Orgaanhandel O-Europa bloeit

Steeds vaker overlijden Nederlanders door een tekort aan donororganen. Het Belgische systeem kan de toename van illegale transplantaties voorkomen. „De wet moet verruimd.”

De zestigjarige Rob de Wit staat al ruim zes jaar op een wachtlijst voor een niertransplantatie. Als gevolg van een erfelijke ziekte zijn beide nieren verwijderd. Iedere nacht past hij tijdens zijn slaap een acht uur durende thuisdialyse toe om in leven te blijven. Binnenkort moet hij bovendien een hartoperatie ondergaan, omdat de dialyses zijn bloedvaten hebben aangetast.

De Wit is slachtoffer van het schrijnende gebrek aan donororganen in Nederland. Het aantal donaties van vooral nieren door vrienden of familie bij leven neemt flink toe, maar er zijn veel te weinig mensen die hun organen na overlijden beschikbaar stellen aan vreemden.

Onder andere over dit probleem bogen honderden deskundigen zich tot en met gisteren in Rotterdam tijdens een Europees congres over orgaandonatie en -transplantatie. In de lobby van het Rotterdamse World Trade Center schat wetenschappelijk secretaris Mike Bos van de Gezondheidsraad dat jaarlijks zo’n honderd tot tweehonderd Nederlanders overlijden omdat niet tijdig een nieuw hart, nieuwe nier, lever of long beschikbaar is. Hoogleraar Interne Geneeskunde Willem Weimar denkt dat dit aantal veel hoger ligt. „Veel mensen komen niet eens op een wachtlijst omdat hun artsen weten dat de organen er toch niet zijn.”

Wel zeker is dat het aantal sterfgevallen van mensen op de wachtlijst toeneemt. „Wat ons nekt is de vrijblijvendheid, je hoeft geen keuze te maken”, zegt Bos. Volgens de Wet op de Orgaandonatie mogen artsen alleen organen wegnemen als de overledene daar vóór zijn overlijden toestemming voor heeft gegeven. Bos: „Meer dan de helft van de overledenen heeft geen donorcodicil ingevuld. De familie weet het dan ook niet. Als die wordt gevraagd of de organen gebruikt mogen worden, luidt het antwoord in 50 tot 70 procent van de gevallen: doe maar niet.”

Gevolg van de toenemende wanhoop onder mensen op de wachtlijst is volgens Bos dat zij vaker hun toevlucht nemen tot de commerciële markt, die bijna per definitie illegaal is. Volgens Bos kent het systeem van betaalde donatie door levende donoren slechts in enkele landen, bijvoorbeeld Pakistan en Iran, een wettelijke basis. De Chinese orgaanhandel beschouwt hij als volstrekt illegaal. „Dat is een lucratieve aangelegenheid voor de overheid. Het rechtssysteem is zo gemanipuleerd dat in organen van gevangenen kan worden gehandeld, die daar zogenaamd toestemming voor hebben gegeven. Soms worden de tijdstippen van executies van gevangenen afgestemd op operaties”, aldus Bos.

Meestal zijn criminele organisaties bij orgaanhandel in vooral nieren betrokken. Oost-Europa is wat dat betreft in opkomst. Bos: „In landen als Roemenië, Bulgarije, Albanië en Georgië worden arme mensen soms gedwongen organen af te staan. Ze krijgen bijvoorbeeld een aanbod om ergens te werken. Bij aankomst wordt vervolgens hun paspoort ingenomen, dat ze pas terug krijgen als ze een nier hebben afgestaan.”

De organen worden vervolgens in onder andere Turkse privéklinieken ingebracht bij mensen die daar fors voor betalen. Volgens Bos is van zo’n twintig Nederlanders bekend dat ze zich op deze manier hebben laten helpen. In Nederland komen ze vaak in de nazorg terecht. Bos: „Ze kunnen een orgaan hebben gekregen van iemand die niet gezond was.” Nederlandse artsen mogen hen niet weigeren.

Rob de Wit zegt zelf nooit een operatie in het buitenland te hebben overwogen, maar begrijpt de mensen die daarin hun toevlucht zoeken. „Ik vind het ongelooflijk triest dat je een orgaan krijgt van iemand die het uit armoede heeft laten verwijderen. Maar als je ziet wat dialyse met je doet, begrijp ik dat er mensen zijn die zeggen: Nou, dan moet het maar.”

Om de vraag naar en het aanbod van organen beter op elkaar af te stemmen, werkt Nederland met België, Luxemburg, Oostenrijk, Duitsland en Slovenië samen in de organisatie Eurotransplant.

Ongeveer 20 procent van de organen die in deze landen beschikbaar komen, gaat de grens over. Dit kan uitkomst bieden voor mensen met bijvoorbeeld een zeldzaam type lichaamsweefsel, voor wie in eigen land geen organen te vinden zijn.

Landen binnen Eurotransplant ontvangen echter net zo veel organen als ze beschikbaar stellen. Daarom kan het onevenredig grote Nederlandse tekort niet worden beperkt door import uit bijvoorbeeld België, waar mensen donor na overlijden zijn, tenzij iemand vooraf aangeeft dat niet te willen.

Hoogleraar Weimar ziet maar één oplossing. Weimar: „De Wet op de Orgaandonatie moet worden verruimd. Het liefst in de richting van het Belgische systeem, waar de tekorten aanmerkelijk kleiner zijn.”