Watertekort raakt iedereen

De waterschaarste neemt wereldwijd snel toe. Over een paar jaar is er niet meer genoeg water om de landbouw op de huidige manier voort te zetten.

Een kanaal van tien meter diep, honderd meter breed en 7,1 miljoen kilometer lang. Zoveel water wordt er jaarlijks gebruikt bij de voedselproductie voor de 6,5 miljard bewoners van de aarde.

Over vijftig jaar zou dat kanaal nog 5 miljoen kilometer langer moeten zijn. Maar zoveel water is er niet, waarschuwen ruim 700 waterwetenschappers in de recente studie Water for food, water for life, het grootste onderzoek ooit naar watergebruik in de landbouw.

Eenderde van de wereldbevolking leeft in gebieden waar waterschaarste is of dreigt – morgen zal de IPCC, de klimaatorganisatie van de VN ook wijzen op toenemende watertekorten.

In het Midden-Oosten, Noord-Afrika, delen van zuidelijk Afrika, Mexico, China en Zuid- en Centraal-Azië raakt het water op. In Afrika bezuiden de Sahara, Zuidoost-Azië en de Andeslanden is wel voldoende water, maar beschikken boeren niet over de middelen om dat voor landbouw aan te wenden. Neerslag stroomt ongebruikt weg, grondwater is onbereikbaar, de rivier ver weg.

Sinds enkele jaren wordt er genoeg voedsel geproduceerd om iedereen te voeden, al zijn er nog altijd 850 miljoen ondervoede mensen in de wereld. Om ook in 2050 genoeg te hebben, moet de productie flink omhoog. Er zullen twee tot drie miljard extra mensen zijn en zij zullen meer calorieën eten, en vooral calorieën die veel water kosten: die uit dierlijke producten. De vraag naar vlees per hoofd van de bevolking is – dankzij toegenomen welvaart – sinds de jaren zestig verdubbeld, en zal naar verwachting in 2050 weer verdubbeld zijn.

„We moeten werken aan beleid om de consumptie van vlees te matigen”, zegt David Molden, onderdirecteur van het International Water Management Institute en coördinator van het onderzoek, tijdens de presentatie aan Wageningen Universiteit.

Van de 550 kilo graan die een westerling per jaar verbruikt, bestaat ruim 100 kilo uit voedsel voor hemzelf, en 400 kilo dient als veevoer voor de dieren die hij eet, of waarvan hij de melk drinkt.

Een Afrikaan krijgt jaarlijks 170 kilo graan binnen, waarvan 130 kilo als voedsel en 10 kilo via dierlijke producten. „Dit is dus een probleem van ons allen, niet alleen van boeren”, zegt Molden. De stijgende vraag naar biomassa voor energie maakt het nog urgenter.

Om aan de vraag naar water te voldoen, moet de landbouw efficiënter met water omgaan. „Een kwart van de wereldbevolking woont nu al in gesloten stroomgebieden”, zegt onderzoeker Flip Wester. Hij doelt op gebieden waar al het water aan een rivier onttrokken wordt, voordat die ergens in kan uitmonden.

Het rapport adviseert te investeren in de regenafhankelijke landbouw. Daar is een druppel water meer waard dan in de geïrrigeerde landbouw. Terwijl de heersende gedachte is dat armoede het beste bestreden kan worden door middels irrigatie de oogsten te verhogen, kunnen boeren in Afrika, waar nog relatief weinig irrigatie is, beter af zijn door in de eerste plaats te investeren in eenvoudige technieken om regenwater efficiënter te gebruiken. Bijvoorbeeld door neerslag via de bodem naar een reservoir te leiden. En door minder ploegen verdampt er ook minder water onnodig.

Omdat droogtes in Afrika een op de vijf oogsten aantasten, blijft irrigatie een belangrijke aanvulling, aldus de onderzoekers. Ze pleiten voor goedkope, kleine en daardoor flexibele irrigatiesystemen. Zo kunnen boeren afhankelijk van het weer hun akker irrigeren, zonder dat er ergens kilometers verderop een grote kraan moet worden opengedraaid.

„Irrigatie is het slachtoffer geworden van zijn eigen succes”, vindt onderzoeker Gerardo van Halsema. „Door de uitbreiding van grootschalige irrigatie worden water en landbouwgrond schaars. Door diezelfde uitbreiding zijn de voedselprijzen gedaald, waardoor investering in irrigatie minder aantrekkelijk wordt.”

Een combinatie van investeren in regenafhankelijke landbouw, beter toegesneden irrigatie en duidelijker keuzes voor gewassen die passen bij het plaatselijke klimaat, biedt de beste mogelijkheid om te vermijden dat in 2050 die vijf miljoen kilometer kanaal extra nodig is, concludeert de groep van 700. „Over de rol van irrigatie daarin zal de komende jaren nog volop debat zijn”, aldus Molden.

Samenvatting van het rapport via www.iwmi.cgiar. org/assessment