Ze zijn narren op bestelling

Trainingsacteurs helpen met rollenspellen werknemers van bedrijven en overheid anders te laten reageren.

„Stop! Marie moet haar fout erkennen.”

Rollenspel op een belastingkantoor in Utrecht. George en Marie maken steeds ruzie, het publiek moet ingrijpen. Foto Rien Zilvold Utrecht rollenspel op het belastingkantoor foto rien zilvold Aafke van der Meij Robert Stegeman Trainingsacteurs acteurs bedrijfstrainingen Zilvold, Rien

In een Utrechts zakencentrum wacht trainingsacteur Aafke van der Meij op het moment dat ze kan beginnen. Van der Meij, veelzijdig theatervrouw, heeft pas nog in Carré gestaan, in de rockmusical Grease. Met honderden toeschouwers en een lang applaus. Straks moet ze haar kunsten op negen cursisten van de Belastingdienst loslaten. Die hoeven niet voor haar te klappen. „De trainingsacteur heeft een dienstbaar beroep”, zegt ze. „Wij zijn levend oefenmateriaal.”

Ongeveer 2.000 acteurs werken voor bedrijven en organisaties. Zij komen van pas bij sollicitaties, teambuildingssessies en communicatietrainingen en worden steeds breder ingezet. Ze zwermen dagelijks uit naar bedrijfsterreinen en conferentieoorden, waar ze zich onder managers, verkopers, ambtenaren, artsen of agenten mengen.

Van der Meij moet op, samen met haar tegenspeler Robert Stegeman. Bij de cursus Aanspreken: Hoe? Zo! verandert zij in Marie en hij in George: een koppel dat binnen de kortste keren ruzie maakt, met geschreeuw en slaande deuren. Marie overvalt George met de mededeling dat ze dit weekend naar Tropicana gaan, een gezellig uitje met het hele gezin. Maar George wil de radiator repareren en baalt ervan dat zijn vrouw zo doordramt.

Aan de negen jonge medewerkers van de Belastingdienst de taak om deze scène vriendelijker te laten verlopen. Ze moeten ‘stop’ zeggen als hun iets niet bevalt en ze mogen alleen Marie aanwijzingen geven. „Stop! Marie moet rustiger praten!” roept iemand algauw. Een ander: „Stop! Marie moet haar fout erkennen.”

„Je moet”, licht Stegeman na de sessie toe, „het publiek een beetje prikkelen, een beetje uitdagen.” Stegeman en Van der Meij werken voor acteursbureau Kapok en wat zich voor de medewerkers van de Belastindienst afspeelde, heet volgens Kapok regietheater: het publiek regisseert de acteurs. Het is voor een opdrachtgever een hele klus om te beslissen welk bureau hij in de arm wil nemen – zoveel zijn er inmiddels.

Favoriete werkvorm bij veel werkgevers is de praktijksimulatie. Een cursist draagt een situatie uit het dagelijks werk aan en een acteur speelt daarop in. Of de acteur bootst een praktijksituatie na en de cursist moet er al spelend op reageren. Zulke werkvormen werden 25 jaar geleden voor het eerst ingezet, bij de politie. Een burger die door het lint ging als hij bekeurd werd moest worden beteugeld en de politie zag al snel in dat je conflictbeheersing met behulp van acteurs kunt trainen.

Ook klantvriendelijkheid wordt vaak met acteurs geoefend. Bij de gemeente Skarsterlân in Friesland bijvoorbeeld. De telefonische bereikbaarheid moet beter, bleek uit een onderzoek, en een communicatieadviseur belde theaterbureau Livingtale.

In een zaal in het gemeentehuis houden drie acteurs zo’n zestig ambtenaren een spiegel voor. We zien een ambtenares die een beller van het kastje naar de muur stuurt, twee oude vrouwen die over de vergoeding van een rollator onbegrijpelijke informatie krijgen eneen hoge ambtenaar van de gemeente die tijdens een beraad over de slechte telefonische bereikbaarheid botweg de hoorn ernaast legt.

Ook nu moet het publiek ingrijpen op momenten dat de personages in de fout gaan. De adviezen aan de nep-ambtenaren variëren van ‘Ze moet dóórvragen’ tot en met : ‘Weg met dat levensmoede toontje!’ Er wordt veel gelachen. Maar de scènes, nauwkeurig uitgedacht en in banen geleid door een regisseur, zijn nog wat te lang. Geen nood: deze bijeenkomst met Livingtale is de eerste van een hele reeks in Skarsterlân en er kan nog van alles worden veranderd.

