Begrafenis of berm, Keniaanse politiek kan overal

Nairobi, 5 april. - Hevige politieke onlusten bij begrafenis. Politieke verzoening op bruiloft, oprichting van een nieuwe politieke partij bij marktstalletje, politiek verbond gesloten tijdens kerkdienst. Koppen in kranten van Kenia tonen aan dat politiek overal kan – niet alleen in het parlement en op partijcongressen.

Kenianen vreten politiek, vol aandacht volgen ze het gekonkel van hun leiders. Na het tijdperk van de papagaaien onder het eenpartijstelsel bracht het begin jaren negentig geïntroduceerde pluralisme het nodige vuurwerk terug in de politiek. Al vele maanden vóór de parlements- en presidentsverkiezingen in december staan de kranten vol geschreven met politieke akkefietjes en ook radio- en tv-berichten uitgebreid over de moddergevechten tussen de machthebbers en de oppositie.

Politiek in Afrika draait altijd om personen, vrijwel nooit om principes en ideologie. In het regeringskamp rond president Mwai Kibaki bekvechten zijn aanhangers om posities en de oppositie moet nog een gemeenschappelijke kandidaat aanwijzen. Voldoende reden voor dramatisch uitgesponnen ruzies.

Meer dan in andere Afrikaanse landen vindt politiek in Kenia plaats op stambasis. Neem het volgende voorval van een maand geleden. Er is een belangrijk stamhoofd van de westelijke Baluhya-stam overleden. Begrafenissen zijn uitgebreide feesten, waarbij iedereen van enig aanzien zijn gezicht laat zien. De elite komt in de beste kleren en met de duurste auto; het is een ontmoetingsplaats voor de gemeenschap. En een perfect platform voor de politici.

Uit de monden van de twee politieke rivalen binnen de Baluhya, Musikari Kombo en Mukhisa Kiuyi, rollen driftige redes aan de rand van het graf. „Je bent een eenling, niemand steunt je”, roept de een. „Je bent een verrader van de Baluhya”, slaat de ander terug. Stenen vliegen door de lucht, de politie moet ingrijpen en voert relschoppers af. Chaos, de doodskist staat er verloren bij en over de overledene wordt gezwegen.

Ook een bruiloft biedt politieke perspectieven, zeker als bruid en bruidegom tot rivaliserende stammen behoren. Sinds de onafhankelijkheid in 1964 wedijveren de Kikuyu en de Luo om de macht. De ervaren oppositieleider Raila Odinga wil het bij de verkiezingen opnemen tegen de bejaarde Kikuyu-president Kibaki. Zonder hulp van Kikuyu-stemmers kan de Luo Raila echter nooit een meerderheid behalen. Zijn jongste zoon Fidel helpt hem een handje door te trouwen met Wanjiru, een verre nazaat van Kenia’s eerste president Kenyatta (een Kikuyu). Iedere politicus haast zich naar de bruiloft en in de vermenging van de twee stamculturen wordt er gedanst en gezongen. De opvallende afwezige is Kalonzo Musyoka, een andere voorname oppositiekandidaat. Hij moest naar een begrafenis van iemand van zijn eigen Kamba-stam om steun te vergaren voor zijn verkiezingscampagne.

Oud-president Daniel arap Moi en zijn opvolger Kibaki ontmoetten elkaar voor het eerst sinds vele maanden koude oorlog op een begrafenis. Hun gesmoes onder de preek bracht de twee tezamen; ze besloten tot een politiek verbond. Superpopulist Moi was tijdens zijn 24-jarige heerschappij tot 2002 een meester in het uitvaardigen van politieke directieven op partijtjes of langs de kant van de weg. Met een vlot hupje stapte hij uit zijn Mercedes, kocht een kilo tomaten van een marktvrouwtje en verkondigde dat voortaan alle melk op school gratis zou zijn. Na de verzoening met Moi op de begrafenis stapte Kibaki op een dag ook onverwacht uit zijn auto. Verbaasde boeren kregen te horen hij een nieuwe partij ging oprichten, een partij die door Moi gesteund werd en die tot de herverkiezing van Kibaki ging leiden.

De spontane ‘langs de kant van de weg-politiek’ verraste de ministers van Moi, die geen fondsen hadden voor gratis melk, en de medewerkers van Kibaki, die helemaal geen nieuwe partij wilden. Die arrogantie van de machthebbers bestaat nog steeds, de afschaffing van het éénpartijsysteem ten spijt. Ongegeneerd op begrafenissen en onbetwist in de berm dicteren ze hun besluiten.