Geen Ahmadinejad aan de Nijl

In een eind vorige maand gehouden referendum werd aan 35 miljoen Egyptenaren gevraagd of zij de amendementen op de Grondwet steunden die een week eerder door het Egyptische parlement waren aangenomen. De aanpassingen waren bedoeld om de invloed van president Mubarak en zijn regeringspartij te versterken bij het bepalen van wie de volgende president van Egypte zal worden. Ze moesten verzekeren dat de toekomstige president aanvaardbaar is voor het leger en trouw blijft aan Mubaraks nalatenschap.

Oppositiegroeperingen hebben uit protest tegen de regressieve veranderingen het referendum geboycot. De uitslag was daarom niet zo moeilijk te voorspellen. Bijna 76 procent steunde de amendementen, maar slechts 27 procent van de kiesgerechtigden bracht zijn stem uit. Ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Rice, toonde zich teleurgesteld. Ze heeft de Egyptische regering op de vingers getikt wegens het intrekken van enkele in 2005 ingevoerde grondwetshervormingen.

Natuurlijk zullen maar weinigen van ons tevreden zijn met de gang van zaken. Maar zouden we de uitslag toch niet als minst slecht moeten aanvaarden? Het uiting geven aan morele afschuw is een relatief pijnloze manier om met dit dilemma om te gaan, of het nu om Egypte, Jordanië, Saoedi-Arabië of Pakistan gaat.

Bij de parlementsverkiezingen van 2005 stemde 20 procent van de Egyptenaren voor partijen die in verband worden gebracht met de Moslimbroederschap. Als deze hadden gewonnen, zouden restricties die door militante islamieten worden gewenst, waarschijnlijk in een handomdraai zijn ingevoerd. In technische zin zou de democratie hebben gezegevierd. In werkelijkheid zou opnieuw een radicaal islamitisch regime aan de macht zijn geholpen.

Het patroon van verwaterende hervormingen doet zich niet alleen in Egypte voor. Het gebeurde ook in andere gematigde, seculiere en door pro-westerse regimes geregeerde landen als Jordanië en Algerije. Na vorig jaar getuige te zijn geweest van de verwoestende gevolgen van de overwinning van Hamas bij verkiezingen onder de Palestijnen, vraagt men zich af wat er nog meer moet gebeuren om verontwaardigde Amerikanen en Europeanen hun gezond verstand terug te geven.

In het naoorlogse West-Duitsland sloeg de democratie niet zozeer aan omdat deze werd opgelegd door de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk. Het was eerder het gevolg van overtuigingen die waren ontstaan in de jaren van nachtmerrie en pijn tijdens de Hitlertijd. Leidende deelnemers aan de geheime besprekingen in Kreisau (de ‘Kreisauer Kreis’) legden vervolgens de basis voor een authentiek democratisch Duitsland.

In de meerderheid van de Arabische landen is er helaas geen equivalent voor de erfenis van ‘Kreisau’. Daarom zijn er geen echte gematigde democratische beginselen voorhanden om weerstand te bieden aan de dreiging van de militante moslims. De pleitbezorgers van onmiddellijke democratische verkiezingen, ondanks de mogelijk desastreuze gevolgen daarvan, tonen slechts aan hoe naïef en roekeloos democratische politici en liberale intellectuelen kunnen zijn. Ze zouden moeten weten dat hun Arabische partners juist met Washington en Londen samenwerken, omdat ze geïsoleerd zijn van hun bevolking.

Een van de laatste stukken die de historicus Arthur Schlesinger jr. publiceerde, had de elegante titel History and National Stupidity (New York Review of Books, 27 april 2006). Hij schreef dat wanneer hij bijzonder gedeprimeerd was, hij het Amerikaanse gedrag toeschreef aan de „stompzinnigheid van onze leiders”. Vietnam was al erg genoeg, maar om „hetzelfde experiment” dertig jaar later in Irak te herhalen, is een „krachtig argument in een betoog over nationale domheid”. De eeuwige neiging te preken en vriendschappelijke leiders met een niet zuiver democratische achtergrond ertoe aan te zetten hun gedrag te verbeteren, heeft slechts mislukkingen opgeleverd. India en Spanje hebben zich daarentegen op eigen kracht aan een koloniaal en een autoritair regime ontworsteld.

Als landen er niet rijp voor zijn, zal het van buitenaf opleggen van westerse democratische normen waarschijnlijk eerder leiden tot de opkomst van een militante theocratie dan van een Jeffersoniaanse democratie. We moeten daarom vermijden deze landen vermanend toe te spreken en ons voor even tevreden stellen met de oppervlakkige stabiliteit en het bondgenootschap in de strijd tegen het terrorisme.

Als het huidige leiderschap van Egypte de stabiliteit en de economische ontwikkeling wil zekerstellen, min of meer volgens het Chinese model, laat het dan zijn gang gaan. Als het verstandige deel van de wereld niet wil dat er een nieuwe Ahmadinejad opduikt langs de oevers van de Nijl, moet het Mubarak en zijn partners met rust laten.

Shimshon Arad is oud-ambassadeur van Israël.