Muziekmachines van Meccano

Een componist die Meccano gebruikt als bouwmateriaal voor muziekmachines? Pierre Bastien schrikt er niet voor terug. Sterker nog, hij gebruikt zelfs tandenborstels en ventilatoren.

De machinehal van het Amsterdamse Elektriciteitsmuseum Energetica. Pierre Bastien zit achter een tafel vol apparatuur. Zijn handelingen worden geregistreerd door een kleine videocamera die op de tafel staat en uitvergroot geprojecteerd op een scherm achter hem.

Componist Pierre Bastien (53), geboren in Frankrijk, woonachtig in Nederland, gebruikt voor zijn concerten instrumenten uit de hele wereld en muziekmachines gemaakt van Meccano, ventilatoren, tandenborstels, zagen en scharen.

Met zijn ‘Meccano-orchestra’ creëert hij een hypnotiserend, soms sprookjeachtig, dan weer onheilspellend, vervreemdend klanklandschap. Daarbij verwisselt hij onderdelen en manipuleert hij klanken met een mini-mengpaneel. Centraal staat de ‘ritmesectie’: met een draaischijf waarbij de naald scratchend op en neer springt op een hobbelig singletje en een rechthoekig frame, waarbinnen Meccano-onderdelen en plastic en metalen plaatjes met elektromotortjes in beweging worden gebracht.

Doordat Bastien statische, mechanisch opgewekte klanken combineert met een instrumentale inbreng, wordt zijn optreden een performance waarbij je gebiologeerd blijft toekijken. Hij begeleidt zijn soundscape met een Afrikaans tokkelinstrument en met een kleine trompet met demper. Aanvankelijk bespeelt hij deze gewoon, maar later steekt hij een slangetje in de demper en het andere uiteinde in een glas water, waardoor borrelende klanken opstijgen.

Drie dagen later in het Rotterdamse Kralingen. De zolder van zijn eengezinswoning staat vol apparatuur: pick-ups, versterkers, 78-toerenplaten en een dvd-speler die hij heeft aangesloten op een oude Sony-projector, zodat hij opgenomen televisieprogramma’s op de muur geprojecteerd kan bekijken. Aan de schuine zoldering hangen allerlei instrumenten. Bastien: „Ik heb er in totaal zo’n tweehonderd.”

Hij zegt geïnspireerd te zijn door Dada, Raymond Roussel, vroege jazzmusici, Afrikaanse musici en het revolutionaire elan van de jaren tachtig. Hij bewerkte opnames voor Robert Wyatt, trad op met Apex Twin, deejay Low en bracht vorig jaar de cd Mecanoid uit.

Het montagespeelgoed Meccano, dat hij toepast, werd in 1901 bedacht door de Engelsman Frank Hornby; geverfde en geperforeerde metalen plaatjes en strips die met bouten, moertjes, wieltjes en andere verbindingselementen konden worden opgebouwd tot hijskranen, vliegtuigen, bruggen en schepen: „De winkel in Delft waar ik het kocht, is er helaas mee gestopt.”

Bastien maakte zo’n veertig muziekmachines. Bij een toetsenbord met Meccano-schoepenrad: „Die was ooit bedoeld om op waterkracht van de Dommel te spelen.’ In een hoek staat er één in aanbouw: een tafeltje met een Meccano-frame, een roterend orgeltje, een strookje qualquepapier dat middels een ventilator tegen een buisje trilt (geluid als ritselende bladeren in een bos) en, direct op het tafelblad bevestigd, een zelfgebouwd snaarinstrument: „Bij deze variant moeten de klanken van alle onderdelen synchroon gaan lopen.” Over zijn gebruik van draaitafels: „Ze vormen eigenlijk een commentaar op de moderne deejays. Hun werk zou net zo goed door machines gedaan kunnen worden.”

Tenslotte vertelt hij hoe het ooit allemaal begon: „Ik studeerde gitaar met een metronoom, raakte zo geïrriteerd door dat monotone getik, dat ik lege pannen pakte en de slinger daartegen liet slaan. Er ontstond een verrassende ding-boem, ding-boem klank. Jaren later ontdekte ik een oude Meccanodoos op zolder.”

Bastien treedt 10 april op in Lantaren Venster in Rotterdam en op 15 april bij Energetica in Amsterdam. Meer op www.pierrebastien.com, www.energetica.nl en www.lantaren-venster.nl