Poststuk

De brief wordt duur betaald. Gisteren maakte postbedrijf TNT, in een ver verleden onderdeel van nutsbedrijf PTT, bekend om voor 2010 tussen 6.500 en 7.000 arbeidsplaatsen te schrappen, en de lonen tot die tijd te bevriezen. Lukt de loonstop niet, dan loopt het aantal te saneren arbeidsplaatsen op tot 11.000. Directe reden voor de maatregel is een bezuinigingsplan dat 300 miljoen euro moet opleveren. De achterliggende oorzaken zijn breder.

Nieuwe concurrenten braken al door in de postbezorging boven de vijftig gram, en zij dragen niet de ballast van TNT met zich mee. De postmarkt als geheel krimpt door de opkomst van e-mail en elektronisch bankieren. Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de nieuwe Postwet die TNT mogelijk al per 1 januari volgend jaar van zijn overgebleven monopolie op brieven onder de vijftig gram berooft.

De timing van TNT’s onheilsboodschap is zo bezien niet slecht. Het beursgenoteerde bedrijf moet ook nog presteren. Vorig jaar verkocht het de minder goed lopende logistieke divisie, mede als gebaar naar ontevreden aandeelhouders die zich dreigden te gaan roeren. Met de koers van de aandelen TNT gaat het sinds een jaar of anderhalf uitstekend. De staat verkocht in november zijn laatste pluk van ruim tien procent van de aandelen voor 1,5 miljard euro, terwijl die een jaar daarvoor nog maar 1 miljard waard waren.

Nu de overheid zijn invloed op TNT goeddeels moet opgeven, blijft ook in deze kwestie een aantal vragen open. Als eerste is er de nutsfunctie van het voormalige staatsbedrijf. Post wordt, zo staat in de huidige Postwet, in Nederland zes dagen per week bezorgd en is, ondanks de opkomst van e-mail, nog steeds belangrijk. Moet van TNT worden verwacht dat het als enige die frequentie verplicht handhaaft? En geldt dat ook voor het spreekwoordelijke afgelegen dorp achter de dijk?

Het antwoord op die vragen is in wezen al gegeven toen de PTT in 1989 werd verzelfstandigd, in 1994 naar de beurs ging en in 1998 werd gesplitst in post en telecom. Er is met het gaandeweg vrijgeven van de postmarkt een onontkoombare reeks van gebeurtenissen gestart. Die zal er uiteindelijk in resulteren dat de verplichting zes dagen in de week overal post te bezorgen zich steeds slechter verdraagt met de rentabiliteit van de voormalige monopolist. Die zal net zolang moeten hervormen, bezuinigen en snijden tot de kosten vergelijkbaar zijn met die van de nieuwe concurrenten.

Zo lijken er slechts twee mogelijkheden over te blijven. De eerste is om de zesdaagse verplichting te laten vallen, en klanten straks extra te laten betalen voor een gegarandeerde levering op de volgende dag. Het alternatief is om elke partij op de markt voor brieven onder de 50 gram aan dezelfde verplichting te laten voldoen. Dat heeft veel voeten in de aarde, maar een regelmatige en snelle postbezorging is belangrijk genoeg om naar een oplossing te zoeken.