hart.

„Maar hij steekt toch lang niet meer zo mooi tegen de blauwe lucht af”, stookte ik.

Ze dacht even na. „Daar heeft u misschien wel gelijk in”, zei ze.

Voor haar was de klant vooral koning.

Maar déze koning stapte teleurgesteld en beroofd van zijn kroon naar buiten.