Dan is de show voorbij

Tijdens een persconferentie kondigt de Iraanse president plotseling de vrijlating van de Britse marinemensen aan.

„We zijn totaal verrast”, sms’t de Britse ambassade.

Geheel onverwachts staan de Britse vrouwelijke matroos Faye Turney en de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad oog in oog. Een paar minuten daarvoor had de Iraanse president de wereld verrast door gratie te verlenen aan de vijftien gevangen Britse marinemensen, die dertien dagen geleden door Iran gevangen werden genomen omdat ze zich in Iraanse wateren zouden hebben begeven. „Tasakor, dank u wel”, zegt Turney in het Farsi en het Engels tegen Ahmadinejad. Ze zijn omringd door Iraanse fotografen. Ahmadinejad knikt tevreden en vraagt of het verblijf in Iran naar wens is geweest.

Het antwoord gaat verloren in het geduw en getrek van de fotografen. Turney’s mannelijke collega’s staan verderop in de rij om de president te bedanken. Ze lijken nu pas te beseffen dat ze het middelpunt van een internationale crisis zijn geweest. De Britse gezichten verstarren als hun wordt gevraagd of ze vrijwillig hebben bekend in Iraanse wateren te zijn geweest. „Ik geef geen antwoord”, zegt er één. „Maar ik ben delighted om naar huis te gaan.”

Het is het bizarre einde van een bizarre crisis en een bizarre dag, die is begonnen met een routineuze persconferentie van president Ahamdinejad. Gezeten voor een tafel met kunstbloemen geeft hij een lange toespraak over de VN-Veiligheidsraad als politiek gereedschap van het Westen. „Na de oorlogen in Irak en Libanon zijn de Verenigde Naties beroofd van hun geloofwaardigheid”, zegt hij.

Groot-Brittannië krijgt er ook van langs. „Deze voormalige koloniale macht installeerde verschillende marionetregeringen in Iran. In 1953 zetten ze de VS aan tot een staatsgreep. Een dictator kwam voor 25 jaar aan de macht. Dankzij de Iraanse revolutie zijn we nu onafhankelijk.” Om dat te onderstrepen wil Ahmadinejad even afwijken van het gebruikelijke programma. „Ik ga een medaille geven aan het hoofd van de Revolutionaire Garde – afdeling marine – voor het heldhaftige optreden van zijn troepen in de Perzische Golf.” Generaal Abdolqasem Amangah krijgt de medaille voor heldenmoed.

Het lijkt een goedkope stunt. Nadat Ahmadinejad zijn toespraak weer heeft hervat, spreekt hij uitvoerig over de eenheid van het Iraanse volk in tijden van oorlog. Maar dan, plotseling, feliciteert hij de wereld met de verjaardag van de profeet Mohammed en het joodse paasfeest. „Ook al heeft Iran het volste recht de Britse matrozen voor de rechter te brengen, we geven hun gratie. Hun vrijheid is een cadeau aan het Britse volk.” Iedereen in de zaal kijkt verbaasd. „We hopen dat de Britse overheid geen leugens meer zal vertellen.” Een paar minuten later maakt Ahmadinejad bekend dat de Britten direct na de persconferentie zullen worden vrijgelaten. „Dit is Iraans-islamitische barmhartigheid”, zegt hij. „We verwachten op onze beurt geen gunst.”

Het sms’je van de Britse ambassade dat volgt op vragen van enkele journalisten spreekt boekdelen: „We zijn totaal verrast”. Dan is de persconferentie voorbij. Een groep verslaggevers rent op een drafje naar het presidentiële paleis, omdat ze gehoord hebben dat de Britten daar zullen worden vrijgelaten. Fotografen stellen zich in slagorde op. Dan komt Ahmadinejad als een duveltje uit een doosje van de trappen gelopen. Een paar Iraanse ambtenaren begeleiden het groepje bleke Britten dat vanuit een andere deur naar buiten komt.

Ahmadinejad neemt afscheid van de matrozen, die vaak een kop groter zijn dan hij. Sommige Britten hebben er wel plezier in, anderen lijken niet op hun gemak. Uiteindelijk worden ze weer naar binnen geleid, om tien minuten later weer te moeten opdraven voor de journalisten die te laat waren. Dan is de show voorbij. Als alles goed gaat, vliegen de marinemensen vandaag naar Londen. Daar zullen ze nog genoeg vragen krijgen over de islamitische barmhartigheid van Iran.