Risico wetenschappelijk ondernemerschap

In NRC Handelsblad van 29 maart schrijft Elske Schouten dat universitaire bureaucraten een sta-in-de-weg zijn voor durf en ondernemerschap van wetenschappelijke onderzoekers. De conclusie van het artikel is dat wetenschappelijk ondernemerschap gestimuleerd moet worden, omdat het louter winnaars oplevert: de universiteit, de onderzoeksgroep, de onderzoeker zelf én de maatschappij.

Zo`n zonnige conclusie maakt wantrouwig. Inderdaad is het niet moeilijk in te zien dat het stimuleren van wetenschappelijk ondernemerschap gepaard zal gaan met een paar vervelende bijwerkingen. Immers, als onderzoekers en onderzoeksgroepen aan sommige soorten onderzoek (veel) geld kunnen verdienen en aan andere soorten niet, dan zullen zij gemiddeld kiezen voor onderzoek dat financieel aantrekkelijk is. Financieel aantrekkelijk betekent meestal: passend in de researchagenda van een bedrijf dat gericht is op het maken van winst.

Het eerste gevaar is dan dat andere soorten onderzoek, zoals risicovol of door nieuwsgierigheid gedreven onderzoek, of, in de geneeskunde, onderzoek aan zeldzame aandoeningen, in het gedrang komen. Het tweede gevaar is belangenverstrengeling. Onderzoekers die financieel belang hebben bij de uitkomsten van hun onderzoek staan bloot aan de verleiding de uitkomsten van dat onderzoek te positief te rapporteren. Zulke gevaren zijn niet denkbeeldig. Geneeskundig onderzoek naar interventie x blijkt systematisch gunstiger uit te vallen indien dat onderzoek door de industrie gesponsord wordt dan wanneer dat onderzoek uit publieke middelen wordt betaald. En wie zou het plezierig vinden adviezen van artsen te moeten toetsen op financiële belangenverstrengeling?

Wie de onderzoekswereld kent weet dat de bijwerkingen zoals hierboven geschetst zich ook nu al voordoen. De maatschappij is het slachtoffer, zowel nu (nieuwe medische interventies worden soms te gunstig voorgesteld) als in de toekomst (interventies waar niet aan te verdienen valt, worden niet ontwikkeld).

Wetenschappelijke bevindingen mogen best te gelde worden gemaakt, maar het zou beter zijn als onderzoekers en onderzoeksgroepen daar geen grote persoonlijke financiële belangen bij zouden hebben. De opbrengsten zouden moeten worden verdeeld over de onderzoeksgemeenschap, waarbij geïnvesteerd zou moeten worden in kansrijk onderzoek dat anders moeilijk te financieren is - en daar is genoeg van.