Stugge handdoeken en weerbarstige jampotjes

Niet alleen het oog wil wat, ook het gevoel wil gestreeld. In Delft worden studenten opgeleid tot fijngevoelige vormgevers. De docent gaat promoveren op ‘tactiel ontwerpen’.

Wie vroeger een product ontwierp, begon met potlood en papier. Ontwerpers van nu kruipen achter de computer. Die vervolgens elk ontwerp in drie dimensies kan tonen en die objecten kan laten wentelen alsof ze al bestonden. „En misschien is daardoor de nadruk in de ontwerperswereld steeds meer op het visuele komen te liggen”, zegt industrieel ontwerper Marieke Sonneveld. „Terwijl er met onze andere zintuigen aan producten ook zoveel te beleven is. Ze kunnen een bepaalde klank hebben, soms kun je ze ruiken, en je kunt ze aanraken.”

In dat laatste ‘veronachtzaamde’ aspect, de aanraking, verdiept Sonneveld zich sinds het begin van deze eeuw. Onder meer tijdens de colleges ‘tactiliteit’ die ze aan de Technische Universiteit Delft verzorgt. Volgende week hoopt ze op de resultaten van haar werk te promoveren.

‘Veronachtzaamd’ is misschien niet helemaal het goede woord, want intuïtief voelt iedereen aan dat de tactiele ervaring, de tastzin, heel belangrijk is. Sonneveld: ,,In de wereld van games, die bij uitstek visueel ingesteld is, zie je het tactiele ook steeds vaker terugkeren. Games worden niet langer bediend met uitsluitend knopjes, maar zijn gekoppeld aan stokken om mee te zwaaien, aan stuurknuppels of trommels om op te slaan.”

Sonneveld zelf begon aan de basis. ,,Ik heb eerst geprobeerd onder woorden te brengen waarom aanraking belangrijk is en daarna om er een begrippenkader voor te ontwikkelen.” En dat is minder abstract dan het klinkt, zegt zij. ,,Je kunt het vergelijken met een cursus wijnproeven. Iedereen proeft smaakverschillen in wijn. Maar je komt pas verder wanneer je op zo’n cursus begrippen krijgt aangereikt. Die maken je bewust van subtiele smaakvariaties en helpen je om je smaak te ontwikkelen – om een fijnproever te worden.”

Net zo wil Sonneveld van haar studenten ‘fijngevoeliger’ ontwerpers maken. Om ze bewust te laten worden van tastzin, begint ze er altijd mee om ze geblinddoekt een aantal, liefst onbekende producten, te laten aftasten en beschrijven. Die ‘experimenten’ kan Sonneveld daarna ook zelf gebruiken voor haar begrippenkader, en voor de bijbehorende ‘lichaamstaal’ die de wisselwerking tussen mens en product beschrijft.

Steeds weer blijkt die taal te bestaan uit woorden die (affectief) gedrag beschrijven. Een hard voorwerp ‘geeft niet mee’ of ‘komt stug over’. Een koksmes of een schaar met een afwijking naar links ‘werkt tegen’. Een handdoek die niet goed droogt is ‘onaangenaam’. En het beruchte jampotje dat niet open te draaien valt, dat is ‘eigenwijs’ of ‘houdt zelfs zijn mond stijf dicht’.

Al kun je ook zeggen: het jampotje toont karakter. Sonneveld: „Zoiets vinden mensen vaak leuk. Als je met een groep bent, roept iedereen: laat mij maar proberen.” Daarmee valt het weerbarstige jampotje voor Sonneveld in de categorie van voorwerpen die uitdagen en die eerst overwonnen moeten worden.

Haaks daarop staat de categorie voorwerpen die zacht zijn en een prettig gevoel oproepen. Sonneveld: „Het ontwikkelen van zulke producten met een soft touch is intussen een beetje een hype geworden. Ook als reactie op de knopjeswereld waarin we brood niet kneden met onze handen, maar door op het knopje van de broodbakmachine te drukken.” En toch, zegt zij, hebben we beide nodig, al is het maar omdat we pas door het contrast te voelen, kunnen genieten van wat zacht en aaibaar is.

Of de toekomstige ontwerpen van haar studenten daarop zullen inspelen, valt nog niet te zeggen. Daarvoor lopen de colleges nog te kort. Sonneveld: ,,Ik hoop natuurlijk dat ze het tactiele meer zullen laten meespelen in hun ontwerpen. Ik wil nu ook een platform gaan maken waarop ontwerpers hun ervaringen op dit terrein kunnen uitwisselen.”

Want, zegt zij, niet alleen in Delft, maar ook op andere ontwerpopleidingen, neem Eindhoven (Design Academy) of Londen (Royal College of Art), komt er gelukkig weer meer aandacht voor de esthetische ervaring met alle zintuigen – dus ook de tastzin.