‘Mensen vergeten hoe slecht het was’

De Ier Charlie McCreevy heeft in Brussel de zware portefeuille ‘Interne Markt’. Een vraaggesprek met een doorgewinterd politicus over Europese eenwording.

„In de luchtvaart werken nu meer mensen dan voorheen.” Foto Flip Franssen Duitsland, Laarbruch,19-11-2003 Vliegaanbiedingenin het luchthavengebouw van Airport, Flughafen, Niederrhein, van waaruit prijsvechters, chartermaatschappijen als Ryanair en VBird vliegen. Het vliegveld ligt vlak over de grens tussen Nijmegen en Venlo. Luchtvaartmaatschappij, last minute, vliegvakanties, luchtvaart, toerisme, grensstreek, economie, werkgelegenheid grensstreek. geluidsoverlast Foto: Flip Franssen Franssen, Flip

‘Ik weet wat armoede is. Mijn vader overleed toen ik vierenhalf was. Op jonge leeftijd werd mijn moeder weduwe – met drie kinderen, in een deel van Ierland dat toen nog heel erg platteland was. Ze heeft me geleerd dat je moet doorgaan na een tegenslag. Als zij dat niet had gedaan, dan had ik hier nu niet gezeten.”

Hier is in Brussel, op de negende verdieping van het belangrijkste gebouw van de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de Europese Unie. Als commissaris voor de Interne Markt – een van de zwaarste portefeuilles – behoort Charlie McCreevy (57) tot de politieke elite van Europa.

Mocht hij vergeten wat gewone mensen beweegt, dan hoeft hij maar een blik naar buiten werpen. Vanachter zijn bureau kijkt Charlie McCreevy uit over het Schumanplein. Bijna dagelijks verzamelen zich daar demonstranten. „Heb ik ook gedaan toen ik jong was”, zegt McCreevy, terwijl hij naar een groepje wijst. De afstand is te groot om te kunnen lezen wat er vandaag op de spandoeken staat.

Vaak vragen demonstranten om ingrijpen van de EU in een of ander buitenland waar het slecht gaat met de mensenrechten. Maar ook het beleid van McCreevy wordt regelmatig ter discussie gesteld. Tegenstanders van de huidige Europese Commissie bestempelen die vaak als ‘neo-liberaal’ en ‘niet-sociaal’. McCreevy geldt dan als een bewijs voor die stelling. Hij moest vorig jaar bijvoorbeeld de omstreden dienstenrichtlijn verdedigen van zijn voorganger Frits Bolkestein.

Hoe gaat het volgens u nu met de interne markt?

„Wat betreft goederen hebben we aanzienlijke successen geboekt. Geschat wordt dat er, als gevolg van de interne markt, zo’n 2,5 miljoen extra banen zijn in de vijftien oude lidstaten. Wat diensten betreft zijn we nog niet succesvol.

„Maar mensen vergeten hoe slecht het was. Dat er allerlei regels waren als je met je goederen een grens over wilde. Tariefmuren. En douanes. En kijk bijvoorbeeld eens naar de goedkope luchtvaartmaatschappijen. Die hebben de luchtvaart enorm gestimuleerd. Iedereen vindt het gewoon dat hij nu voor weinig geld van het ene naar het andere land kan vliegen.”

Maar de gemeenschappelijke energiemarkt, die de Europese Commissie graag wil, lijkt nog ver weg. En de bankensector is ook nog grotendeels nationaal georganiseerd.

„Ja, dat is waar. Er moet nog veel gebeuren. De Commissie heeft recentelijk stappen aangekondigd om te komen tot een gemeenschappelijke energiemarkt. Maar we ontmoeten veel weerstand bij het opsplitsen van energiebedrijven. Sommige landen willen zo ver gaan, andere niet. De interne markt is werk in uitvoering.”

Wat zijn volgens u de voornaamste obstakels?

„Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier, zei een tijdje geleden: ‘We weten in Europa allemaal wat er gedaan moet worden. Maar we weten niet goed hoe we moeten worden herkozen nadat we het hebben gedaan.’ Daar zit veel waarheid in.

„Ik heb het gemakkelijk. Als Commissaris kan ik ingrijpende maatregelen voorstellen. Ik ben benoemd. Maar het zijn de gekozen leiders in de lidstaten die het vervolgens door hun parlement moeten zien te krijgen. En wel op zo’n manier dat ze niet op straat worden gegooid.

„Ik kan wel denken dat ik een goed voorstel heb. Maar er zijn altijd mensen die daarin veranderingen willen aanbrengen. De ministers van de 27 lidstaten. De 785 mensen in het Europees Parlement. En dus komt er een compromis uit. Meestal betekent dat dat het oorspronkelijke voorstel wordt afgezwakt.”

