Artsen verzwijgen complicaties heus niet

Het is geen goed idee om artsen en ziekenhuizen te verplichten het aantal complicaties openbaar te maken. Hun reputatie berust daar niet op, betoogt Jan Hulshof.

Minister Klink van Volksgezondheid wil dat ziekenhuizen complicaties van medische handelingen openbaar maken „opdat patiënten meer inzicht verkrijgen over de kwaliteit van handelingen en dus een op kwaliteit gefundeerde keuze van specialist en ziekenhuis maken”( NRC Handelsblad, 31 maart). Dit lijkt heel aardig, maar het is beslist geen goed plan.

Er is een belangrijk verschil tussen complicaties bij behandelingen en medische fouten. Complicaties zijn bekende ongewenste gevolgen die zich bij een bepaalde behandeling kunnen voordoen, zoals nabloedingen of wondinfecties.

Deze tevoren bekende complicaties worden besproken, alvorens de patiënt toestemming geeft voor de behandeling. Het optreden van complicaties behoort bij het behandelen van ziekten. Het volgens plan verrichten van een operatie, zoals in een leerboek beschreven, is aan alle specialisten in opleiding goed te leren.

Wat het verschil maakt tussen heel goede en gemiddelde dokters is het vermogen om complicaties tijdens en na de behandeling zo mogelijk te voorkómen en te behandelen. Ook dit is een leerproces, waarbij complicaties onontbeerlijk zijn. Dit wil niet zeggen dat excellente dokters alle complicaties zelf meegemaakt hebben. Het delen van ervaringen tijdens de complicatiebesprekingen is in de huidige praktijk van groot belang. Medische fouten kunnen het gevolg zijn van onder meer een foute taxatie, of van slordigheid.

Ik adviseerde eens een patiënt een gehoorverbeterende operatie te laten verrichten. Het betrof een delicate operatie, waarbij zich bij ’s werelds beste oorchirurgen complicaties kunnen voordoen, waardoor het gehoor van dat oor blijvend kan verdwijnen.

De mogelijkheid werd aan de patiënt meegedeeld en hij vroeg aan mij wie de beste oorchirurg in Nederland was en hoe vaak mij een dergelijke complicatie was overkomen. Ik noemde de naam van een zeer ervaren oorchirurg die ruim tweeduizend keer de operatie had verricht en waarbij 15 keer de complicatie was opgetreden. Bij de 25 operaties die ik verrichtte, was een dergelijke complicatie niet voorgekomen. Hoewel ik dus in absolute zin veel minder complicaties had gehad, vroeg hij terecht een verwijzing naar de meer ervaren dokter. (Door de lange wachttijd daar vroeg hij uiteindelijk toch aan mij de operatie uit te voeren.)

Uit deze geschiedenis komt een aantal zaken naar voren. Het absolute aantal complicaties van een behandeling is niet een maat voor de ervaring en kennis van een dokter, zoals de minister beweert. Verder krijgt een alom erkend goede dokter meer en ernstiger gevallen verwezen, waardoor deze juist meer complicaties zal hebben. Het verstrekken van absolute aantallen complicaties (per operatie, per specialist of per ziekenhuis) is dan ook misleidend en te simpel. De patiënt krijgt geen zuivere keuzemogelijkheid.

De reputatie van artsen en ziekenhuizen bij patiënten is opgebouwd uit heel andere factoren dan het aantal complicaties. Hoewel mijn patiënt de beste kwaliteit belangrijk vindt, vertrouwde hij me de behandeling toe, mede om de openheid waarmee hij inzicht kreeg in voor hem onbekende materie.

De minister wil dat de complicaties na een operatie beter geregistreerd worden. Hij vindt het nu te vrijblijvend en denkt dat te verbeteren door protocollen. De protocollen zijn er al en worden nageleefd. Vooral de Nederlandse chirurgen zijn ver bij het hanteren van complicatieregistratie.

Artsen moeten bereid zijn om in eigen kring complicaties en fouten te bespreken, zodat een ieder ervan kan leren opdat ze voorkomen worden. Het kan verbeteren op verschillende niveaus.

Op het niveau van de vakgroep zou het een idee zijn de vakgroep verantwoordelijk en aansprakelijk te stellen voor individuele fouten en complicaties van de leden van de vakgroep. Aangezien de patiënt een behandelingsovereenkomst met een individuele arts heeft, is dit moeilijk te realiseren. Wel moeten mogelijkheden worden onderzocht om vakgroepen meer te betrekken bij de handelingen van individuele maten.

Op het niveau van het ziekenhuis worden protocollen gebruikt om disfunctionerende specialisten aan te spreken. De klachtencommissies in ziekenhuizen functioneren sinds een aantal jaren naar behoren.

Op het niveau van de artsen- en specialistenopleidingen wordt veel aandacht en tijd besteed aan attitudeonderwijs en onderwijs in het omgaan met fouten en complicaties. De Inspectie voor de Gezondheidszorg pleit al geruime tijd voor een centrale complicatieregistratie ter verbetering van de kwaliteit.

Waar zoveel aantoonbare maatregelen zijn genomen om de kwaliteit van het klinisch handelen van artsen te verbeteren en te bewaken, zou men verder kunnen gaan en patiënten instrumenten kunnen aanreiken om de kwaliteit zelf te beoordelen alvorens een artsenkeuze te maken.

Maar het is de vraag of, zoals de minister stelt, er een enorme behoefte bij patiënten is naar een compleet inzichtelijke informatie over ziekenhuizen. Bij patiënten is meer behoefte aan open informatie en vertrouwen in de spreekkamer, dan aan ondoorzichtige, onvolledige of foute informatie van overheid of media.

Dr. Jan Hulshof is KNO-arts en voorzitter van stichting Medicus en Maatschappij.