Subtopper met welvingen

De belangrijkste reden om zich een auto van een bepaald merk aan te schaffen, of die aanschaf te overwegen, is de bevalligheid van de carrosserie. Maar wat is mooi? De ene wil een stoere, de andere een elegante, weer een andere een uitbundige. Of een combinatie van dit alles.

Een mens weet niet wat hij wil en hoe moeten de automobielfabrikanten het dan wel weten?

Een merk dat met wisselend succes jacht maakt op uw kopersgunst is het Italiaanse Fiat, een acroniem voor Fabbrica Italiana Automobili Torino. Gymnasiasten, de vertaling uit het Latijn luidt: laat er zijn… En dat hebben we geweten. Het conglomeraat, waaronder illustere automerken als Lancia en Maserati vallen, spuugt jaarlijks honderdduizenden auto’s uit en heeft een omzet van vele miljarden euro’s. Maakte (althans volgens de fabriek) de afgelopen kwartalen zelfs winst!

De Bravo, een vierzitter uit de middenklasse, staart u de komende weken vanaf forse billboards bevallig aan en volgens het uitbundige persbericht van de importeur staat – auto’s zijn in Italië vrouwelijk, hier mannelijk – zij/hij voor typische Italiaanse waarden als schoonheid, sportiviteit en karakter. Kijk naar een Italiaanse voetbalwedstrijd uit de serie A of stort u zich in het Romeinse verkeer. De conclusie kan niet anders luiden dan: ook bij onze Mediterrane zuiderburen is van die waarden nog weinig over.

In de middenklasse wordt geld verdiend, Fiat wil ook een stuk van de taart en doet een poging met de tweede versie van de Bravo. Die de directe opvolger is van de wat verkoopaantallen betreft teleurstellende Stilo. Geen slechte auto maar het uiterlijk is te weinig Italiaans, te veel was er gelonkt naar Der Kaiser in deze klasse, VW’s Golf. Die een zorgvuldig gecomponeerd imago van een hoge bouwkwaliteit en dito restwaarde heeft. Waardoor er per kilo automobiel beduidend meer gevraagd kan worden. En gekregen. Dat imago heeft Fiat vooralsnog niet en het moet voor zijn Bravo een beduidend lagere prijs rekenen dan een gelijkwaardig product van bijvoorbeeld Volkswagen of Toyota.

Het ontwerp van de Bravo is geënt op de succesvolle Punto. Maar dan groter, breder en daardoor van binnen ruimer. Het is om met de zalvende woorden van Fiat’s topman Luca De Meo te spreken: ‘Ecco la Bravo, una bella italiana!’ De afwerking is goed maar niet premium, ofschoon men om dat doel te bereiken enkele Duitse ingenieurs heeft ingehuurd. De carrosserie buitelt en welft zich in allerlei richtingen, een ontwerpstroming die ondertussen bij bijna alle merken gemeengoed is geworden. Behalve, en u raadde het al, bij de Golf van Volkswagen. Dat dat minzaam toestaat bij zijn minder premium, dus goedkopere zustermerk Seat. De carrosserie buitelt nog even door in het interieur en dashboard. Ergerlijk is de onmogelijkheid om de dashboardklokken af te lezen. Het plexiglas weerspiegelt hevig, de klokken zijn door de matte ondergrond onleesbaar en werken alleen naar behoren met een aangezette dashboardverlichting. Een kofferbak zonder handgreep, wie bedenkt zoiets?

Het stuur is op lage snelheid iets te veel (elektrisch) bekrachtigd, de stoelen, versnellingsbak, wegligging en het remgedrag zijn uit de kunst. De stille, sterke en soepele diesel is veel te snel voor de jakkeraars onder ons. Door de lage en volgens de fabriek sportieve (zucht) daklijn, de platte voorruit en fors uitgevallen raamstijlen is het uitzicht naar voren en schuin zijwaarts matig.

De Bravo is een fraaie middenklasser van onmiskenbaar Italiaanse origine. Die ook ditmaal de hegemonie van de Duits/Japanse kopgroep niet zal kunnen bedreigen.

Freddy Rikken

Freddy Rikken is fotograaf en rijdt in een Porsche Carrera 911 S.