Huiveringwekkende jacht op kinderen, uit 1955

The Night of the Hunter. Regie: Charles Laughton. Met: Robert Mitchum, Lilian Gish. In: Filmmuseum, Amsterdam; Filmhuis, Den Haag; Lantaren/ Venster, Rotterdam.

De eerste keer dat we Harry Powell zien in The Night of the Hunter vertelt hij God dat hij verschillende weduwen heeft gedood. Zijn introductie is typerend voor het eigenaardige regie-unicum van acteur Charles Laughton uit 1955, nu opnieuw uitgebracht door het Filmmuseum.

Het typerende van de introductie van Powell is enerzijds de lyrische beweging waarmee de camera over de rivier zweeft om te landen op de motorkap van Powells auto en zijn monoloog tegen God op te vangen. Die monoloog, dat is het andere wat de film typeert, is onomwonden sadistisch. Laughton brengt ons in een door en door slecht universum.

Powell heeft in de gevangenis gehoord dat zijn celgenoot de buit van een bankoverval heeft verstopt. Na diens dood zoekt hij het gezin van de overvaller op, de weduwe, zoon en dochtertje. Met zijn hypocrisie wint hij het vertrouwen van iedereen, behalve het zoontje. Dus moet hij met geweld zijn doel bereiken. Zo begint een lange achtervolging langs de rivier, door Laughton in een mengeling van sprookjesachtige vredigheid en nachtmerrieachtig expressionisme gefilmd. Hij kan de camera rustig een konijn laten filmen. Maar altijd doemt de jager weer op.

De finale wordt voorafgegaan door een huiveringwekkende samenzang van de neppriester en de vrouw die de kinderen bescherming biedt. Het is een staaltje melodrama dat het publiek in 1955 net zo bevreemd moet hebben als ons nu.