Iran: vrijlating Britten is ‘gebaar’

Iran laat de vijftien gevangen Britse marinemensen vrij die bijna twee weken geleden werden opgepakt omdat ze zich in Iraanse territoriale wateren zouden hebben bevonden. Dat heeft de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad gistermiddag onverwachts bekendgemaakt. De Britten vliegen waarschijnlijk vandaag naar Londen.

Ahmadinejad zei dat hij bereid was de marinemensen te vergeven, ook al was Londen niet „dapper” genoeg om toe te geven dat de Britse marinemensen een fout gemaakt hadden.

„Ter gelegenheid van de geboortedag van de grote profeet van de islam, en ter gelegenheid van Pasen en van Pesach, het joodse paasfeest, wil ik graag aankondigen dat de grote natie Iran de vijftien Britse mariniers gratie heeft verleend als geschenk aan het Britse volk”, aldus de Iraanse president.

Tijdens een korte persconferentie in Downing Street verwelkomde de Britse premier Tony Blair de vrijlating en prees de Britse reactie op de crisis. „We hebben steeds een weloverwogen benadering gekozen: sterk maar kalm”, aldus Blair.

Ook de VS hebben het Iraanse besluit toegejuicht. President Bush zei dat als Iran zijn relatie met de VS wil verbeteren, het land de verrijking van uranium moet opschorten.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier, zei te hopen dat de Iraanse beslissing om de Britten vrij te laten een signaal is dat Iran ook in andere zaken concessies wil doen, bijvoorbeeld als het gaat om zijn omstreden nucleaire programma. Duitsland, momenteel voorzitter van de EU, is bereid tot gesprekken met Iran, zo liet hij weten.

De aankondiging van Ahmadinejad volgde op een bericht in de Iraanse media dat een Iraanse vertegenwoordiger de vijf Iraniërs mag bezoeken die sinds januari door de Verenigde Staten worden vastgehouden in Irak. Iran houdt vol dat de vijf mannen, die in het Iraanse consulaat in de Noord-Iraakse stad Arbil werden gearresteerd, diplomaten zijn. De Verenigde Staten beschuldigen ze ervan hulp te bieden aan Iraakse opstandelingen. (AP, Reuters, BBC)

Zie ook pagina 6 en 7