Ali B. op vredesmissie

„Krijg nou wat, net Wassenaar”, roept Ali B. als hij over de acht meter hoge afscheidingsmuur bij het Palestijnse vluchtelingenkamp Anata naar de Israëlische nederzetting Pisgat Ze’ev gluurt. Vanuit het doolhof van overbevolkte huizen oogt de Israëlische nederzetting met roomwitte appartementen en villa’s als een luxueuze oase.

De muur loopt langs de middelbare school voor jongens van Anata en Ali B. helpt de Nederlandse graffitiartiest Niels Bakkerus(21) een muurhoge schildering op het grijze beton te spuiten.

Op de derde dag van zijn toer in Palestina op uitnodiging van United Civilians for Peace (UPC) en de Nederlands-Palestijnse organisatie Tulips@Olives is de Marokkaanse Nederlander Ali Bouali (26) overdonderd. Het „ellendige” Arabisch-Israëlisch conflict is al heel lang een issue voor hem en zijn Marokkaans-Nederlandse - fans.

UPC en het nieuwe Tulips@Olives willen met hulp van beroemdheden het beeld dat alle Palestijnen terroristen zijn „corrigeren”. „Het is dus niet omdat ik van Marokkaanse afkomst ben, dat ik achter de Palestijnen sta. Ik voel meer respect voor een Israëlische soldaat die echt vrede wil dan voor een Palestijn die nooit vrede wil sluiten.”

De rapper ontpopt zich als een getalenteerde diplomaat. De betonnen muur, onderdeel van de ruim 700 kilometer lange afscheidingsbarrière tussen Israël en de Israëlische nederzettingen en aan de andere kant de Palestijnse gebieden, noemt hij „het meest belachelijke” van wat hij ooit heeft gezien.

Maar de muur is hoogstnoodzakelijk om zelfmoordaanslagen te voorkomen, zeggen de Israëliërs. „Okay, kan ik volgen. Ik keur terrorisme helemaal af. Maar wat ik niet begrijp is dat de muur op Palestijns gebied staat, op de grond van boeren die met moeite een aardappeltje verbouwen. En die nederzettingen, die wij Nederlanders dus gewoon hartstikke illegaal vinden, daar wordt dus helemaal niets tegen gedaan.”

Een dag eerder is hij in het vluchtelingenkamp Aida geweest voor een concert samen met de Israëlisch-Arabische rapgroep D.A.M. Hij werd luidkeels toegejuicht, ook nadat hij in het Nederlands had gevraagd of er „nog wijfies met cupjes D in het publiek waren”.

In Hebron heeft hij een voormalige Israëlische commando en een gewezen Palestijnse militant ontmoet. De Israëliër verloor zijn zuster tijdens een zelfmoordaanslag, de Palestijn zag hoe een soldaat zijn dochtertje doodschoot.

Bouali: „Waar ik echt van onder de indruk ben,is dat zij met elkaar praten en met elkaar samenwerken. Ik heb ontdekt, en daar hoor je op tv nooit iets over, dat de meeste Palestijnen en de meeste Israëliërs vrede willen. Het zijn alleen een paar mannen die macht hebben die zo stronteigenwijs zijn en maar doorgaan.”

Ziet hij een oplossing? „Ja, communiceren. Er zijn wel 200 Israëlisch-Palestijnse vredesgroepen. Dat is een basis om mee door te gaan. Ik wist trouwens niet dat dit zo’n interessant landje was. Als het hier een beetje relaxed is geworden, komen hier miljoenen toeristen naar toe. Kan iedereen lekker binnenlopen.”

De vraag is wat zijn bezoek eigenlijk heeft opgeleverd. „Ik denk dat met dit soort bezoeken mensen in de kampen het gevoel krijgen dat zij niet vergeten zijn”, zegt Ali B.

Ayoud Elian, directeur van het Palestijnse schooldistrict Jeruzalem, hoopt dat de rapper „nu aan alle Nederlanders zal vertellen wat het betekent om achter een apartheidsmuur te moeten leven.”

Op het schoolplein bevindt zich onder de honderden jongens die Ali B. hebben begroet, Rafi Rifani, een 19-jarige schoolverlater. Hij werkt als vakkenvuller in een winkel. Dansen is zijn grote passie. Hij had niet eerder van de rapper gehoord, maar iemand heeft hem en zijn vrienden inmiddels verteld dat Ali B. beroemd is in Nederland, veel geld verdient en veel vriendinnen heeft.

De ogen van Rafi en zijn vrienden glimmen bij de gedachte aan geld, roem én vrouwen. „Wij willen ook naar Nederland. Kunnen we niet met Ali B. mee?” Helaas, de rapper is dan al vertrokken naar de volgende „heftige” indrukken.