De Pool in permanent vagevuur

Nieuwe wetgeving in Polen over het communistische verleden leidt tot grote verontwaardiging.

Maar wie niet meewerkt krijgt forse gevangenisstraf.

Kawiarna Nowy Swiat, in het centrum van Warschau, is tegenwoordig een sfeervol grand café, met groen fluwelen bankjes, een leestafel en een grote keus aan taartjes. Maar voor Andrzej Maciej Kaniowski is de ‘Nieuwe Wereld’, zoals de Nederlandse vertaling van Nowy Swiat luidt, bovenal een naargeestige herinnering. Hier werd hij in 1975 uitgehoord door agenten van de communistische geheime dienst over een studentenreis naar West-Duitsland, twee jaar eerder. „Zij vroegen of ik met hen wilde collaboreren en boden me een flat aan”, zegt Kaniowski. „Ik dacht alleen maar: hoe red ik me hieruit.”

Na twee gesprekken concludeerden de agenten dat hij niet uit het juiste hout was gesneden. Daarmee was de kous af. Althans, dat dacht Kaniowski, totdat zijn naam twee jaar geleden op internet opdook, op een uitgelekte lijst van communistische informanten. „Ik was er kapot van”, zegt Kaniowski, nu docent filosofie aan de Universiteit van Lódz.

Het kostte hem twee maanden om zijn naam te zuiveren. Dat werd gedaan door het Instituut van Nationale Herinnering (IPN). De instelling, die 86 kilometer aan communistische archieven beheert, gaf Kaniowski zelfs de officiële ‘slachtofferstatus’. Daarmee was de kous af. Althans, dat dacht Kaniowski, tot deze maand.

Een nieuwe, omstreden wet dwingt 300.000 tot 700.000 Polen om te verklaren of ze al dan niet voor het rode regime hebben gespioneerd. Ze moeten een speciaal formulier invullen en ondertekenen. Daarna volgt wat in het Pools lustracja wordt genoemd, de verificatie van de informatie. Wie als leugenaar wordt gebrandmerkt of geen formulier inlevert, riskeert een beroepsverbod van tien jaar of ontslag.

De wet is het geesteskind van de tweelingbroers Jaroslaw en Lech Kaczynski, de premier en de president, die in 2005 aan de macht kwamen met het betoog dat Polen achter de schermen nog steeds wordt gemanipuleerd door voormalige communisten. Het communisme in Polen viel in 1989, maar het viel in overleg met de communisten zelf, die daardoor eisen konden stellen. Een bijltjesdag bleef uit. De Kaczynski’s willen dat nu rechtzetten.

Ook filosoof Kaniowski zal opnieuw zijn naam moeten laten zuiveren, want zijn officiële slachtofferstatus is in de nieuwe situatie niets meer waard. Maar ditmaal weigert hij. „Dit is een zuivering zonder einde, een permanent vagevuur”, zegt hij. „Wat nu gebeurt, is in een moderne, democratische samenleving onacceptabel.”

Kaniowski staat niet alleen. Vorige week sprak de Universiteit van Warschau zich uit tegen „de ondermijning van de democratische rechtsstaat”. Ze eist een bevriezing van de wet, totdat het Constitutionele Hof er een oordeel over heeft geveld. Journalisten roepen massaal op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Zij zien de wet als wraak voor hun kritische houding jegens de regering. De Europese Commissie heeft de wet „spijtig” genoemd. En de Universiteit van Gdansk overweegt om professoren tijdelijk te degraderen tot assistenten, zodat ze niet onder de meldingsplicht vallen.

Volgens voorstanders zijn de vele heftige reacties hét bewijs dat een grote schoonmaak nodig is. De beerput roert zich, paniek wordt verhuld „met nobel klinkende slagzinnen”, aldus Zdzislaw Krasnodebski, een Poolse socioloog aan de Universiteit van Bremen, in een krantenartikel. „De Polen hebben het recht te weten hoe de mensen die de publieke opinie beïnvloeden zich in het verleden hebben gedragen.”

Kaniowski is niet tegen het principe van lustracja. „Binnen staatsorganen is het doen van antecedentenonderzoek een vereiste.” Hij vindt ook dat de communistische archieven toegankelijk moeten worden gemaakt. „Zodat iedereen zelf kan zien en oordelen.” Maar dat is nu juist wat niet gebeurt, want het IPN bepaalt ook straks wat wel en niet naar buiten wordt gebracht.

De filosoof is daardoor zwaar gaan twijfelen aan de intenties van de Kaczynski’s. „Ik vrees dat deze wet een poging is om iedereen die het niet eens is met de huidige machthebbers, op de knieën te brengen. Om de oude intelligentsia te vervangen door een nieuwe. De boodschap is: alleen wie onze regels accepteert, mag het publieke domein betreden. Het is een revolutie, vermomd als democratisch genomen besluit. En een revolutie is altijd een dictaat.”