CPB: verzekeraar moet betere zorg gaan afdwingen

Het nieuwe zorgstelsel wordt alleen een succes als verzekeraars harder aan de slag gaan om goede en doelmatige zorg voor hun verzekerden in te kopen. Nu is dat nog te weinig het geval. Dit stelt het Centraal Planbureau (CPB) in het gisteren verschenen Centraal Economisch Plan.

Zorgverzekeraars hebben volgens het CPB nog te weinig macht om betere ziekenhuiszorg af te dwingen. Op dit moment kunnen de verzekeraars maar over 10 procent van alle ziekenhuisbehandelingen vrij onderhandelen. Alleen voor deze zorg krijgen ziekenhuizen niet meer vergoed dan een vooraf met de verzekeraar onderhandelde prijs. Voor de overige 90 procent krijgen de ziekenhuizen de gemaakte kosten gewoon vergoed.

Door een groter deel van de ziekenhuiszorg vrij onderhandelbaar te maken, kunnen verzekeraars ziekenhuizen harder aanvuren tot betere zorg. Het kabinet heeft voorgesteld de onderhandelbare ruimte te vergroten naar 20 procent.

Wat volgens het CPB ook helpt om prikkels tot verbetering van de ziekenhuiszorg te versterken, is minder compensatie voor zorgverzekeraars die relatief hoge kosten maken.

Op dit moment moeten zorgverzekeraars elkaar compenseren als de kosten tegenvallen. Het CPB rekent voor dat 150 euro hogere ziekenhuiskosten per verzekerde een zorgverzekeraar uiteindelijk maar 20 euro kost. Een verzekeraar wordt dus nauwelijks gestraft voor het inkopen van te dure ziekenhuiszorg.

Belangrijke voorwaarde voor een betere ziekenhuiszorg door concurrentie is wel dat snel betere informatie komt over de kwaliteit van de zorg. Die informatie is nu onder de maat, stelt het CPB.

Zonder inzicht in kwaliteit bestaat het risico dat zorgverzekeraars te veel op prijs gaan onderhandelen en te weinig op kwaliteit letten. „Verzekerden kunnen het dan de zorgverzekeraars niet toevertrouwen om goede zorg in te kopen”, schrijft het CPB.