‘Euthanasie is een recht’

Het kabinet bepleit pijnstilling op het sterfbed als alternatief voor euthanasie. Onzin, vindt oncoloog Peter Heintz. „Net als zeggen dat adoptie beter is dan abortus.”

Peter Heintz, gynaecoloog en oncoloog, emeritus hoogleraar in het UMC Utrecht, heeft in zijn leven veel vrouwen zien doodgaan. En hij heeft ze vaak geholpen om dood te gaan, ook toen er nog geen Euthanasiewet was. Baarmoederhalskanker en eierstokkanker kunnen tot een pijnlijk en langdurig sterfbed leiden.

Toen Peter Heintz las dat het nieuwe kabinet palliatieve sedatie – pijnstilling op het sterfbed – wil propageren als alternatief voor euthanasie, werd hij boos. Wat een onzin, zegt hij, om mensen sedatie op te dringen, alleen omdat de ChristenUnie meeregeert.

Palliatieve sedatie, zegt hij, is geen alternatief voor euthanasie. Doen alsof dat wel zo is, vindt hij net zo’n flauwekul als zeggen dat adoptie een alternatief is voor abortus. „Dat bedenk je alleen als je er niets vanaf weet.”

Peter Heintz (62) raakte geïnteresseerd in de zorg voor vrouwen met terminale kanker toen hij in opleiding was, begin jaren zeventig, in het academisch ziekenhuis in Leiden. Zijn hoogleraar, Arnold Sikkel, had op de afdeling een kamer ingericht voor vrouwen die dood zouden gaan. Hij hielp hen om de laatste weken goed door te komen, met pijnstillende drankjes en veel aandacht van vrijwilligers. „Een hospice avant la lettre.”

Er waren vrouwen die vroegen om te mogen sterven. „En Sikkel maakte dat bespreekbaar”, zegt Peter Heintz. „Per casus. Net als met de aanvragen voor abortus. Als we het verzoek honoreerden, gaven we een infuus met een slaapmiddel. De vrouw raakte in coma en dan was het wachten op de dood. We noemden het euthanasie. Maar het was wat nu palliatieve sedatie heet. En het werd geregistreerd als natuurlijke dood.”

Het was mild om het zo te doen, zegt hij. Maar ook wreed. „Het duurde soms dagen voordat die vrouw dan stierf. Daar lag ze dan, onbeweeglijk in bed. Ze kreeg doorligwonden, longontsteking. Ze ging rochelen. Voor de familie was het zeer belastend. En voor de afdeling ook. Als er nu over palliatieve sedatie wordt gepraat, dan moet ik steeds daar aan denken.”

Toen hij zelf de leiding over de afdeling kreeg, ging hij aan vrouwen die wilden sterven vragen hoe ze dachten dat het zou gaan. „Ze zeiden: ik krijg een infuus en dan ben ik dood.” Hij vertelde hun dan dat het meestal nog een tijdje duurde, een paar uur of een paar dagen. Geen vrouw, zegt hij, die dat wilde. „Ze wilden geen levend lijk zijn. Ze vonden het mensonwaardig.”

Peter Heintz ging doen wat sommige andere artsen toen ook al deden, maar wat nog steeds verboden was. Hij gaf vrouwen niet alleen een slaapmiddel, maar ook een spierverslapper. En dan stierven ze wel meteen. Het is nu de gangbare manier om euthanasie toe te passen. Heintz verbaast zich er wel eens over dat niemand hem in de jaren voor de Euthanasiewet heeft aangegeven. „Kennelijk deden we het goed.”

[Vervolg euthanasie: pagina 2]

Sterven na coma kan dagen duren

Processen tegen artsen die euthanasie toepasten, kwamen er alleen als die artsen zelf hadden gemeld wat ze gedaan hadden.

Hij begon nooit uit zichzelf over euthanasie, zegt hij. Ook niet toen hij later in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en in het UMC Utrecht werkte. Vrouwen vroegen zelf of ik bereid was om hen te helpen als het nodig zou zijn, zegt hij. Vaak al meteen nadat ze de diagnose kanker hadden gekregen. „Dan zei ik dat het bespreekbaar was. En dan waren ze gerustgesteld.”

Ook later, zegt hij, heeft hij nooit meegemaakt dat vrouwen kozen voor de kans op een coma van een paar dagen. En dan doodgaan als hun man net even onder de douche zou staan.

Natuurlijk kan Peter Heintz zich voorstellen dat bij mensen met andere opvattingen of met andere ziekten palliatieve sedatie wel de aangewezen manier is om lijden te voorkomen. En hij weet dat palliatieve sedatie steeds meer wordt toegepast sinds er in december 2005 een richtlijn voor kwam (zie inzet). Dat is allemaal het probleem niet, zegt hij. Er is wel een probleem als mensen niet meer in vrijheid voor euthanasie kunnen kiezen, omdat de christelijke leden van het kabinet liever wat anders willen. Of omdat het artsen beter uitkomt.

Toen hij nog in opleiding was, zegt hij, maakte hij mee dat vrouwen na de bevalling hun kind afstonden omdat ze niet getrouwd waren.

„Ze bevielen achter een laken, de verpleging stond klaar om de baby mee te nemen, liefst nog voor het eerste kreetje. Zo zielig. Zo walgelijk. En dat zou dan beter zijn dan abortus? Het komt allemaal op hetzelfde neer. We hebben te maken met politici die mensen het recht willen ontnemen om zelf over hun leven en hun lichaam te beslissen.”