Niet meer de stad in, maar het internet op

Steeds meer mensen doen hun aankopen via internet.

Winkels in de binnenstad moeten zich meer richten op funshoppen, stelt een rapport.

De medewerkers van enkele reisbureaus in Breda willen het niet zelf zeggen. „Wij mogen eigenlijk niet met de pers praten.” Maar duidelijk is wel dat internet hun werk heeft veranderd. Het aantal boekingen blijft gelijk, maar er komen minder klanten. Die komen voor meer ingewikkelde reizen. Want de simpele reizen boeken ze zelf. Thuis.

Het webwinkelen gaat de Nederlandse binnensteden de komende jaren veranderen, zo stelt het Ruimtelijk Planbureau (RPB) in het gisteren verschenen rapport Winkelen in het internettijdperk. Steeds meer mensen doen boodschappen via de computer. Twee jaar geleden bedroegen de aankopen via internet nog 2,8 procent van de totale detailhandelomzet, maar over vijf jaar zal dat zijn gestegen tot ongeveer 10 procent. Gekocht worden vooral televisies en wasmachines, reizen, muziek en boeken.

Veel klanten bestellen hun producten via de website van de winkels, of hebben producten en prijzen bekeken op het web. Directeur Wim Derksen van het RPB: „Vrouwen vinden het heerlijk om op donderdag eerst op internet te kijken welke jurk ze willen kopen, om die op zaterdag in de stad te kopen.”

Het RPB denkt dat de effecten op termijn niet kunnen uitblijven. Van alle internetaankopen zou ruim 42 procent in de binnenstad zijn aangeschaft als het product niet via het internet had kunnen worden gekocht. En: „In 23 procent van de binnensteden worden minder grote aankopen gedaan.”

Webwinkelen hoeft niet niet ten koste te gaan van de detailhandel, als die maar meedoet. Maar de omzet in de filialen in de binnenstad zal op termijn wel dalen, en dat kan een goede reden zijn een vestiging buiten de binnenstad te zoeken. „Waar de huren minder hoog zijn”, zegt Derksen.

Daardoor zullen de Nederlandse binnensteden nóg meer dan nu het moeten hebben van ‘funshoppen’ en elkaar daarbij beconcurreren. „Eerst hebben de binnensteden moeten leren omgaan met het vertrek van de meubelwinkels naar de meubelboulevards. Nu zal vermoedelijk een andere categorie winkels vertrekken. Daardoor zal het accent in de binnensteden nog meer komen te liggen op funshoppen. Veel damesmode! Daarbij zullen de steden elkaar beconcurreren.”

Er is ook wel verondersteld dat de opkomst van het webwinkelen minder verkeer zou opleveren. Dat is niet het geval, constateert het Ruimtelijk Planbureau. Integendeel zelfs. Vooral de markt in tweedehands artikelen op internet lokt verkeer uit. „Deze handel leidt in potentie elf keer zo vaak als die tussen winkels en consumenten tot meer personenvervoer zonder dat daar een afname van het goederenvervoer tegenover staat”, zo staat in het rapport.

Toch moeten we het effect van het webwinkelen op de binnensteden niet gaan overdrijven, zeggen mensen uit de praktijk. „Internet geeft ons bedrijf een toegevoegde waarde”, zegt algemeen directeur Will van den Hoogen van D-Reizen. Hij vertelt dat 85 procent van alle reizigers internet raadpleegt alvorens zelf via het web te boeken, een van zijn 170 vakantiewinkels te bellen, of deze te bezoeken en daar te boeken. De winkels hebben een belangrijke functie om mensen op weg te helpen met aanvullende informatie, vooral bij complexe reizen. Van den Hoogen wil dan ook geen winkels uit de binnensteden terugtrekken. „Het zou een zeer onverstandig besluit zijn om naar de buitenwijken te verhuizen. Dan mis je zó veel mensen, dat je omzet daalt.”

Hebben zelfstandige winkeliers het misschien extra moeilijk om te concurreren met internetwinkels? Henk Verschoor, eigenaar van een witgoedwinkel in de Bredase binnenstad, krijgt regelmatig klanten die op internet al hebben nageplozen wat de laagste prijs is van een bepaald type wasmachine. Niet zelden is zijn winkel, witgoedspecialist Van Rooij, duurder. „Maar wat als die wasmachine kapot gaat? Dan sta ík zo voor de deur!” Service en persoonlijke aandacht, dat is dus het antwoord van de moderne winkelier op internet, zegt Verschoor. Mét behoud van een gezonde marge. „Ik wil best een mooie prijs maken. Maar dan moet ik op mijn beurt ook een goede inkoopprijs van de fabrikant kunnen krijgen. Daar zijn ze best gevoelig voor. Fabrikanten willen graag dat wij hun producten in de winkel aanbieden.”

Lees het rapport op: www.rpb.nl/nl%2Dnl/