‘Rien’, niets, is het meest gebruikte woord in de film

scene uit de film Nue Propriete (2006) FOTO: A-Film Isabelle Huppert A-Film

Nue proprieté

Regie: Joachim Lafosse. Met: Isabel Huppert, Jérémie Renier, Yannick Renier. In: Amsterdam, Tuschinski; Filmhuis, Den Haag; Lux, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam.

Dit is zomaar een leven. We leren een gescheiden vrouw kennen, met twee bijna volwassen zoons, een schitterend huis in Wallonië en een hekel aan haar ex-man. Op het moment dat wij haar leven binnenkomen, staat ze voor de spiegel en past een nieuw jurkje. Ben ik niet te dik, vraagt ze met een vleugje behaagzucht. Maar de enigen die in de buurt zijn om te behagen, zijn haar twintigjarige zoons – en die plagen haar liever.

En dan zien we ze eten. Aan tafel in de keuken. De jongens bunkeren zoals jongens kunnen bunkeren. Ze maken grapjes of ruzie en ze maken het weer goed. Dit is zomaar een leven en regisseur Joachim Lafosse (Brussel, 1975) haalt ook geen trucs uit om het specialer te doen lijken. De hele film lang zal hij dezelfde scènes herhalen – ingemetseld tussen de vier muren van het huis, vastgeketend aan het erf, als om te bewijzen dat een tragedie zich ook kan ontwikkelen in het alledaagse.

Want dat zien we ook al snel, de kiemen van een drama. Hoe de haat van de moeder de tweeling dwingt te kiezen tussen haar en hun vader. We zien dat de jongens feitelijk weinig om handen hebben en nog steeds op hun buik op bed liggend met Playstation spelen of met de luchtbuks op onzichtbare ratten schieten. De frustraties over het geldgebrek en de ledigheid borrelen langzaam omhoog.

Maar vooral valt al snel op dat geen van hen de ander ooit vertelt wat hem werkelijk bezighoudt. Waar ben je geweest? Nergens. Wat heb je gedaan? Niets. ‘Rien’ is wel het meest gebruikte woord in Nue proprieté.

Het blote eigendom van de titel is het huis. De vader heeft het aan de moeder gelaten, om het te bewaren voor hun zoons. Maar voor de bittere Pascale (Huppert) is het huis symbool geworden voor alles wat haar gevangen houdt in dit leven. Ze wil ervanaf. Ze wil een leven opbouwen, met de buurman nog wel. Dat is de lont die de jonge regisseur en schrijver Lafosse ( La folie privée) in dit kruitvat steekt.

Als de buurman komt koken zijn de jongens verbluft: wat doet buurman hier? Buurman komt de jongens vertellen wat hun moeder al die tijd niet kan zeggen. Daar ontploft alles, en het is briljant dat Lafosse die explosie aan dezelfde alledaagse eettafel situeert, waar voor de verandering nu dan eens geen hap wordt gegeten. De intelligentie waarmee Lafosse zijn scenario heeft opgebouwd, wordt geëvenaard door de zorgvuldigheid waarmee hij het heeft verfilmd.