Trainingsacteurs worden niet alleen ingezet om werknemers beter te laten functioneren. Wat doen ze als ze door een bedrijf worden ingehuurd om te helpen werknemers te ontslaan? Aafke van der Meij aarzelt niet: „Slechtnieuwsgesprekken móéten worden gevoerd. Wel met begrip en respect. Als ik er door een training aan kan bijdragen dat zo’n gesprek fatsoenlijk verloopt, zeg ik zeker geen nee.” O ja, er ís werk dat ze weigert: „Ik hoef niet zo nodig de mystery guest te spelen of leuk te doen op bedrijfsfeestjes. Het moet wel serieus blijven.”

Het beroep van trainingsacteur is nog niet beschermd. Een erkende opleiding is er ook nog niet. Maar toneelschoolstudenten krijgen nu wel lessen in het nieuwe vak. Ze krijgen te horen dat trainingsacteurs onderdeel zijn van een ‘didactisch proces’. Dat ze ‘leveranciers van gedrag’ zijn. Dat zij niet de hoofdrol hebben maar de deelnemers zijn.

Sinds 1999 is er een branchevereniging die de kwaliteit van trainingsacteurs bewaakt. Bij BOACT (Branche Organisatie ACTeursbureaus) zijn elf bureaus aangesloten. Zij vragen gemiddeld 2.200 euro voor één activiteit; een uur regietheater bijvoorbeeld, met scriptontwikkeling, voorgesprekken en minimaal twee acteurs. Professionaliteit, dat is volgens fulltime trainingsacteur Robert Stegeman: „Geloofwaardig spelen. De cursisten in de situatie trekken, opdat zij zo echt mogelijk op je reageren.”

Sommige acteursbureaus werken met nauwkeurig uitgewerkte scripts, andere op basis van improvisatie. Buro Impro doet allebei. „Wij improviseren vaak de liedjes”, vertelt Ingrid Schröder. Ze is mededirecteur van Buro Impro en speelt zelf vaak mee. Bij een themadag over geluk op het werk vroegen we de deelnemers: Kun je momenten aanwijzen waarna je happy bent? Iemand zei: ‘We gaven een burger een kerstpakket, dat maakte ons gelukkig.’ Dat bezing je dan. Het publiek mag zelf de stijl aangeven. Rock of blues ofzo.”

Schröder peinst hardop: „Het moeilijke van dit werk is dat je je emoties moet aanspreken terwijl je je er niet in mag verliezen. Je moet afstand bewaren. Terwijl je speelt hang je als een helikopter boven de scène, om overzicht te houden.”

De acteurs stuiten weleens op weerstand. „Als er grote bedrijfsorganisaties zijn bijvoorbeeld”, zegt André Besseling. Hij is oprichter van theatergroep Piranha, die vanuit pure improvisatie werkt. „Je moet dan eerst een sfeer zetten. Wij noemen dat primen: een woord uit de verloskunde dat het klaarmaken voor de bevalling betekent.” Besseling vergelijkt de acteur in bedrijven met een nar. „De nar is de enige die de keizer mag zeggen dat hij naakt is. De nar is de enige die de directie mag zeggen dat ze er een potje van maakt. We proberen naar boven te halen wat er in een bedrijf speelt. Een optreden van ons is geslaagd als er veel wordt gelachen en men toch met een draaiende maag weggaat.”

Besseling noemt een geval: „We maakten een keer een voorstelling over ziekteverzuim in een verpleeghuis. Toen wij hoorden dat de leiding niet goed met het personeel omging speelden wij een medewerkster die op sterven lag omdat er door de slechte sfeer niet voor haar werd gezorgd. Ze werd nog net gered door een berouwvolle manager.” De leiding in de zaal protesteerde niet. „Ze zag wel in dat je moeilijke kwesties beter kunt laten zien dan verbloemen. We zijn soms ook kritisch tegen het personeel. Dan zeggen we: Als jullie blijven zeiken trekken jullie het bedrijf niet uit het slop.”

Ingrid Schröder: „Het mooiste van dit vak is dat je mensen kunt openbreken. Ik zie zoveel mensen die op hun werk een karikatuur van zichzelf zijn geworden. Je vraagt hen naar hun kwaliteiten en ze komen niet verder dan: ik ben secuur en netjes. Als ik hen al spelend kan laten ontdekken: ik ben best creatief, of: hee, ik kan enthousiasmeren! Dan is mijn dag weer goed.”

Ook acteurs inschakelen? trainingsacteur.startpagina.nl