Speurtocht roofkunst stopt en gaat toch door

Officieel kunnen alleen vandaag nog claims op roofkunst worden ingediend. De speurtocht naar kunst die is geroofd van joden, gaat wel door.

Jan Steen: ‘De huwelijksnacht van Tobias en Sarah’. Over dit gedeeltelijk aan de erven Goudstikker teruggeven schilderij wordt nog getwist.

De Nederlandse Museumvereniging (NMV) wil dit najaar een onderzoek beginnen naar kunst die joodse verzamelaars al voor de Tweede Wereldoorlog moesten afstaan.

Voor het onderzoek zal een inventarisatie worden gemaakt van kunstwerken die in de periode 1933-1940 in het bezit van Nederlandse musea zijn gekomen. „Naar de periode vanaf 1940 is al intensief onderzoek gedaan”, zegt NMV-directeur Siebe Weide. „Maar de jodenvervolging begon in Duitsland al in 1933. Het zou heel goed kunnen dat er in Nederlandse musea schilderijen hangen van gevluchte Duitse of Poolse joodse families.”

Tot nu toe richtte het onderzoek naar oorlogskunst van Bureau Herkomst Gezocht zich op de periode 1940-1948. Het ging daarbij om kunst die tijdens de oorlog in Duitsland was beland en na de bevrijding in de zogenaamde Nederlandse Kunst-collectie terechtkwamen. Die kunstwerken werden vervolgens verspreid over rijksmusea en overheidsgebouwen.

Dat onderzoek is nu zo goed als afgerond. Vandaag is officieel de laatste dag dat erfgenamen claims kunnen indienen. Maar de Restitutiecommissie die zich daarover buigt, zal nog tot 2009 actief blijven. „Er worden nog zeker tien tot twintig claims verwacht”, zegt een woordvoerder van het ministerie van OCW. Minister Plasterk (Cultuur) heeft gisteren de Tweede Kamer laten weten dat oorspronkelijke eigenaren van geroofde kunstvoorwerpen ook na vandaag een verzoek tot teruggave kunnen doen. Bij nieuwe verzoeken zal een team van externe en onafhankelijke deskundigen advies geven, de Restitutiecommissie nu doet.

Op dit moment heeft de Restitutiecommissie 26 verzoeken tot teruggave van oorlogskunst in behandeling. Sinds haar oprichting in 2001 werden 39 adviezen uitgebracht. Daarbij zijn in totaal 500 werken teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. Het merendeel daarvan, ruim 400 werken, maakt deel uit van de collecties Goudstikker en Gutmann.

De claims waar de Restitutiecommissie zich over heeft gebogen betroffen kunstvoorwerpen uit de door het rijk gesubsidieerde musea. Maar voor het nieuwe onderzoek van de Nederlandse Museumvereniging zal ook gezocht worden buiten de Nederlandse Kunst-collectie. Bij de NMV zijn in totaal 440 musea aangesloten, waaronder ook privécollecties en provinciale musea. „Wat moeten we doen als er straks blijkt dat er werken in onze musea zijn die worden geclaimd”, zegt Siebe Weide. „Als iedereen dat op zijn eigen manier gaat doen, ontstaat er willekeur – een willekeur waar juristen gehakt van maken.”

De verantwoordelijkheid wordt bij de musea zelf gelegd. „Mochten er claims komen”, zegt Weide, „dan moet een vergelijkbaar orgaan als de Restitutiecommissie zich daarover buigen.” Een concreet plan ligt er nog niet.

Rudi Ekkart, hoofd van het Bureau Herkomst Gezocht verwacht „geen leegloop bij de Nederlandse musea”, zegt hij. „In de periode na 1933 was het armoe troef in de Nederlandse kunstwereld. Als er al kunst uit die periode geclaimd zal worden, dan gaat het voornamelijk om particuliere schenkingen.”

Bovendien, zegt Ekkart, zijn veel zaken de afgelopen jaren al op gemeentelijk niveau opgelost in stilte. „Al in 1999 is er internationaal afgesproken om de periode waaruit oorlogskunst geclaimd kan worden te verruimen tot 1933.” Volgens Ekkart willen de musea het hoofdstuk oorlogskunst graag afsluiten. „Maar dat kan alleen als je al het mogelijke gedaan hebt.”

Dossier oorlogskunst op nrc.nl/kunst