Vluchten voor de middelmaat

Wie zich in Nederland wil onderscheiden met zijn masteropleiding gaat naar de Verenigde Staten. Dat gaat dan wel wat kosten, maar die prijs is zo’n opleiding wel waard.

Er zijn dagen geweest dat ze geen tijd had om te douchen of geen tijd had met vrienden te praten. Faarnaz Chavoushi (23) beschrijft de studiedruk van haar master Internationale Betrekkingen aan Johns Hopkins University in de Amerikaanse hoofdstad Washington als „heel hoog”.

De Iraans-Nederlandse Chavoushi is een van de 200 Nederlanders die op dit moment een topmaster volgt in de Verenigde Staten. Volgens Erik van den Berg, studieadviseur bij het Fulbright Center in Amsterdam, kiezen ambitieuze studenten voor een master in de VS om de Nederlandse ‘zesjes-cultuur’ te ontvluchten. „In Nederland worden ze niet uitgedaagd, in Amerika wel.”

Chavoushi, die in Nederland binnen vier jaar twee bachelors en een master haalde, heeft op het prestigieuze Johns Hopkins inderdaad de uitdaging gevonden die ontbrak aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „In Nederland begon ik vaak pas één of twee dagen voor een tentamen te leren. En dan nog haalde ik hoge cijfers”, zegt Chavoushi. „Hier lees ik elke week ongeveer 2.000 pagina’s. Iedereen moet hard werken om het tempo bij te houden.”

Aan de School of Advanced International Studies (SAIS) van Johns Hopkins heeft Chavoushi elk semester keuze uit 150 vakken. Haar klassen tellen meestal niet meer dan acht studenten. Ze krijgt les van invloedrijke docenten, zoals filosoof en politiek denker Francis Fukuyama en Eliot Cohen, adviseur van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice.

Dat mag het nodige kosten. Om precies te zijn: 29.500 dollar per jaar (ruim 22.000 euro). Exclusief boeken, eten en huisvesting. Volgens berekeningen van het Fulbright Center, dat jaarlijks dertig Nederlandse studenten een beurs van 12.500 dollar geeft, bedragen de totale kosten van een jaar aan een topopleiding in de VS ongeveer 50.000 dollar.

Is een master in Amerika werkelijk zoveel waard? „Ja”, vindt Erik van den Berg van Fulbright. „Misschien nog wel meer dan dat. Als je rechten studeert aan Harvard, journalistiek aan Columbia of een MBA aan de University of Chicago, doe je het beste wat wereldwijd in jouw vakgebied mogelijk is.”

Hij noemt selectie aan de poort als een belangrijke factor in de hoge kwaliteit van Amerikaanse topuniversiteiten. Aspirant-studenten worden beoordeeld aan de hand van cijfergemiddelden, testscores, aanbevelingsbrieven en schrijfopdrachten. Negen van de tien worden afgewezen. Van den Berg: „In Nederland vinden mensen dat ze het ‘recht’ hebben om te studeren. In Amerika ben je uitverkoren.”

Deze ‘hordenloop’ heeft volgens Max Rijkenberg (25), die vorig jaar afstudeerde in International Legal Studies aan New York University (NYU), een positief effect op de motivatie van studenten. „De onderste tachtig procent van ongemotiveerde studenten met wie je in Nederland college volgt, is in het Amerikaanse systeem allang afgevallen.”

Bovendien werkt het astronomisch hoge collegegeld – 36.000 dollar aan NYU – als een prikkel. „De doorsnee Amerikaanse student bouwt in zijn studententijd een schuld op van twee tot drie ton”, aldus Rijkenberg. „Dan blijf je ’s ochtends niet in bed liggen als je vroeg college hebt.”

Daarnaast kent het Amerikaanse onderwijssysteem verschillende vindingen om studenten maximaal te motiveren. Participatie tijdens college vormt doorgaans dertig tot veertig procent van het eindcijfer. De docent roept om de paar minuten de naam van een student en stelt een scherpe vraag. Rijkenberg: „Mocht je tegenover een zaal met tweehonderd studenten het antwoord niet weten, dan zorg je er wel voor dat je de volgende keer goed voorbereid op college verschijnt.”

En dan is er ‘The Curve’, een manier van cijfers toekennen die competitie tussen studenten aanwakkert. Faarnaz Chavoushi: „Na het tentamen wordt de gemiddelde score van de klas berekend. De onderste tien tot twintig procent krijgt per definitie een onvoldoende. Het kan gebeuren dat je tachtig procent van de antwoorden goed hebt en toch zakt.”

Maar naast de intellectuele uitdaging blijkt een topmaster in de VS vooral een goede investering in het product ‘ik’. De waarde van Rijkenberg en Chavoushi op de arbeidsmarkt is aanzienlijk gestegen. Chavoushi: „De helft van de afgestudeerden van SAIS krijgt een baan bij de Wereldbank. Als je vanuit Nederland solliciteert kom je daar absoluut niet binnen.” Ze wil graag in Amerika werken, maar eerst moet ze minstens twee jaar terug naar Nederland. Het is een voorwaarde van de Fulbright-beurs die Chavoushi heeft ontvangen, om te voorkomen dat getalenteerde studenten voorgoed wegblijven.

Achteraf heeft Chavoushi spijt dat ze de beurs heeft aangevraagd: „Het is maar 12.500 dollar. Bovendien werd dat bedrag afgetrokken van het veel hogere HSP Talentenprogramma dat ik later heb ontvangen. In de VS is je startsalaris al 20.000 à 30.000 dollar hoger dan in Nederland.”

Rijkenberg voorzag dat hij wellicht zou blijven en vroeg daarom geen beurzen aan. Inmiddels werkt hij als advocaat in New York: „Met de riante salarissen in Amerika kun je een masterlening bij een Nederlandse bank binnen twee of drie jaar afbetalen.” Maar ook studenten die terugkeren naar Nederland komen volgens Rijkenberg doorgaans goed terecht. „Als je een master hebt van een prominente Amerikaanse universiteit wordt er aan je getrokken door Nederlandse advocatenkantoren. Sommige zijn zelfs bereid je je collegegeld achteraf terug te geven.”