Wat heb je gedaan, moeder? Niets

Nue proprieté. Regie: Joachim Lafosse. Met: Isabel Huppert, Jérémie Renier, Yannick Renier, Patrick Descamps, Kris Cuppens. In: Amsterdam, Tuschinski; Filmhuis, Den Haag; Lux, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam.

Dit is zomaar een leven. We leren een gescheiden vrouw kennen, met twee bijna volwassen zoons, een schitterend huis in Wallonië en een hekel aan haar ex-man. Op het moment dat wij als toeschouwers haar leven binnenkomen, staat ze voor de spiegel en past een nieuw jurkje. Ben ik niet te dik, vraagt ze met een vleugje behaagzucht. Maar de enigen die in de buurt zijn om te behagen, zijn haar twintigjarige zoons – en die plagen haar liever.

En dan zien we ze eten. Aan tafel in de keuken. Simpele pasta is het, met kaas in draden en de jongens bunkeren zoals jongens kunnen bunkeren. Ze maken grapjes, ze maken ruzie, ze maken het weer goed. Dit is zomaar een leven en regisseur Joachim Lafosse (Brussel, 1975) haalt ook geen trucs uit om het specialer te doen lijken.

De hele film lang zal hij dezelfde scènes herhalen – ingemetseld tussen de vier muren van het huis, vastgeketend aan het erf, soms, heel soms daarbuiten – als om te bewijzen dat een tragedie zich ook kan ontwikkelen in het alledaagse.

Want dat zien we ook al snel, de kiemen van een drama. Hoe de haat van de moeder de tweeling dwingt te kiezen tussen haar en hun vader. We zien dat de jongens feitelijk weinig om handen hebben en nog steeds als pubers met hun buik op bed met de Playstation spelen of met de luchtbuks op onzichtbare ratten schieten. De frustraties over het geldgebrek en de ledigheid borrelen langzaam omhoog.

Maar vooral valt al snel op dat geen van allen elkaar ooit vertellen wat hen werkelijk bezighoudt. Waar ben je geweest? Nergens. Wat heb je gedaan? Niets. Rien is wel het meest gebruikte woord in Nue proprieté.

Het blote eigendom van de titel is het huis. De vader heeft het aan de moeder gelaten, om het te bewaren voor hun zoons. Maar voor de bittere Pascale (Isabelle Huppert op haar armzalig mooist) is het huis symbool geworden voor alles wat haar gevangen houdt in dit leven. Ze wil ervan af. Ze wil een leven opbouwen, met de frietbakkende Waalse buurman nog wel. Dat is de lont die de jonge regisseur en schrijver Lafosse ( La folie privée) in dit kruitvat steekt.

In de sleutelscène zien we eindelijk eens lekker eten opgediend worden: de frietbakkende buurman komt koken. De jongens zijn verbluft: wat doet buurman hier? Buurman komt de jongens vertellen wat hun moeder al die tijd niet kan zeggen.

Daar ontploft alles, en het is briljant dat Lafosse die explosie aan dezelfde alledaagse eettafel situeert, waar nu eens geen pasta wordt geserveerd, maar waar voor de verandering dan ook geen hap wordt gegeten. De intelligentie waarmee Lafosse zijn scenario heeft opgebouwd, wordt geëvenaard door de zorgvuldigheid waarmee hij het heeft verfilmd.