Wie in Brussel werkt, moet geduld hebben. Neem de liberalisering van de postmarkt, een gevoelig dossier waarvoor McCreevy verantwoordelijk is. Er wordt over gesproken sinds 1992. Vorig jaar stelde McCreevy voor de postmarkt volledig vrij te geven per 1 januari 2009. Meteen kreeg hij kritiek. Net als bij de dienstenrichtlijn met name vanuit Frankrijk. En vanuit het Parlement. Vakbonden vrezen voor werkgelegenheid.

Maar echt nieuws was het niet wat McCreevy voorstelde. In 1997 hadden lidstaten al afgesproken de postmarkt geleidelijk vrij te geven, eerst voor zwaardere pakketten, en uiteindelijk helemaal. Streefdatum: 2009. Met het uitdrukkelijke verzoek aan de Europese Commissie om voorstellen te doen.

McCreevy: „Dit zat er heel lang aan te komen. Maar zo gaat het telkens. Regeringsleiders komen naar Brussel en stemmen dan in met het openen van markten. Als wij vervolgens concrete voorstellen op tafel leggen, dan is het: aargh!”

Was u verrast door die kritiek?

„Nee. Ik doe veel voorstellen waarover alleen bankdirecteuren en ministers van Financiën zich opwinden. Maar de postbode, daarover heeft iedereen een mening. Het houdt de publieke opinie bezig. En politici reageren daarop. Dus ik was niet verrast. Er waren bij de Commissie mensen die zeiden: we hebben elk jaar een rapport geschreven over dit onderwerp, we hebben concepten geschreven, het is bekend dat het eraan komt. Ik heb gezegd: laten we even afwachten.”

U was minister van Financiën in Ierland. Daar stond u er om bekend snel beslissingen te nemen. Wordt u hier niet gek af en toe?

„Er is een gezegde: als je in Rome bent dan moet je je gedragen zoals de Romeinen. Dit is een ander systeem met andere regels. Ik probeer me niet gefrustreerd te voelen. Natuurlijk doe ik dat soms wel. Maar daar wil ik niet te moeilijk over doen. Ik kwam hier als minister al vaak. Ik had me er geestelijk op voorbereid dat het anders zou worden. En dat werkt. Voor mijzelf, tenminste.”

Afgezien van de postmarkt zijn veel van de zaken waarmee u zich bezighoudt zeer abstract. Heeft u het gevoel dat het wel mogelijk is de publieke opinie te overtuigen van het nut daarvan?

„Ja, ik houd me bezig met zaken als het ‘Basel II akkoord’ en het ‘actieplan voor financiële diensten’. Daarvoor gaan mensen niet de straat op. Maar veel van die dingen zijn nodig om een interne markt voor financiële diensten creëren. Als dat lukt, dan is het vooral de consument die daarvan profiteert. Bedrijven ook. Ze zullen een hogere groei boeken. Maar wat betekent een hogere groei? Meer geld voor de aandeelhouders, inderdaad. Maar belangrijker: het betekent ook dat duizenden mensen extra een baan hebben.

„Kijk nog even naar de luchtvaart. Er zijn enkele gevestigde namen verdwenen in die sector. Maar het totale aantal mensen dat er werkt, is toegenomen. Monopolies zijn alleen goed voor hen die erin werken. Vrije concurrentie is goed voor iedereen. Maar de mensen die erin werken, zien alleen wat er nu is. Zij willen geen onzekerheid.”

Hoe ziet Europa er volgens u over vijftien jaar uit?

„Ik hoop dat we dan vooruitgang boeken, omdat alle landen het juiste economische medicijn nemen. Staatsmonopolies zijn dat in ieder geval niet. Dat hebben we geprobeerd. En dat heeft niet gewerkt. Naar mijn mening moet je mensen toestaan risico’s te nemen, en hen belonen als ze dat doen. Dat is niet asociaal. Dat is de beste manier om de taart groter te maken voor iedereen.”

Hoe sociaal is uw toekomstige Europa?

„Er zullen altijd mensen zijn die het niet redden. Een verantwoordelijke regering zorgt voor hen. Maar over het algemeen kun je werklozen het beste helpen door hen te scholen en een baan te bezorgen. Een zinvolle baan, zodat iemand aan het eind van de week thuiskomt en kan gaan ontspannen met zijn familie. Als iemand die arm is geweest, kan ik je vertellen: dat is het meest bevrijdende dat er is.”