Luchtvaartfusies met hindernissen

Komen de fusies en transacties in de Europese luchtvaartsector nu eindelijk van de grond? Het Spaanse Iberia heeft een bod binnen van de Amerikaanse participatiemaatschappij TPG. Alitalia is te koop en de Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot heeft belangstelling getoond. British Airways (BA) en Virgin hebben het oog laten vallen op de Britse branchegenoot British Midlands (BMI). En het Ierse Ryanair zou later dit jaar opnieuw een bod kunnen doen op landgenoot Aer Lingus. Het lawaai van de vliegtuigmotoren wekt de indruk dat de sector op de drempel van een grondige sanering staat. Maar zal alle opwinding werkelijk tot luchtwaardige transacties leiden?

Op zich zijn daarvoor redenen te over. De Europese luchtvaartindustrie is nog steeds zeer gefragmenteerd. De tachtig Europese luchtvaartmaatschappijen hebben vloten die gemiddeld uit minder dan veertig vliegtuigen bestaan, tegen zo’n 150 toestellen bij hun Amerikaanse tegenhangers. Het is dus geen verrassing dat veel Europese luchtvaartmaatschappijen in problemen verkeren – Alitalia op de korte en Iberia op de langere termijn. De agressieve prijsstunter Ryanair probeert zich een zo gunstig mogelijke uitgangspositie te verwerven. Bovendien zijn de prijzen voor luchtvaartmaatschappijen door de aantrekkende conjunctuur gestegen, waardoor het aantrekkelijker is geworden zichzelf te verkopen.

Toch kan het zijn dat eventuele fusies en overnames in deze sector nog steeds niet goed zullen aflopen, om de eenvoudige reden dat concurrenten elkaar in de weg blijven zitten. Net als bij de twee andere strategische sectoren in Europa – banken en energie – wemelt het in deze bedrijfstak van de kruisverbanden. En net als in de bank- en energiesector hebben potentiële bieders belangen genomen in concurrenten – als oriëntatiepunt voor zichzelf, maar ook om andere geïnteresseerden op afstand te houden.

Zo heeft BA een belang van 10 procent in Iberia, evenals het recht van eerste koop op nog eens 30 procent van de aandelen, wat betekent dat het concern ieder onwelgevallig bod kan tegenhouden, zelfs als het geen eigen bod wil uitbrengen. Lufthansa heeft een belang van 30 procent in BMI, maar wil die maatschappij vermoedelijk niet overnemen, ook al slaan de concurrenten BA en Virgin BMI hoog aan wegens zijn landingsrechten op de Londense luchthaven Heathrow. Ryanair beschikt nog steeds over een blokkerend belang van 25 procent in Aer Lingus. En er zijn maatschappijen als het Zweedse SAS en het Portugese TAP, die logischerwijs bij grotere concerns horen, maar grotendeels in handen van de thuisstaat blijven – nog een obstakel voor consolidatie.

Zulke hindernissen betekenen niet dat er helemaal geen overeenkomsten gesloten kunnen worden. Maar soortgelijke kruisverbanden en wederzijdse belangen, zowel in de publieke als in de private sfeer, hebben grensoverschrijdende transacties in de Europese bank- en energiesector ook jarenlang tegengehouden.

John Paul Rathbone

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld