‘The Good German’ gaat vooral over Hollywood

The Good German. Regie: Steven Soderbergh. Met: George Clooney, Cate Blanchett, Tobey Maguire, Christian Oliver. In: 6 bioscopen.

„Now, now... Here’s looking at you kid.” Je hoort het George Clooney bijna zeggen op het moment dat hij tegenover Cate Blanchett staat op het vliegveld. Een van de scènes uit The Good German verwijst overduidelijk naar de eindscène uit Casablanca, de beroemde film uit 1942 waar Ilsa Lund (Ingrid Bergman) zich moet losrukken uit de armen van Rick Blaine (Humphrey Bogart) om in een ronkend vliegtuig te stappen. Een dramatisch moment omdat beide geliefden weten dat ze elkaar nooit meer zullen wederzien.

Een soortgelijke hopeloze liefdesaffaire speelt zich af tussen de Amerikaan Jake Geismer (George Clooney) en de Duitse Lena Brandt (Cate Blanchett) – en het eindigt ook op een vliegveld bij nacht. In The Good German, gebaseerd op het boek van de Amerikaanse thrillerauteur Joseph Kanon uit 2001, speelt Clooney een oorlogscorrespondent die in 1945, na de overgave van de nazi’s, terugkeert naar Berlijn. Hij moet verslag doen van de conferentie van Potsdam waar de geallieerden belangrijke beslissingen gaan maken over de toekomst van Duitsland. Eenmaal in Berlijn stuit Clooney op zijn oude geliefde Lena Brandt die inmiddels een affaire heeft met Jake’s chauffeur Tully.

Als Tully (Tobey Maguire) op mysterieuze wijze wordt vermoord, komt Jake erachter dat Lena allerlei geheimen voor hem probeert achter te houden. Hij wil haar helpen maar ziet, verblind door zijn eigen romantische gedachten, niet wie zij in werkelijkheid is geworden: een verbitterde vrouw die alles heeft opgeofferd om te kunnen overleven.

Regisseur Steven Soderbergh, bekend van kaskrakers als Ocean’s Eleven en Traffic, wilde met deze film een hommage leveren aan film noir en andere klassieke oorlogsfilms die in de jaren veertig en vijftig in Hollywood werden geproduceerd. The Good German nam hij op met de technieken uit 1945: zwart-wit film, beperkt licht, zonder moderne zoomlenzen en met ouderwetse microfoons die boven de acteurs hangen.

Het enorme budget (zo’n 30 miljoen euro) dat Soderbergh tot zijn beschikking had, gaf hem de mogelijkheid om, los van archiefmateriaal dat hij voor de film gebruikte, de enorme decors van de ruïnes in Berlijn na te bouwen.

Het resultaat is een film noir over film noir. En dat is jammer. The Good German gaat te veel over stijl en sfeer. Bovendien heeft de maker zich zo gericht op de twists en turns in het plot dat iedere vorm van emotie eruit is verdwenen.

Blanchett speelt, met haar kille blik, haar dik gestifte sombere mond en haar vette Marlene Dietrich-accent, absoluut het soort femme fatale dat je vaker in dit soort misdaadverhalen ziet. Maar ze is in haar rol van Lena zo onbenaderbaar dat het woord liefde nog eerder op Hannibal Lecter van toepassing is. Het gevolg is dat je halverwege de film al wenst dat Clooney ophoudt om haar als een hitsig schoothondje te achtervolgen.

In feite is The Good German vooral een film voor filmmakers. Soderbergh heeft zich flink uitgeleefd door te experimenteren met oude technieken. Maar zijn keuze om strak geregisseerde opnames af te wisselen met archiefmateriaal van de conferentie in Potsdam en van gewone Duitse burgers uit die tijd, maakt de opgelegde gestileerdheid van de rokende en drinkende protagonisten des te pijnlijker.

De ruwe en doorgroefde koppen van de echte Duitsers en de vlekkerige beelden van een sigaar rokende Stalin staan in schril contrast met de Hollywood-glamour die van Jake/Clooney en Lena/Blanchett uitgaat.

Uiteindelijk gaat The Good German niet over Duitsland maar over Hollywood. Wie Clooney ziet, denkt aan Bogart. Wie Blanchett hoort, denkt aan Dietrich. En uiteindelijk is een film die te veel uitnodigt om over andere films te gaan mijmeren, gewoon niet boeiend genoeg.

Vrijdag a.s. in het Cultureel Supplement: interview met regisseur Steven Soderbergh.